Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Intergalactisch geweld

J en ik liggen op onze rug in het gras naar de sterren te kijken. Er vliegt van alles door de lucht.

Ik ben dus op Texel, mijn enige week vakantie dit jaar. Alles uit mijn handen laten vallen. J meegesleept, al is die nog drukker dan ik. Als hij van mij houdt, moet hij ook van Texel houden, eiland van mijn jeugd, van mijn moeder.  Uren op de fiets, J houdt zich kranig. En dan wadlopen door het slik, het staat hem goed.

Niks ooit weg

‘En nu moet je naar de sterren komen kijken.’ J ploft neer en we staren naar nogal wat ‘intergalactisch geweld.’ Vliegtuigen? Nee, te recht en te zwalkend. Vallende sterren? Nee, daarvoor gaan de bewegende bollen te recht. Satellieten? Of kernraketten?
Ik  begin een warrig verhaal over hoe je vanaf die sterren naar vroeger kan kijken, iets wat ik altijd heel geruststellend vind. Dat niks ooit weg is
Dan zien we ineens twee vallende sterren, echte.
De volgende dag zwaai ik hem uit. Het duurt nog even tot de kinderen komen en als ik me zo alleen over het eiland beweeg, is dat nog steeds gek. Ik voel me verwant met al die zeulende moeders met kinderen in bolderwagens, waar is die van mij nou gebleven? En in de kleine meisjes op hun wiebelige fietsjes zie ik mezelf. Ook ik leerde op dit eiland fietsen en dat was gisteren. Maar op de wadloopfoto’s zie ik toch echt een oudere vrouw met rimpels.
Ik stuur de foto’s toch -zonder commentaar- naar mijn vriendin Esther, want grappig en vrolijk. Waarop ze reageert met: ‘Een meisje!’ Ik moet lachen, Esther kijkt vanaf een ster naar mij.

Maar later, na twee Texelse biertjes en met de avond die valt, realiseer ik me dat tijd niet lineair is. Ik ben voor altijd die moeder met de bolderkar. En dat dappere meisje op die wiebelfiets.

2 reacties op “Intergalactisch geweld”

Ja ik weet het. Er zijn meer van dat soort verwijzingen naar hem in obscure boeken en boekjes. Woest aantrekkelijk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*