Category: afrikareis


Broodje Aap

Waar is Anna? Nu ik dit schrijf ben ik nog gewoon thuis in Durgerdam.
En ik vraag me af of het nog wel zo’n goed idee was om twee jaar op reis te gaan. Het geregel alleen al…
Van mijn nieuwe boek dat pas over een jaar uitkomt, maar dat nu eigenlijk al af moet zijn.
Van zaken als verzekeringen, die heel enthousiast ‘globetrotter’ of zoiets heten maar ondertussen geen dekking geven in Afrika.
Van de toestemming die Bloem en Chaia moeten krijgen om twee jaar op de Internetschool te mogen.
Van alle prikken die we moeten halen (volgens het tropencentrum vallen we onder de categorie ‘primitief georganiseerd’).
En gewoon: van het omschakelen van een duidelijk leven naar dat van een zigeuner.

Lees verder

Gelukkig nieuwjaar

Het is 2007, het jaar van onze eigen Paris-Dakar.
De Landrover is nog bij de garage. We krijgen nieuwe veren, een uitlaat die de lucht insteekt als een snorkel (inderdaad, zodat je diep door het water kunt rijden), een stofvrije koelkast, stopcontacten voor de computers en de sateliettelefoon, geheime vakken die eruit zien als cilinders, navigatie, een nieuwe daktent en een uitschuifbare la die ook weer een bed kan worden….

Lees verder

Venetië

We zijn in Venetië, de stad van waaruit Marco Polo zijn wereldreis begon!
Het weer is zonnig en fris, bijna lenteachtig. De stad zoemt van carnaval en we hebben een stoer apartement pal in het centrum, boven een bakker.

Lees verder

Carnaval in Venetië

In een klein steegje snellen ons twee theaterpersonages voorbij. Hij, een snaveldokter, is helemaal in het zwart met een wit masker voor. Zij draagt een lange fin de siecle jurk, compleet met pruik en handschoenen en is ook al gemaskerd. Hun hakken klepperen over de haveloze straatjes, hun mantels bollen op als ze vlug om een hoek verdwijnen. Een deur van een huis zwaait open, er is een portier in glanzend livrei, een glimp van weer een ander masker… en als wij dichterbij komen, niks meer. Een donkere steeg, hondenpoep, de ene deur nog vervelozer dan de andere – welke was het nou?

Lees verder

Weer tijd om te dromen

Het carnaval is voorbij, de confetti waait het water in en de stad is weer rustig geworden.
Ook wij vertekken. We hebben in twee weken alle soorten inktvis klaargemaakt (de een gefrituurd, de ander in de pasta, de kleintjes in de soep) en de beste ijssalon gevonden (Il Doge, in de studentenwijk). Ik heb een capuccino gedronken in Florian alsof ik een hele beroemde -en ook hele rijke- schrijfster was (en dat dan Peter Jackson binnenkwam en ik had één uur om hem te overtuigen dat hij Het Heksenhotel moest verfilmen… of JK Rowling die net bezig was met het slot van Harry Potter… of anders wel George Clooney). Zo werd ik veertig.
En we hebben veel geslapen. De maanden voor vertrek waren enorm hectisch. De laatste weken nam er elke dag wel ergens iemand afscheid (van de dansles, de circusles, de school…). We sliepen te kort en te weinig. Hier in Venetië hadden we eindelijk weer tijd om te dromen.

Lees verder

Over de bergen

Vinazza

De bloesem in de amandelboom,
Het leven lijkt een droom…
De prachtige bergen.
Daarbij zijn we klein als dwergen.
Het prachtige bos,waar je hutten kan bouwen.
En waar je de poezen van Diana hoort mauwen.
Baldo kwam s ochtends op bezoek
En hij lachte van hoek tot hoek
Het is een echt gouden huis
Ja, hier voel ik me thuis.
Elke dag bloemen plukken,
Ze staan laag dus moet je bukken.
Het mooie riviertje,
We maakte een kaart op een papiertje,
De lieve meid en de vrolijke man,
Nou die bakken er iets van.
De bloesem in de amandelboom
Het leven lijkt een droom…………………………

Chaia

Lees verder

Koude neus

‘Changing place, changing time, changing thoughts, changing future’ 
(gelezen op de muur van het Peggy Guggenheim Museum)

Een tijdschrift wil een interview. En wel nu. Ze hebben ons in één week zes mailtjes gestuurd, ze hebben gebeld via de satelliettelefoon en ze hebben contact gezocht met allebei mijn uitgevers. ‘ We kunnen jullie niet bereiken’ verzuchten ze.
Inderdaad. Onze mails checken we misschien één keer per week en de telefoon staat bijna altijd uit. Circusmensen zijn we, nu eens hier, dan weer  daar, steeds dieper Spanje in, waar  de nachten nog behoorlijk koud zijn. Zo zit ik nu in een winterjas met een koude neus voor de tent te schrijven – wel met uitzicht op zee trouwens. Want zo rijden we nu: met links de zee en voor ons uit de zon.

Ook met de tijd is iets aan de hand. We passen niet in het strakke schema van de Spanjaarden die lunchen van twee tot vijf en ’s avonds pas om half tien gaan dineren. Regelmatig staan we voor de dichte deur van en supermarktje (o ja, siesta) of komen we vrolijk een restaurant binnen waar net iedereen weggaat. Dat gaat allemaal heel soepel. Brood en worst is er altijd nog wel. En wijn natuurlijk.

