De oversteek

(Nouahdibou, km 8570)
We hebben het gehaald!
Bijna tweeduizend kilometer door de Sahara, voorbij de Kreeftskeerkring. Het was een lange tocht. Eenzaam maar mooi. Soms was het net alsof we op de maan reden, dan weer was alles van zout en verderop stond de woestijn ineens in bloei, vol paars en geel. Hele stukken reden we vlak langs de zee, waar scheepswrakken dreven. Los van deze spookschepen herinnerde alleen een spoor van oude autobanden langs de weg, geknapt door de hitte, aan eerdere reizigers die deze tocht hebben gemaakt.
Wel was er overal politie. “Computers weg,” riepen Ilco en ik steeds als er weer uit het niets een controlepost opdook. “En Dunya, schattig kijken.”
Want dat helpt, hebben we ontdekt. Ajax – een sticker met Salam (vrede) – en Dunya. Zelfs de meest norse politieman smelt voor haar. Eentje vroeg zelfs verlegen of hij een foto van haar mocht maken “voor mijn zoontje”.
En op het heetst van de dag aten we kip in stoffige woestijnstadjes, met Al Jazira op de tv.

Drijfzand

“Neem de strandweg,” zei een Franse toerist op een ochtend tegen ons, “die is zo mooi.”
“Nee, je kunt nu niet over het strand rijden,” zei de man van het laatste cafeetje voor het einde, die ons een zanderig kopje koffie verkocht. Hoezo niet? Verlangend keken we naar het enorm brede strand. We wisten dat het ver in de middag pas weer vloed zou worden, wat was het probleem? Dat kon de man ons niet echt duidelijk maken. En het alternatief (twee uur terug door de woestijn naar de hoofdweg) was ook niet bepaald aanlokkelijk. “Kom,” zei Ilco, “we proberen het iets verderop.”
Het gebeurde vlak voor de zee. Ilco begreep als eerste dat we niet zomaar even waren vastgelopen.
Drijfzand.
Daar stonden we; ik in mijn zijden designersblousje (nee, niet op hakjes, op blote voeten) en Ilco in zijn witte iceberg-jeans. Een soort kruistocht in spijkerbroek maar dan anders.
Er kwamen twee krikken, twee rijplaten, twee scheppen, drie vissers, een behulpzame collega-chauffeur en een sleepkabel aan te pas, maar toen waren we weer vrij. Ruim twee uur later reden we weer langs de man van de zandkoffie, vrolijk zwaaiend vanuit een auto die nu niet meer zwart was maar bruin.

Mauretanie

De douanepost bestond uit een scheefgezakt hutje in een vreemd soort niemandsland zonder weg, vol met autowrakken en afval. De beambte zat op de grond, blootsvoets, tussen de vliegen. “VanderLinde… VAN DER Linde?” Een collega kwam binnen: “Van der Sar, van der Vaart… c est normal en Hollande.” “Aha.” Toen wilde hij een cadeau. Ilco probeerde het nog met koekjes, maar het ging toch gewoon om geld (“Ik heb het s nachts zo koud”). Er was het nodige gedoe met vage wisselaars, briefjes in onduidelijke valuta gingen over en weer, toen was er een ferme handdruk en reden we eindelijk Mauretanie binnen. We hadden het graag gevierd met een goede prosecco, maar ze leven hier volgens de sharia en alleen al op het bezit van alcohol staan fikse boetes.
Wat is Durgerdam ver weg, zo met de hele Sahara ertussen.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*