Schrijven is een soort zelfhulp, heel klein en intiem.
Maar als je een boek publiceert, komt er een moment dat het van de lezer wordt. Dat is bij een young adultboek waar suïcide een rol speelt nog niet makkelijk. Zoals de vertegenwoordiger tussen neus en lippen door tegen me zei: ‘Boekwinkels gaan dit boek niet aanraden.’
Verhalen
De afgelopen weken heb ik er daarom alles aan gedaan om dit boek goed de wereld in te schoppen. Ik ben op de radio in gesprek gegaan met een deskundige, ik heb nogal wat peentjes gezweet bij een interview met een sensatiekrant. En ik organiseerde een uitgebreide boekpresentatie.
Dat was zondag. Altijd als ik een feestje geef ben ik ineens bang dat er niemand komt. Het tegendeel was het geval: het puilde uit daar op de warme zolder van Concerto. Er was wijn en goeie koffie, sterrentaartjes en uiteraard zoute stengels (geen boekpresentatie kan zonder). En vooral waren er de verhalen. Van muzikant Hamid, die speciaal zijn persoonlijke troostgedicht van Rumi op muziek had gezet. Van mijn jongste dochter die de middag prachtig presenteerde. ‘Ik moest huilen toen ik dit boek de tweede keer las. Net nog.’ Van de uitgever die ook nog eens een groot deel van de aanwezigen aan het huilen kreeg.
Zelf vertelde ik over het bij vlagen zware schrijfproces, en bedankte ‘iedereen die hier is; iedereen die er niet meer is; en iedereen die hier nog is.’ Ik noemde namen.
En daar was ook Sarah, mijn muze. De meid die me in meerdere gesprekken in haar hoofd liet kijken. Het is niet haar verhaal, maar zonder haar had ik het niet kunnen schrijven. Ik gaf haar het eerste exemplaar, dat was een kroon op ons beider werk.
En nu is het klaar, gek maar waar. Nou boek, daar ga je!