Lees verder

Vent violent

(Aan de voet van de Sierra Nevada bij Granada, km 4035) 

“Toto, ik heb het gevoel dat we niet meer in Kansas zijn.”
Deze legendarische woorden spreekt het meisje Dorothy, hoofdpersoon van het beroemde boek De tovenaar van Oz, pal nadat haar huis met haarzelf en haar hondje erin door een orkaan is weggevaagd en weer neergezet in het toverland Oz.
Ik moest hier gisternacht aan denken toen we met zijn allen in de auto lagen en er zo’n vreselijke storm raasde dat ik er niet van kon slapen. Die wind is er eigenlijk al de hele tijd. In Frankrijk stonden borden langs de weg met VENT VIOLENT, in Spanje werd dat in het Catalaans VENT FORT. Het is niet fijn bij het rijden en je wordt er moe van. Maar vannacht is het echt uitzonderlijk. Poniente noemen ze deze storm, die komt uit Afrika. Hij vernielt de sinaasappeloogst en teistert de overwinteraars (dikke Nederlanders en Duitsers, nu gevangen in hun mobilhomes).
Een soort orkaan slaat tegen de Landrover, die schommelt als een schip op open zee. Niet eerder was de door Dunya verzonnen naam Zeerover toepasselijker. Ilco en ik slapen in het ruim (de laadbak), boven ons liggen de meisjes in de daktent, onze kajuit, en de zeilen klapperen alsof ze zo zullen gaan scheuren. Elke windstoot hoor je al van verre aanrollen. Het geraas overtreft nog dat van de woestkolkende zee op vijftig meter afstand.
Naast mij slaapt Ilco. Waakzaam, maar toch. Boven ons weet ik Bloem al net zo diep in slaap, alsof er niks aan de hand is. Chaia is wakker, net als ik. En Dunya, vraag ik me af tussen de windstoten door, wat doet Dunya op zo’n moment?

Lees verder

Na Sevilla

(Cádiz, km 4530)

Sevilla 1:
In het stierenvechtersstadion hangen de afgehakte koppen van de allermoedigste stieren als trofee aan de wand. Eentje van hen is een koe. Toen de beroemde stierenvechter Mateo in deze arena werd gedood in een verpletterende laatste omhelzing die zowel aan toreador als stier het leven kostte, gingen de wanhopige vrienden van Mateo op zoek naar de moeder van deze superstier – die ze vervolgens doodden opdat zij nooit meer zo een zoon zou krijgen.
Chaia: “Dood? DOOD? Dus die stieren worden elke keer dood gemaakt?”
Bloem: “Die stier daar kijkt echt heel erg geschrokken.”
Chaia: “Wat een rotplek. Ik moet er bijna van huilen.”

Sevilla 2:
Bloem: “Papa, mag ik ook zulke flamencoschoenen?”
Chaia: “Ik hoef vier maanden geen zakgeld als ik zo’n jurk krijg.”
Ilco: “Anna, wil jij niet zo’n omslagdoek?”

Sevilla 3:
Een stad om verliefd in te zijn. Avonden zonder einde. Tapas eten in bars waar de hammen aan het plafond hangen en de rioja hoog opgetast staat langs de muren. In andere bars dansen de jonge flamencodansers, net afgestudeerd aan de flamencoschool, toch al heel doorleefd en gevoelvol de sterren van de hemel. De straten en pleinen van de oude stad zoemen tot diep in de nacht van alle mensen. Studenten, kinderen, dametjes die net van de kerk komen of er net naar toe gaan (zelfs de kerken blijven hier de hele nacht open, lijkt wel), collega’s, geliefden – zowel oude geliefden als zij die het deze avond zullen worden.

Lees verder

The Sheltering Sky

(Tanger, km 5008)
“Vijf retourtickets,” noteert het meisje van de boot, “en een auto.”
Nee, enkele reis.
Ze kijkt op, heel even maar.
“Vijf enkele reis. En een auto.”

Binnen drie kwartier ben je in Marokko.
Mannetjes. Formulieren. Nog meer mannetjes. Nog meer formulieren. Stempels. En of Ilco even mee wil komen naar de politie. Die vervolgens vraagt of hij niet een kleine bijdrage voor hem heeft.
“Ik heb nog niet gewisseld,”zegt Ilco.
“O,” zegt de politie, “nou, dan is hier een man die u kan helpen aan een hotel.”
“We hebben al een hotel,” zegt Ilco.
“O,” zegt de politie weer.
Ilco geeft een paar euro.
En toen reden we eindelijk Tanger binnen.

Lees verder

De prinses van Blauw

(Fez, km 5510)
Er was eens, heel lang geleden, in de tijd van kalief Haroen Al Rachid, een sultansdochter die woonde in Marokko. Deze prinses had alles wat haar hartje begeerde, zoals dat vaker het geval is bij prinsessen. Maar toch was ze soms een beetje treurig. Als het zonnig was, begon ze vreselijk te verlangen naar de frisheid van een winterse bui. En als het drie dagen regende dacht ze alleen nog maar aan zon. Na een dag spelen met haar dienares wilde ze graag alleen zijn. En als ze dan weer een tijdje alleen was geweest, voelde ze zich zo vreselijk eenzaam dat ze gauw weer op zoek ging naar haar dienares.
“Het is dat blauwe gevoel weer, Melika,” verzuchtte de prinses.
“Het blauwe gevoel van binnen,” knikte haar dienares, die altijd vrolijk was en soms niet – en die zeker nooit iets voelde dat je blauw zou kunnen noemen. Maar ze hield veel van haar prinses en verwende haar op zulke momenten maar eens extra met couscous, harira en tajine. Totdat de prinses na een paar dagen haar tajineschaal ongeopend opzij schoof en zei dat ze zo´n onvoorstelbare trek had in een broodje pindakaas.

