Er is 1 eigenschap die ik woest aantrekkelijk vind bij een man.
Bij een vrouw trouwens ook. Het is de belangrijkste gemene deler van de twee grote liefdes van mijn leven.
Kettingzaag
Ik hou dus enorm van mensen met onconventionele dromen die daar helemaal voor gaan. Neem J en zijn eindeloze fascinatie voor horror en cult. Nu heeft hij deze Halloween weer een oude film opnieuw uitgebracht: The Texas Chainsaw Massacre. Dat is precies wat je denkt dat het is: een film over een moordenaar met een kettingzaag. Het was ook de film die bij J op zijn vijftiende zijn grote horrorliefde ontvlamde, samen met Jaws, en the first cut is the deepest. Ik snap niet alles van horror, maar in het geval van The Texas Chainsaw Masacre snap ik het zeker: dat is een film die op een ontzettend ongemakkelijke en ongepolijste manier de tomeloze dieptes van de menselijke waanzin blootlegt in alle facetten – en ook hoe dun de grens is met de ‘normale’ wereld. Maar goed, J is dus op missie. Met die film, met lezingen erover, gekleed in zijn schedelpak of zijn bloedspattenjasje trekt hij door het land, hij had zelfs ineens een kinderkettingzaag opgediept uit zijn ongelooflijke horrorkabinet en stond daar trots mee te zwaaien voor een volle zaal. Horror: zijn speeltje én zijn grote drive. Dus zo zag mijn Halloweenweekend eruit, met deze man en deze film. Andere mannen bouwen aan hun pensioen, doen aan serieuze hobbies als houtbewerking of wielrennen, zo niet de mijne.
Op Allerheiligen werd ik wakker met het liedje van Lalaland in mijn hoofd: ‘Here’s to the ones who dream, foolish as the may seem.’ Het lied is een groot pleidooi voor (en vanuit) de dappere gekkies die buiten de lijntjes kleuren. ‘So bring on the rebels, the ripples from pebbles, the painters, and poets and play’ zingt Emma Stone (ik wil dit lied op mijn begrafenis). ‘Who knows where it will lead us? And that’s why they need us!’ Ja, dacht ik, ja! Ik draaide me vol liefde om naar de gekkie waar ik mee getrouwd ben, we lagen nog in bed. ‘Wil je…’ begon hij. ‘Ik zeg op alles wat je nu zegt ja,’ zei ik stralend.
‘… een eitje?’ vroeg hij.


