Categorie: afrikareis

".$page_data->post_content."


"; $posts = query_posts($query_string . '&orderby=date&order=asc&posts_per_page=-1'); ?>

Destination unknown

(Istanbul, km 61555. Gaan we hier wonen: nou nee… we willen geen stad en al helemaal niet zo’n enorme). 

Nederland leeft inmiddels flink mee met mijn getwijfel over waar we gaan wonen:
‘Net terug uit China heb ik het paradijs gevonden… in Wassenaar.’ (vriendin van Ilco).
‘Net terug van een wereldreis heb ik het paradijs gevonden… in Naarden.’ (onbekende webloglezeres).
‘Als ik de ganzen over het Kinselmeer zie vliegen, denk ik vaak ach, mooier bestaat niet. Al word ik ook tot tranen geroerd in de woestijn.’ (mijn oom die in Marokko heeft gewoond).
‘Komen jullie echt echt echt niet terug naar het gouden Durgerdam? Echt niet?’ (mijn moeder).
‘Als Anna zich niet vestigt in Durgerdam, is het slecht voor haar hart’ (aurareader Manita).
‘.. leaving for a destination still unknown, somewhere nobody must have beauties at all..’ (volgens de mp3 van trouwe buurvrouw Marjolein).
‘Ieder mens heeft zo zijn paradox. Die van jou heet ‘de gekooide zigeunerin’’ (mijn vader).

Lees verder

Eeuwige liefde

(Troje, km 606855.
De Thracische kust van Turkije; gaan we hier wonen: nee).

De grote held Achilles en de dappere Amazone Penthesileia komen elkaar tegen op het slagveld van de Trojaanse oorlog en de Oorlogsgod vertelt hoe dat ging: 
Ze staarden elkaar met wijd open ogen aan, middenin het strijdgewoel.
‘Zie je dat niet?’ zei Aphrodite. ‘Die twee zijn voor elkaar gemaakt. Alleen zijn ze ook elkaars vijand.’
Om ons heen lieten Grieken, Trojanen en Amazonen het leven. Penthesileia en Achilleus leken buiten de tijd te staan. Maar dan moet ik erbij zeggen dat voor Goden tijd niet hetzelfde is als voor mensen. Vanuit het oogpunt van Goden duurde de liefde van Penthesileia en Achilleus eeuwig, al verliep er niet meer tijd dan nodig was om een speer op schouderhoogte te brengen. Eeuwig is niet meer of minder dan voorgoed onveranderlijk.’
(Imme Dros)

Lees verder

In het diepe

(Selcuk, km 60335)
De Aegeische kust van Turkije. Gaan we hier wonen: nee).

Annemijne is weg, we zijn weer alleen. Bloem heeft meer tranen vergoten dan de hele reis bij elkaar. En ook mij is het vreemd te moede. Want nu begint het grote zoeken. Anderhalf jaar en zestigduizend kilometer verder, zijn we weer bij ons startpunt: de Middellandse Zee. 
En nu wordt het zolangzamerhand eens tijd om de sprong te wagen en op jacht te gaan naar een echt huis. Een huisje om te schrijven, te dromen en op te groeien. Ons huis in Durgerdam is verkocht, we zijn per ongeluk toch al uitgeschreven uit Nederland, dus de wereld ligt voor ons open. En stiekem verder reizen is uitgesloten, want Bloem moet over een jaartje toch echt naar een middelbare school. ‘Ik verpest het wel voor jullie he?’ moppert ze.

Lees verder

Blij dromen

(Antalya, km 59565)
In de bergen van Olympos zit een monster opgesloten. Het is de gruwelijke zoon van de oergodin Gaia: half draak, half gans en half paard. Je ziet de vlammen nog van alle kanten uit de berg lekken. We lopen in het holst van de nacht met alle meisjes tussen het vuur door en gaan zitten op de hete stenen om monsterverhalen te vertellen. Bloem en Annemijne zitten dicht naast elkaar te luisteren, met grote ogen in de nacht. Ze hebben allebei een roze sjaal met spiegeltjes om en dragen elkaars jurken. Af en toe weet je niet meer wie wie is.

Lees verder

Het wilde westen

(Olympos, km) 59480 

Turkije is half. Half Midden Oosten, exotisch en islamitisch. En de ander helft hoort allang bij Europa. Er loopt een grens die niemand ziet door Turkije, maar die je wel onmiddellijk ervaart. Zitwc’s; dekbedden in plaats van oude dekens op de bedden; prijzen die ineens vervijfvoudigen; MacDonalds; toeristen; korte broeken, rokken, blote schouders. Dat klinkt misschien gewoon, maar de eerste paar keer dat we het zien, gaat er echt een schok door ons heen. Zo bloot! Ook op het strand zijn de volledig geklede Turkse vrouwen ineens in bikini gehuld. 
De auto’s hier zijn ook schoon en keurig en ineens valt onze Landrover vreselijk op: vies, gebarsten spiegel, verroest fietsje en andere zigeunerzooi op het dak, het reservewiel vastgesnoerd met spanbanden.
Er zijn ook dieven in het westen. In het oosten en zuiden natuurlijk ook, maar wij hebben ze daar niet ontmoet. Afrika gevaarlijk? De auto was altijd open en als je ergens een tas liet liggen, kwamen ze je nog achterna rennen. Een keer zat onze auto vol apen die ons brood opaten. Maar de laatste keer dat we echt beroofd waren was in Venetie. En nu dus weer – in West Turkije.