Lees verder

Tea in the Sahara

(Zagora, km 6612)
Zandkastelen in hetzelfde terracotta als de bergen, oases met palmbomen. En plotseling overal jeeps, net als wij, met rijplaten en kisten bovenop en extra tanks benzine.
We willen naar de zandwoestijn, de duinen die Erg Chebbi heten (spreek dit hardop uit) want daar schijnt het zo prachtig te zijn, de Sahara op haar best.
Maar ineens stopt de weg. In de verte zien we andere jeeps over de steenwoestijn (de “zwarte woestijn”) crossen, dus de richting lijkt goed. We gaan door.
Het is laat in de middag, een zandstorm steekt op. Uit het niets verschijnt een man met een tulband die zich aanbiedt als gids. Niet doen, schrik ik. Prima, zegt Ilco.
De man stapt in.

Lees verder

Allemachtig prachtig

(Midleft, km 7665)

In de woestijn is het altijd warm, ook als het waait.
Het is er altijd stil, ook als er iemand praat.
En ‘s nachts regent het sterren. 

We gingen een nieuwe zandwoestijn in, deze keer met de auto en een gids. Voor de route en voor de auto. Maar al heel gauw zei Mohammed dat hij niets van auto’s wist. “Wel van kamelen. Ik kan een babykameel opvoeden en tam maken.”
Sindsdien willen de meisjes natuurlijk een babykameel hebben. Maar de auto liep wel vast in het rulle zand. Gelukkig kwamen de berbervriendjes van Mohammed ons helpen graven. Het enige jammere was dat ze daarna alle paaseitjes (echte, helemaal uit Nederland) van de kinderen opaten…

Lees verder

De oversteek

(Nouahdibou, km 8570)
We hebben het gehaald! 
Bijna tweeduizend kilometer door de Sahara, voorbij de Kreeftskeerkring. Het was een lange tocht. Eenzaam maar mooi. Soms was het net alsof we op de maan reden, dan weer was alles van zout en verderop stond de woestijn ineens in bloei, vol paars en geel. Hele stukken reden we vlak langs de zee, waar scheepswrakken dreven. Los van deze spookschepen herinnerde alleen een spoor van oude autobanden langs de weg, geknapt door de hitte, aan eerdere reizigers die deze tocht hebben gemaakt.
Wel was er overal politie. “Computers weg,” riepen Ilco en ik steeds als er weer uit het niets een controlepost opdook. “En Dunya, schattig kijken.”
Want dat helpt, hebben we ontdekt. Ajax – een sticker met Salam (vrede) – en Dunya. Zelfs de meest norse politieman smelt voor haar. Eentje vroeg zelfs verlegen of hij een foto van haar mocht maken “voor mijn zoontje”.
En op het heetst van de dag aten we kip in stoffige woestijnstadjes, met Al Jazira op de tv.

Lees verder

Auto op zijn kop

O nee, daar gaan we.
De auto draait en draait. Naar links, naar rechts. Klabeng, ondersteboven.
Dan een enorme klap waarna alles ophoudt.

Benzine. Bloed. Ik leef nog. Waar zijn de meisjes?
Ik zie Chaia, ze klautert over mij heen door het raam de auto uit. Bloem wil niet, de koelkast is op haar terechtgekomen. Iemand trekt haar door het dakraam naar buiten. 
Waar is Dunya? WAAR IS DUNYA?
Hier is ze al, zegt iemand. Ik kruip naar buiten, als een beest over de grond. Op mijn hoofd het grote boek van Polleke waar Bloem net nog in zat te lezen, ik merk het niet.
Dunya huilt, ze zit onder het bloed. Blijkbaar is ze door het open raam de auto uitgeschoten. Ik trek haar op mijn schoot. Stil maar, alles komt goed.
Bloem ligt, ze wil niet opstaan. “Mijn rug, mama, mijn rug.” Stil maar.
Verderop schreeuwt Ilco wanhopig tegen de chauffeur die dit alles op zijn geweten heeft. Ik hoor hem steeds opnieuw roepen: “Pourquoi, monsieur, pourquoi si vite?” Stil maar.
Iemand gaat hulp halen. “Het ziekenhuis,” zeg ik, “vlug.”
Tijdens het wachten sjouwen Chaia en Ilco het hoogstnoodzakelijke uit de auto, die als een omgevallen tor op zijn rug ligt. Paspoorten, geld, autopapieren, de lievelingspopjes van de meisjes, de satelliettelefoon, de ipod.
Een mantra komt op in mijn hoofd. “We leven, we slaan ons hier wel doorheen, we zijn een sterke familie.”
Steeds herhaal ik die woorden tegen Dunya en Bloem. We leven, we slaan ons hier wel doorheen, we zijn een sterke familie.
En die hele lange, lange driehonderd kilometer naar de hoofdstad blijf ik dat maar herhalen.

Lees verder

Insha’allah

(Nouakchott) 
De dokter komt zo insha’allah (als God het wil).
Wij vinden wel nieuwe auto-onderdelen insha’allah.
Er is heus wel een Western Union open insha’allah.
Uw visumverlenging is vanmiddag klaar insha’allah….

Zen & de kunst van het wachten. En heimwee… naar koninginnendag in Durgerdam en de terrasjes van Amsterdam. Want Nouakchott, de hoofdstad van Mauretanie, staat nu niet bepaald bovenaan het lijstje van favoriete stedentrips. Geen boulevard, geen park, geen terras, geen museum, geen geldautomaat (maar ook niks om je geld aan uit te geven). De stad bestaat grotendeels uit zandstraten vol hobbels en kuilen waar de mensen leven tussen hun eigen afval. Alles is in opbouw (of afbouw) en de enige reden voor het ontbreken van een krottenwijk, is dat de stad zelf een grote krottenwijk is. Iedereen poept en plast maar in het rond en de stank is bij vlagen onverdraaglijk. De paar sneue expats die hier zijn terechtgekomen hangen dus met z’n allen rond het (enige) zwembad van het hotel waar wij nu ook verblijven. Zachte bedden voor onze gekeneusde lijven!

Lees verder

Bloem tien jaar

(Atar)
Komen jullie op Bloems verjaardag?
Je rijdt gewoon in Mauretanie de woestijn in, er is maar een weg. Als die weg na een paar uur plotseling ophoudt, ben je bij een klein stoffig dorpje. Inmiddels is het vreselijk heet, veertig graden in de schaduw, dus je bent blij als er aan het einde van dat dorpje een soort oase opdoemt. De vloer is er van zand en er scharrelen kippen rond. Er staan bomen, die ze kini-bomen noemen en die groot en schaduwrijk zijn en vol witte bloesem. Overal ruik je de bedwelmende geur. Je hoort de duiven koeren en iets verderop zingen de kinderen van de plaatselijke school. s Avonds is er altijd wel ergens in de verte een feestje.
Er zijn kleine hutjes, maar wij slapen in de berbertent. Als je wilt, mag je ook gewoon op de grond slapen (er liggen overal matrasjes), of in de hangmat. Bloem en Chaia hebben er vannacht op het dak van een huisje geslapen en zo werd Bloem tien. Kijk, daar loopt ze, onze grote dochter. Ze is lang en bruin in haar bikinibroekje en ze heeft haar haren vanmorgen in een losse staart gebonden. Flowerpower-girl, noemt Chaia haar en dat klopt precies. Om haar bord stonden vanmorgen de elf popjes waar zij en Chaia elke dag mee spelen. Die popjes hebben zelfgemaakte bezemstelen omdat ze op een toverschool zitten. En omdat we nu eenmaal in een islamitisch land zijn, heeft Bloem voor allemaal een hoofddoekje geknipt. Natuurlijk gaven de popjes Bloem ook een kadootje.

Lees verder

Van oase naar oase

(Nouakchott)
Ik adem zand.
Het is nu zo heet in de woestijn… Wel vijfenveertig graden in de schaduw. Onze huid wordt ruw en barst. Van echte hitte smelt je niet, je wordt stof. Net zoals de zandstormen die we voorbij zagen razen en die alles wit kleuren, als sneeuw.
Alleen voor half elf en na half zes kan je in de zon zijn , bijvoorbeeld om een kamelentocht te maken. Daarom zijn we van oase naar oase getrokken. En daar hingen we dan onder de dadelpalmen, net als de nomaden zelf. In sommige oases waan je je in de tropen, je kunt er zwemmen in tinkelende watervalletjes onder een dak van palmbladeren.
We sliepen een keer helemaal alleen in de golvende zandwoestijn aan de voet van een duin die zo hoog was dat de sterren s nachts gewoon naar beneden tuimelden. We lagen op onze rug in het zand en later zagen we de maan opkomen.
En we aten macaroni met kameel, rijst met kameel, pasta met kameel, couscous met kameel… Vullend, dat wel.
Dit is Afrika.

Lees verder

Wereldschool

(Nouakchott)

Dit is nu ons Mauretaanse leven:
We wonen in een auberge en er trekken allerlei gehaaste reizigers aan ons voorbij, op weg naar Senegal en Mali, of alweer terug naar Europa. Voor onszelf rijgen de dagen zich aaneen als een snoer van onopvallende kralen. Af en toe zit daar een pareltje tussen:
– Ilco duikt bij het glamourloze strand door de golven met duizenden glibberige sardinen.
– Bloem en Chaia hebben voor het eerst echt vriendinnen die bij ons komen spelen en eten. Ze zijn Afrikaans en hebben mooie namen als Fatma, Tatouche en Nanouche; ineens leren onze dochters Frans.
– Dunya speelt eindeloos met een autootje “en de kindjes gingen over een hobbelweg en ze vielen niet om”.
– Ikzelf begin te fantaseren over een nieuw boek. Heel inspirerend is de bibliotheek van het centre culturel francais, weer een soort oase maar dan anders: voor het eerst sinds tijden weer boeken, schilderijen en films om me heen.
En elke dag zien we langzaam, heeeeeeel langzaam, de auto weer opgebouwd worden. Nog een week, hopelijk…..

Lees verder

Tijd

(Nouakchott) “Jullie doden de tijd.” Dat zegt Momo in het boek Momo en de Tijdspaarders. In dat boek is een heel leger van enge mannen bezig de mensen hun tijd af te nemen zodat iedereen steeds gehaaster wordt.
Bij ons in Mauretanie is het omgekeerde aan de hand. We krijgen steeds meer tijd, zonder er ook maar iets voor te doen. De reparatie van de auto duurt nog steeds voort.
“Ik wil korting,” zegt Ilco tegen de man van de auto-onderdelenwinkel, “want dankzij jou hebben we nog weer een week vertraging.” De man van de winkel kijkt hem verbijsterd aan en een Mauretaanse vriend zegt later: “Tijd is hier totaal onbelangrijk. Dingen duren zolang ze duren. Als dat langer is dan je dacht….. inch`Allah. En met geld heeft dat al helemaal niets te maken.”
Ik dood de tijd, zegt de Nederlander. Maar de Afrikaan zegt: uiteindelijk doodt de tijd jou.

Lees verder

Senegal!

