Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Winkeltje spelen

Een kleine honderd recepten voor soep en vooral taart schud ik deze maanden uit mijn mouw. Samen met de blogjes komen ze in het Dinsdagdinerboek.

Als klein meisje zat ik altijd onder de douche met welluidende stem de teksten op de shampooflessen voor te dragen: ‘Breng de crèmespoeling aan op handdoekdroog haar en kam door tot in de haarpunten Laat intrekken gedurende vijf minuten. Met ruim water uitspoelen.’ Ik proefde de woorden, het waren toverformules die ik wilde beheersen.

Eenden bestuderen

Ik heb er bijna zestig voor moeten worden maar nu mag ik het eindelijk echt doen: mijn eigen formules opschrijven. ‘Klop de eieren met de vanille en de suiker tot een lichtgeel en schuimig mengsel.’ Het voelt als winkeltje spelen. Ik mag jaren van taartenbakken (en blogjesschrijven) voor de lol zomaar in een professioneel jasje hijsen, zo feestelijk.
En niet omdat ik nou zo’n uitzonderlijke kok ben. Gisteren bij het Dinsdagdiner mislukte er zomaar een taart, een verjaardagstaart nog wel. Waarschijnlijk wilde ik hem te snel storten en er was tegelijk iets met te weinig verhitting, feit is dat ik in mijn minikeuken op de grond zat (geen plek op het aanrecht) met twee taartvormen voor me en probeerde te redden wat er te redden viel. Op de achtergrond hoorde ik het vrolijke gekwetter aan tafel, van de jarige Joos, en van Kimmie die de hele dag voor haar master eenden in het park had bestudeerd om te zien hoe zij slapen met één oog en waken met het andere. Ik wist niet dat eenden dat konden.

Vol kaarsjes zag de taart er vrolijk uit. In stukken snijden lukte niet dus uiteindelijk zat iedereen gezellig uit de vorm te lepelen. ‘Laat de taart enige uren opstijven,’ noteerde ik in mijn hoofd. Overigens ging hij schoon op.

(foto is van een andere taart)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *