Rennende baby’s

Vorig jaar om deze tijd deed ik de jongste dochter een belofte.

Deze week loste ik die belofte in.

Robot

Na de eerste huilbui werd de dochter heel pragmatisch. Die dag in juli 2016 waarop we haar een van de rottigste berichten gaven die je je kind maar kunt geven, kwam ze elk uur naar me toe in de keuken, waar ik werktuigelijk rijen herbergtaarten stond te bakken. Hoe moest dat dan met die twee huizen en haar kleren? Met de vakanties? Moest ze dan dubbele schoolboeken? En haar kamer in het nieuwe huis, kreeg ze daar een hoogslaper?
Het meest ingewikkeld vond ze het dat de poes doordeweeks niet mee kon naar mij. Waarop ik uiteindelijk zei: ‘Maar lieverd, we kunnen daar ook een kat nemen.’  Als ze toen om een hond had gevraagd had ik het ook nog wel toegezegd, vermoed ik. Een nest cavia’s, een complete volière. Maar het bleef goddank bij een poes. Al werd dat wel gaandeweg ‘een kitten’, en toen ineens (geen idee wanneer dat is gebeurd) ‘twee kittens’.

Dushi en Lobi

In Aalsmeer woonden Dushi en Lobi. We gingen ze ophalen in de bloedhitte, Lobi moest ervan overgeven. Eenmaal thuis had ik een afspraak, dus dochter en haar vriendin hadden de belangrijke taak bij het eerste wennen te zijn. Ik liet ze achter met twee doodsbange katjes diep onder de bank. En kwam terug in een soort slagveld, overal troep en stof en ‘o ja mam, je bank is nu wel voorgoed verpest door al die nageltjes’.
Mijn bed is in de kamer dus die nacht was het alsof ik weer een baby had. Ik lag te luisteren naar alle nieuwe geluidjes, me af te vragen of alles goed ging, af en toe kwam er eentje tegen me aan slapen, dan waren ze weer klaarwakker. Om zes uur schrok ik zelf wakker doordat ze keihard over me heen renden. Dat heb je dan weer niet bij baby’s – of het moeten horrorbaby’s zijn-, wel dat je dan denkt: ‘mooi zo, geslapen tussen 1 en 6, dat begint ergens op te lijken.’
‘Mam,’ snotterde de dochter op dag twee. ‘Ik hou nu al zoveel van ze. En ik geloof dat ik allergisch ben’ ‘Jezus,’ zei ik. ‘Maar we doen ze niet weg,’ zei ze stellig. ‘We verzinnen wel wat.’
Dus nu ben ik iets aan het verzinnen.

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*