(Saint Louis, km 9546)

We horen weer vogels! De straten zijn zonder afval en de auto’s lijken weer op auto’s in plaats van oud roest. En de busjes zijn vrolijk geschilderd in rastafari-kleuren en er is weer fruit dat niet verrot is en er zijn restaurantjes en de mensen zijn vrolijk en de vrouwen zijn elegant gekleed… Senegal!
De auto is zwarter en stoerder dan ooit en alleen een echte kenner ziet dat hij is opgebouwd uit drie verschillende generaties Landrover. We staan in een natuurpark aan de voet van een rivier en aan de zee, dus de meisjes zijn de hele dag op pad (Dunya: “Wat is verkenning?”) We slapen weer in de daktent!
Het monster dat Mauretantie heet wilde ons bijna niet loslaten. Vergeet de Bermuda-driehoek, het is Mauretanië dat argeloze reizigers opslokt. Nog op de dag van vertrek werden we door de garage tegengehouden; de Nederlandse banken maken kennelijk niet graag geld over naar het monster. Het duurde zo lang dat we uiteindelijk met een volgeladen auto terug moesten rijden naar het hotel waar we net feestelijk waren uitgezwaaid. De volgende dag opnieuw vertrokken. Na een uur (we waren in ieder geval Nouakchott uit) sprongen diverse waarschuwingslichten op rood. Er bleek een speciaal soort schroef verbogen. Dat betekende op zoek naar een schroef in de savanne, een Afrikaanse variatie op de speld in de hooiberg.
Maar nu zijn we dan toch in Senegal, eindelijk!

Lees verder

Zwetende negers

(Toubab Dialo, km 9860) Ik zit zoals elke ochtend te schrijven op een klif met onder mij de zee. Om mij heen klinken de trommels van de djembeschool: de hele dag door steeds andere meeslepende ritmes. Iets verderop zit een beroemde dansschool: l`ècole des sables.
Het is bijna regentijd, maar nog net niet. We eten ons suf aan de mango`s die uit alle bomen rollen. De vis komt hier met bananenchutney of gestoofd in cocossaus met gember. Er is weer wijn – en niet eens zulke slechte. Bloem krijgt djembe-les. Samen met haar vader en zusjes klautert ze in reusachtige baobab-bomen of ze laten zich door de reuzengolven omver gooien. We hebben zelfs onze eerste mini-safari gedaan en stonden meteen oog in oog met vier vriendelijke giraffen. Er waren ook slapende zwarte neushoorns, dichterbij dan ik ze in Afrika ooit heb gezien.

Lees verder

Van baobabs en leeuwendansers

(Sokuta, Gambia, km 10471)
We slapen onder een baobab. Hij lijkt nog het meest op de Enten uit de Lord of the rings-films. Levende bomen.
De vlakte om ons heen is leeg en stil. Bergjes van zout, iets verderop het water. Een paar krekels zingen alleen voor ons.
In de verte klinken trommels, er is feest in het dichtstbijzijnde dorp, zoals zo vaak. De griot, de verhalenverteller, slaat op de tamtam. Bombombom. Ilco en ik dansen onder de baoboab. 

Ze zeggen dat een vertoornde god de baobabs in een ver verleden woedend uitrukte en ondersteboven terug smeet, de takken boven ons zijn dus eigenlijk de wortels.
Ze zeggen ook dat onder baobabs vroeger de griots werden begraven en dat hebben we zelf gezien: de schedels rolden er nog uit. Elk dorp heeft wel zijn eigen, speciale baobab die heilig is. Daar komt de priesteres om geitenbloed te offeren. Ze gooit het zo de holte van de boom in, terwijl ook de dorpelingen dansen onder de boom. 

Overdag zien we oude vrouwtjes langs de weg met apenbroodpasta (van de baoboab dus), die je op je huid kan smeren als je ergens een infectie hebt.
Maar Bloem en Chaia zijn vooral dol op de baobab omdat je er zo goed in kunt klimmen. Er is hier zelfs een klimpark dat Accrobaobab heet waar je langs lange lijnen van boom naar boom roetsjt. 

Lees verder

Cocktails en kroketten

(Kololi, km 10493)
“Koffie?” vraagt de nachtwacht van het kleine hotelletje. Het is vroeg in de ochtend, de zon is nog fris en vanuit zee waait een lief windje. Duiven koeren en parkieten zingen in de kokospalmen. Ilco slaapt nog en Dunya speelt rustig in het zand dat nu nog koel is.
Ik klap mijn computer open. Ik begin te schrijven.

De ene helft van Gambia is arm, bossig en vol vogels en via rode zandweggetjes verbonden met de andere helft, de strandkant. Die helft is van de toeristen en via het perfecte asfalt kan je hun routes volgen: strand, bank, disco. 

Denk niet dat wij alleen maar in de bush zijn. Het is minstens zo fijn om weer eens een biefstuk te eten – om een elektrotechnicus aan de reserve-accu te laten sleutelen – om een echte supermarkt te bezoeken – een nieuw badpakje voor Dunya te kopen (het oude was zo versleten dat ik het elke avond ouderwets zat te stoppen) – geld te pinnen, te mailen, de computers op te laden – het huiswerk van de wereldschool op te sturen – en om een geweldige hybiscus-apenbroodcocktail te drinken.
Zelfs het broodje kroket bij restaurant “Dutch whale” is nu een hoogtepunt.

Lees verder

Mango en mangrove

(Ziguinchor, km 10801) Bericht uit de tropen.
Denk: hybiscus, palmbomen, rijstvelden, mangrove. Vogels. Douchen in de “bush douche” (door Dunya, een beetje sinister, “butcher douche” genoemd): een emmer water uit de put halen en over je heen scheppen. En alles is reusachtig: de mango’s(model rugbybal), de mieren en de kakkerlakken, zelfs de ratten (ooit een rat gezien zo groot als een poes?)
We slapen onder de beschermende armen van de kapokboom en de nacht is vol met dromen. Ik denk dat het door die boom komt, Ilco wijdt het aan de samenstelling van de lucht. Iets met ozon. 

Er is een geweldig jeugdboek – Aan de bal, van Lineke Dijkzeul – over een Afrikaans voetballertje, dat voor onze ogen tot leven komt. De oude mannen onder de baobab, de vrouwen die in grote vijzels de ongepelde rijst stampen, het blote voeten voetbal, de palmwijn die iedereen drinkt. 
De dorpschef is vlakbij ons komen slapen om ons te beschermen. Zijn nicht kookt rijst met vis voor ons.