Lees verder

Road movie

(Antalya, 59360)
Plotseling blijkt dat het bevolkingsregister ons heeft uitgeschreven als bewoners van Amsterdam. Mensen die zo lang op pad zijn, tellen kennelijk niet meer mee en stiekem wil ik eigenlijk ook nergens meer wonen. Telkens als we een paar dagen op een plek zijn, krijg ik de neiging om alles in de auto te gooien en verder te gaan. Hele werelden trekken aan je voorbij; van weinig dingen word ik zo blij als van de road movie die reizen heet.
Neem nu de afgelopen week. Van de grens van Iran koersen we naar het westen. Dwars door de ruige bergen waar de Koerden wonen (politiecontrole en tanks om de haverklap). En over een meer, waar een spookboot op vaart. Alles zit erop: hutten, wc’s, een bar die open is, rijen met stoeltjes, maar de enige passagiers zijn wij. De auto staat in het ruim, naast een immense goederentrein die zomaar de boot op is gereden. Met een verlaten boot door een verlaten landschap … zo moet de tocht over de Styx naar de Onderwereld voelen.

Lees verder

De prinsesjes en de smokkelaars

(Malatya, km 57747)

Ik droomde dat ik op de rug van een grote vogel de hele wereld over vloog. ‘Wie ben je?’ vroeg ik aan de vogel. En hij zei: ‘Ik ben je droom.’
Chaia 

Op bezoek bij de Perzische prinsesjes die ons bij de Syrische grens geholpen hebben. Melina en Melisa. Onze komst veroorzaakt een explosie van tranen en opwinding. We worden volgestopt met eten en snoep, ze maken vijf bedden voor ons op in de woonkamer en hangen ons vol met hun eigen juwelen (die we later weer stiekem in de badkamer achterlaten).
Maar het huis blijkt uiteindelijk een paleis van droefenis.

Lees verder

Schitterende stad van God

(Isfahan, km 55547 )
Het begint al bij de grens. ‘Wat is het hier stil,’ fluisteren we, als onze paspoorten grondig maar uiterst correct worden gecheckt. ‘Je kunt op onze snelwegen een kopje thee drinken, zo goed zijn ze,’ zegt de eerste Iranier die we ontmoeten. En inderdaad, nog nooit deze reis zulke keurige driebaanswegen gezien met middenbermen en borden over autogordels (de meeste auto’s die we het laatste jaar zagen hadden of geen autogordel of veel meer mensen erin dan gordels). Isfahan zelf, ‘the beautiful city of God’ zoals op de bussen staat, heeft een metro, strak geplaveide straten, uitgelichte monumenten en betaald parkeren op de daarvoor bestemde terreinen. Er slingert nog geen propje papier, geen hondedrol in de plantsoenen. Op het grote plein (het op een na grootste ter wereld) wordt het water in de fontein elke dag ververst. Niemand berekent ons ‘per ongeluk’ teveel geld, iedereen spreekt Engels, niemand schreeuwt. Onder de prachtig uitgelichte bruggen slaapt geen enkele zwerver, er is hier sowieso geen bedelaar te zien.

Lees verder

Langs de lijn in Anatolie

(Erzurum, km 54747)
In afwachting van het visum voor Iran zijn we inmiddels heel Anatolie doorkruist. Het is het armste deel van Turkije en waarschijnlijk ook het rauwste. Het mooie, omstreden boek ‘Sneeuw’ van Pamuk speelt zich hier af.
Buiten de dorpen is het zeer ongerept allemaal. Bergen, beekjes, zelf vleesjes grillen. We kamperen tussen de lentebuien door en kletsen gezellig over eten: wat, waar halen we het vandaan en hoe gaan we het bereiden. We hebben nu een zilveren schaal en de maaltijden worden steeds verfijnder. Tussendoor ben ik urenlang aan het schrijven, terwijl de meisjes spelen. 
Een keer slapen we bij het voormalig paleis van een pasha waar een gepensioneerde Nederlandse psychiater een campinkje heeft en zijn vriend Koerdische liedjes voor ons zingt met de banjo. Even later rijden we langs de berg waar volgens de deskundigen de ark van Noach is aangespoeld. Dus toen regende het hier nog veel meer!

Lees verder

Abracadabra

(Yusufeli, km  54007)
Het einde van de wereld.
Daar staan we dan, met de harde wind in ons gezicht. We zijn heel Afrika doorgetrokken, van boven naar beneden en van beneden naar boven en daarna dwars door het Midden Oosten. Maar hier, op de grens van Turkije met Armenie en Georgie, houdt alles op. De weg, om te beginnen. Voor ons ligt niets dan onherbergzame vlakte. In de lucht jagen woeste wolken en roofvogels voorbij. Af en toe bliksemt het. Verderop rijzen grimmige rotsen omhoog, met ijzige sneeuw in de richels. Waar is de woestijn die we zoveel maanden hebben doorkruist? Waar zijn de moskeeen, de markten, de mensen? Abracadabra, ‘los op als een woord’, zeggen ze in een heel oude Syrische taal. Ook de bloeiende zijderoutestad die hier ooit was, is verbrokkeld tot geraamtes van kerken en badhuizen. De kathedraal heeft nu de hemel als dak. Zelfs de zon is weg en we huiveren in onze dunne reiskleren. Bloem heeft haar pyjama aan onder haar rok. Alleen Dunya stapt vrolijk rond in haar regenjasje dat ze eindelijk eens aan kan.

Lees verder