Zoen me tot ik spin

We komen aan  met de taxi in het holst van de nacht. De volgende ochtend willen we om 11 uur ontbijten en daarna door naar Schiphol. Kunnen we onze trouwkleren bij je achterlaten tot we terugkomen?’

Je zou het bijna vergeten, maar we hebben ook nog een bruidssuite in de herberg. En die loopt ook al zo goed! Dwars door alle andere drukte heen ben ik dus steeds dat ronde bed aan het opmaken, minibars aan het vullen en uitgebreide champagne-ontbijthen aan het maken.

Uitbundig en stiekem

We hebben al van alles gehad: van net getrouwd tot helemaal niet getrouwd tot vijftig jaar getrouwd. Mannen en vrouwen, rijk en veel minder rijk, uitbundig en stiekem. Maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze stralen iets onaantastbaar uit.
Ik herinner het me nog van mijn eigen huwelijk, de bravoure van het ja zeggen, het overrompelende van alles, de blijheid. In die tijd bezocht ik voortdurend huwelijken.
En van die huwelijken is er – los van ons- nog maar eentje die standhoudt. Ook de twee huwelijken waarbij ik getuige was zijn gestrand. Eentje al na een jaar, de ander nog voor de dag zelf. Trouwen is een mythe, denk ik inmiddels.
Maar toch.
Als ik zo met mijn schalen vol ontbijt de suite in loop (ja, dat is een kunst: professioneel en onnadrukkelijk een kamer met een bruidsbed erin binnenkomen), dan schijnt altijd de zon. Het is een gigantisch ontbijt en ze eten het altijd helemaal op – plus nog de chocola uit de minibar. En ze lezen mijn lievelingsboekjes die ik er heb neergelegd.
Laatst was er een echtpaar, zij vijfenzestig, hij zeventig, waarvan de vrouw zo straalde dat ze wel een heel jong meisje leek. Later zag ik dat ze op het terrasje aan haar man liefdesgedichtjes aan het voorlezen was uit Zoen me tot ik spin.
Daar kan ik zo van huilen.

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*