Lees verder

Drie nachten in de Casamance

(Cap Skiring, km 10830)
“En ik was een man toen de zon weer opkwam…” 

We zitten op een eiland, tussen twee armen van de Casamancerivier. Het is avond, de meisjes slapen.
Ik denk aan mijn nieuwste boek. Daarin speelt een Diola intitiatieceremonie, die van jongens mannen maakt. Ze gaan een paar nachten het Geheime Bos in en daarna zijn ze volwassen. Zo’n ceremonie komt per dorp maar eens in de twintig jaar voor. En precies nu vindt zo’n initiatie plaats, in een verscholen dorpje aan de andere kant van het water. Wat zou ik er graag even kijken… maar dat kan niet, het is supergeheim.
Ilco en ik staren over het water waarin honderden sterren weerspiegelen. Er is geen maan.
En dan gebeurt het. De geluiden. Het water draagt ze naar ons toe, helemaal vanuit de andere kant van het Geheime Bos. Alsof we er middenin staan. Het bong-bong-bonbong van de tamtam die het verhaal vertelt van de jongens die vannacht man worden. Het geloei van de koeien die geofferd gaan worden. Gegil en geknal van vuurwerk En het zingen. Woest gebral, als van voetbalsupporters na een finale. Maar ook ineens hoog en etherisch, toverachtig mooi. En steeds weerklinkt de tamtam, de hele nacht door.

Lees verder

Jungle lady

(Bissau, km 11.302)
In Guinee Bissau is overal oerwoud. Veel daarvan is Heilig Bos, waar geesten huizen en oude rituelen worden voltrokken.
Daar zouden we gaan kamperen.
Algauw sloot het bos zich om ons heen. Het is een oerwoud dat je opslokt, niet alleen hoog, maar ook juist heel laag begroeid met varens en struiken. Daar werkten we ons met de Landrover over een nauw paadje. Zand, blubber, kuilen, boomwortels. Af en toe hingen we helemaal scheef, takken en palmbladeren striemden de auto – die het overigens geweldig deed. Net als Dunya trouwens, die nu definitief over haar hobbelwegen-angst heen is, gelukkig.
Ik stifte mijn lippen en Ilco keek verbijsterd opzij: “Gaat ze het oerwoud in en wat doet ze…” Maar dat moest. Want we hadden net twee dagen in een klein dorpje gestaan, tussen de vissers, de voetballertjes en de varkens. Geen water, geen licht, reuze puur. Maar als je daar dan een buikgriepje krijgt, voel je je ineens wel erg vies en zweterig. En als dan de wc-situatie iets is als: zoek maar een plekje tussen de vissers, de voetballertjes en de varkens… precies, dan wordt die lippenstift ineens het laatste, onontbeerlijke teken van beschaving.

Lees verder

De dag dat de vrouwen van Bubaque dansten

(Arquipelago dos Bijagos, Guinee Bissau) Toen de nieuwe veerboot in gebruik werd genomen hadden de bewoners van alle eilanden zich verzameld voor de eerste aankomst. De vorige veerboot had het maar een dag volgehouden, dus nu was er, jaren later, reden voor feest. De vrouwen van Bubaque dansten in hun raffiarokjes met hun billen naar achteren en maakten de verwachte toestroom van toeristen belachelijk door te zwaaien met mobiele telefoons en te doen alsof ze van alles foto’s maakten. Van een afstandje keken de kapiteins van de houten roeibootjes toe hoe de nieuwe boot er niet in slaagde om aan te leggen. Vijf, zes, zeven keer moest het schip heen en weer varen, touwen vielen in het water en de Portugese bemanning schreeuwde. Toen konden eindelijk de eerste toeristen aan land: een witte familie die een klein kind bij zich had met sterrenkleurig haar, dat met ernstige ogen keek naar de vrouwen van Bubaque die nu voor haar dansten en in hun borsten knepen.
Op de kade floepte de streng met feestverlichting aan en het begon sterk te ruiken naar geroosterde vis. De Portugese kapitein glunderde naar de vrouw van de Amerikaanse hulporganisatie en zette de motor van het schip uit. Toen begon het te regenen.

Lees verder

Guiné Bissau

(Jemberem, km 12454)
In de jungle van Guiné Bissau zijn geen fraaie lodges waarvandaan open jeeps in een kleine file rijden voor het perfecte fotomoment van de leeuw die een zebra opeet. 
Er zijn geen bruggen door de bomen en geen bootjes langs de mangrove.
Je moet zelf op zoek. Naar de schildpadden. De nijlpaarden. De chimpansees. Of de olifanten die heen en weer lopen tussen Guinee Bissau en Guinee. 
De beste gidsen zijn hier de onderzoekers van de vele natuurparken – als ze tijd hebben- en verder moet je bereid zijn lang en ruig te reizen. 

Lees verder

Wild

(Kayes, km 13610)
“Komen jullie uit Guinee Bissau? Daar zijn ze toch wild?” vragen ze in Senegal, waar we doorheen trekken om bij het volgende land, Mali, te komen.
Wild… De mensen lopen er half in hun blootje en leven volgens oeroude tradities. Ze kunnen amper lezen en schrijven. Wanneer wij onze tent “wild” opzetten, rukken ze ons bijna de kleren van het lijf. De kinderen gillen als Dunya ze door haar kaleidoscoop laat kijken: een toverding! En als Dunya daarna rondgaat met een doos snoepjes, vallen kinderen -en volwassenen- aan als hyena’s en binnen een paar seconden is alles op en de doos aan flarden.
Hier zijn we ook voor het eerst in Afrika bestolen en wel van iets heel ergs: Mieke, Vriendin, Annabel en Maria werden door het halfopen autoraam meegegrist. Voor wie ons heeft gevolgd: vier van de elf popjes verliezen is Bloem en Chaia’s ergste nachtmerrie en zo gedroegen ze zich dan ook (huilen, gillen) toen de diefstal werd ontdekt.

