Ode 11 (aan de verdrietigheid)

Ik dacht, ik schrijf honderd odes. Ben ik een jaartje mee bezig, het is een verhaalvorm die mij beter past dan bijvoorbeeld ironie. Bovendien had ik gelezen dat het heilzaam is voor je ziel, om de mooie en fijne dingen om je heen met enige regelmaat te benoemen.
(lees verder)

Lees verder

Ode 8

Ik breek een lans voor de traditie.
Die ik los van zwarte piet zie.
Maar: in dat je een gedicht schrijft
tongue-in-cheek terwijl het licht blijft.
Een gedicht van jou alleen
aan de mensen om je heen.
Voor elkaar gedichtjes schrijven…
Dát is waarom dit feest moet blijven!
(lees verder)

Lees verder

Ode 5 (aan de stadsheksen)

Op de pont kom ik een collega tegen. ‘Ga je ook naar die uitverkochte voorstelling?’
Ik flap eruit: ‘Eigenlijk ga ik naar een heksenkring, vanwege de volle maan.’
De collega knikt, meteen stil.
(lees verder)

Lees verder