De moeders die doodgaan, waar gaan die toch naartoe?
Naar het verre land waar het goed toeven is, gaan ze. Na al dat geven, al dat zorgen, al die stille duwtjes in de rug van al hun kinderen, is het tijd voor hen en hen alleen.
Blote voeten in het gras
In dat land drinken ze vrolijke portjes met de dode oma’s, lezen ze alle boeken waar ze nooit aan toe kwamen, eten de hele dag taartjes van de beste banketbakker en doen nooit aan de lijn. Ze laten zich bedienen, daar in dat verre land, zelfs de afwas hoeven ze niet te doen. Soms knuffelen ze even met een pasgeboren baby, gewoon voor de lekker; zodra die baby begint te zeuren om melk of schone luier, lost ie -poef- weer op in de lucht.
’s Avonds dansen ze samen, de dode moeders, met hun blote voeten in het gras, op muziek die alleen zij mooi vinden, alle guilty pleasures komen wel voorbij. Net als de liefjes van weleer, soms nemen ze er eentje mee voor een nachtje -of twee-, ongestoord en ongebreideld. Er is geen kind dat komt storen, geen nachtelijk telefoontje om bang voor te zijn, ze hoeven geen enkel engeltje uit te sturen, die moeders daar. En als ze hun vleugels ontvouwen, is dat niet om die om iemand heen te slaan, nee hoor, die vleugels zitten daar puur voor hun eigen vertier. Kijk, daar stijgt er weer eentje op, een ander laat zich dragen door de wind, een derde landt op zee. Dode moeders zijn namelijk nogal dol op de golven en de zee.
Op het strand: duizenden glazen flesjes met briefjes erin, door verre kinderen in het water gegooid. Meestal blijven ze ongeopend, de dode moeders weten natuurlijk allang wat erin staat.
“Dag lieve mama, fijne moederdag!”
Als je me voor de blogjes op een kopje koffie wilt trakteren: https://petjeaf.com/annavanpraag (niet schrikken van het woord abonnement, het kan gewoon eenmalig).