Lees verder

De wereld van Dunya

(Segou, km 14625)
De wereld van Dunya is als een toverbal. Je slaapt dan weer in de daktent, dan weer op een matrasje op de grond en dan ineens weer in een echt groot bed. Je drinkt het liefst rode limonade en je eet, net als de Afrikanen, bij voorkeur met je handen. Rijst, vis, ei, alles is lekker. Maar de grootste “lekkerheid” is ijs – zodra we dat ergens zien kopen we het voor haar.
In het Russisch, in het Arabisch, in het Swahili en zelf hier in Mali in het Bambara… bijna overal betekent Dunya “wereld” of “leven”. En de wereld van Dunya is roze van dikke big Knor, en roze van haar eigen blote buik en billen, want Dunya loopt het liefst bloot rond en op een of andere manier zijn haar (roze) schoenen altijd kwijt. Ze is dol op tekenen, maar nog meer op zwemmen. Staan we bij de Niger met onze tent, duikt Dunya als eerste de rivier in. Of anders wel in de zee, de waterval, het zwembad. “Papa, kom je mee?”
Dunya’s waterwereld is goud van de Afrikaanse zon,die haar vlashaartjes nog witter maakt.
De wereld van Dunya is een gouden stuiterbal en zij staat er middenin.

Lees verder

Timboektoe

(Timboektoe, km 15.544, 40 graden in de schaduw)
Timboektoe, stad van zout en goud. Heilige stad, waar overal jongetjes met houten schrijfplankjes voor zich de koran zitten te reciteren. Zesenvijftig dagen duurde de tocht door de woestijn, dan was de kamelenkaravaan eindelijk bij de poort van Afrika gekomen. Het rijke Timboektoe was zowel het einde als het begin. Een magneetstad.
De weg erheen is nog steeds lastig, maar in de regentijd, drie maanden per jaar, gaat er een boot over de Niger naar toe. Twee dagen en twee nachten varen langs de oever die steeds minder groen en steeds meer woestijn wordt, voorbij de vissers en de kleine modderhutjes van de Bozo-stam. Kleine blote kindjes gillen langs de oever. Nijlpaarden zwemmen verschrikt opzij.
Op weg naar Timboektoe. Tijd om te schrijven (zie Chaia’s prachtige gedicht hieronder), te mijmeren –en om de nieuwste Harry Potter uit te lezen, die een erg aardig iemand mij per koeriersdienst heeft toegestuurd (ach, afscheid van Harry Potter…). 

Lees verder

Gids ten onder in Dovenland

(Hotel Dunia, Ouahigouya, Burkina Faso, km 16.284)
Iedereen in West Afrika praat over Dogon Land. Daar moet je echt naar toe, het is een hoogtepunt.
“Waarom is dat dovenland (Dunya’s benaming) dan zo bijzonder?” klaag ik, want de weg erheen is weer verschrikkelijk: kuilen, modder en enorme rivieren waar we dwars doorheen moeten rijden. 
Ik zal nooit een Camel Trophy Girl worden, vrees ik. Al zo’n keer of honderd hebben we in mijn fantasie onze assen gebroken, zijn we van de weg af geslipt, of stil blijven staan in het midden van de rivier terwijl er steeds meer water de auto binnenstroomt. Dus nadat we de zoveelste rivier ondanks mijn angstig gepiep gewoon weer veilig passeren -wat Dunya de verbaasde uitroep ontlokt: “Jij bent toch de moeder?”- mopper ik: “We hebben de Diola, de Bozo en de Biajeros al gezien, wat maakt deze Dogonstam dan zo speciaal?”
Nu weet ik het.

Lees verder

Malaria

(Kumasi, Ghana, km 17329)
De koning houdt audiëntie. Hij komt in vol oornaad het paleis in, aangekondigd door trommelaars en hoornblazers. Overal zijn zwarte mannen in lange Romeins aandoende gewaden. Dit zijn de Ashanti, ooit de machtigste stam van West Afrika, rijk geworden door goud en slavenhandel (met de Nederlanders bijvoorbeeld).
De koning spreekt zelf niet. Hij neemt geschenken in ontvangst, hij luistert. Zijn raadsheer spreekt namens hem.
Deze keer is er een groep Zuidafrikanen. Zij zijn dwars door de jungle van Angola getrokken, met Landrovers, om de koning van de Ashanti een geschenk te geven: duizenden klamboes. “We hebben krokodillen getrotseerd, rivieren en oerwoud, onze auto’s zijn van de weg geraakt, maar we wilden u en dit volk dit geschenk komen brengen. Want een klamboe is een van de weinige dingen die echt helpt tegen de hier zo talrijk aanwezige malariamuggen.”

Tussen de halfblote Ashanti loopt een lange, blonde fotograaf. Het is Ilco die zich er naar binnen gekletst heeft. Natuurlijk.
Maar waar zijn al zijn vrouwen?

Lees verder

Amazing days

(Krokobite, Ghana, km 18054) 
Om bij te komen na de ziekte van Chaia zijn we de vieze stad uit gevlucht naar een tropisch kratermeer. Hier horen we weer vogels, hier kunnen we weer buiten leven. 
Voor de Ashanti is dit een heilig meer. Ze geloven dat hier de zielen van de doden komen om afscheid te nemen van de god Twi. Het is dus eigenlijk een soort transit-plek. De vissers varen niet in boten, maar op planken en gebruiken handpeddels om de doden zo min mogelijk te storen. 
Ik zwem in het meer dat rustig en vredig is. Ergens onder me zwemt Roef, die deze week, veel te vroeg, is overleden. ik kende zijn vrouw, Susan en moet al dagen aan haar denken. En er zijn nog meer doden om mij heen. Laura, Jozefien. Ilco’s vriend Wim. Bert, de man van mijn beste vriendin en vader van mijn "petekindje" Madelief. En mijn neefje Jeroen natuurlijk, hij zou nu negentien jaar zijn. 
Het is een mooie plek om afscheid te nemen van de wereld, denk ik, zelfs als je eigenlijk nog niet van plan was over te stappen, en ik zwem een tijdje met ze mee. Mijn lieve doden. 

Ilco: " En heb je ook nog gewoon lekker gezwommen?"

Lees verder

West Afrika – zo was het

(Kaapstad, km 24179) 
We hebben een reuzensprong gemaakt. Omdat in Niger twee stammen elkaar in de haren zijn gevlogen, er in Angola landmijnen zijn en in Kameroen de wegen zo nat en blubberig zijn dat je, volgens de berichten van collega-overlanders, maar twintig kilometer per dag kunt reizen, hebben we de auto in Ghana op een vrachtboot gezet. En die boot gaat helemaal naar Kaapstad. Helaas mochten wij zelf niet mee, dus we zijn naar Kaapstad gevlogen. Volgende keer meer daarover, maar nu eerst een terugblik op ruim vijf maanden West Afrika.

West Afrika was:
– Natuur! Eindeloze woestijnen met kamelen erin. Knisperend groen regenwoud. Kusten- zowel verlaten stranden vol kokospalmen als onherbergzame rotsen met aangespoeld afval van de vissers. En vaak was het net als in het boek van de Berenjacht: ‘we kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor… o nee, we moeten er wel dwars doorheen!’
– Nieuwe verkeersregels! Bijvoorbeeld: hoe haal ik zo gevaarlijk mogelijk in (Afrikanen doen dat bij voorkeur in een bocht, vlak voor een heuvel, vlak voor er een tegenligger aankomt, of als er net twintig geiten oversteken). Weetje: geiten gaan altijd opzij, voor schapen moet je remmen, want die blijven dom midden op de weg staan.
– Fruit! Na de mangotijd kwamen de ananassen, de groene sinaasappels, en de bananen (klein, groot, gebakken, als chips, voor het ontbijt of voor het avondeten).
Overigens zijn er ook zat woestijnweken geweest met hoogstens hier en daar een komkommer.

Lees verder

Alles zo licht

(Kaapstad) Lees het vorige weblog er nog eens op na en bedenk: een ruige familie die soms wekenlang op het meest simpele eten heeft geleefd; die woonde in een auto en al in geen maanden meer een supermarkt had gezien. Die ontstellend armoedige ziekenhuisjes heeft bezocht en gewend is dat van een stad alleen de hoofdstraat geasfalteerd is (en soms zelfs dat niet).
En denk dan aan Kaapstad, stad van wolkenkrabbers, koffiewinkels, shopping malls, salad bars en speeltuinen. Wasserettes met echte wasmachines erin! Warm water, onbeperkt stroom, internet zo snel als een straaljager…
Opa en oma zijn er met kilo’s boeken en drop. ‘Ik merk dat jullie lang niet veel hebben gegeten,’ zegt oma als we al genoeg hebben aan een klein bordje eten (en vervolgens de een na de ander met buikpijn naar de wc verdwijnt).
Maar het licht is hier zo helder en de golven beuken zo prachtig tegen de Kaap. Ik koop nieuwe lippenstift en nagellak in drie kleuren. Dit zijn wij natuurlijk óók: een westerse familie met een geladen credit card en erg veel trek in wijn en schuimende capuccino (Ilco en Anna) en in echt Italiaans ijs (de meisjes).

Lees verder

Werelds

(Hermanus, km 24229) 

– “Hi Ilco,” vleien de Engelse nichten van de wasserij die op een chill out room van een hippe club lijkt. My beautiful laundrette – en voor een habbekrats doen ze je was en strijken en vouwen die voor je alsof je kleren net uit de boetiek komen (mogen deze jongens met ons mee? Voor altijd?)
– “Epileer je mijn wenkbrauwen niet te grondig?” vraag ik bezorgd aan de Chinese schoonheidsspecialiste (er is hier zowaar een enorme Chinese gemeenschap) als ze na tien minuten nog steeds nieuwe scharen en pincetten tevoorschijn tovert. “Yes yes, too much, yes. Solly,” zegt ze enthousiast en smeert Chinese toverolie op mijn gezicht die warempel botoxachtige effecten heeft.
– “Good of you to come, Anna,” zegt de tandarts die op Bobby Ewing lijkt. Ook zijn kantoor doet aan Dallas denken: vanuit de behandelstoel zie je de zee en er lopen assistenten op veel te hoge hakjes. “Bleech, panoramical pictures, mouthwash?” vraagt de tandarts en doet mij, nadat ik slapjes op alles ja heb gezegd, vervolgens royaal een fluorbehandeling cadeau. Als ik wegga omhelst hij mij en zoent me innig op mijn gladde wangen.
– “Dat is dan 400 rand,” zegt de Vlaamse dokter, nadat hij zes soorten drankjes en medicijnen heeft voorgeschreven voor een hardnekkig buikgriepje van Dunya. Hij is in pak, hij komt aan huis, hij spreekt zes talen… en je kunt bij hem met creditcard betalen.
– En echt élke keer als we een biefstuk gaan eten in het steakrestaurant aan de overkant, van het hotel in Kaapstad gaan halverwege de lichten uit en verschijnt er een taart met sterretjes. De muziek gaat op topsterkte, happy birthday natuurlijk, en alle obers (“Hi, I’m your waiter tonight. My name is Mandla. From Amandla, haha.”) zetten snel hun feesthoed op en haasten zich om rondom de, meestal tamelijk beduusde, jarige te komen dansen, zodat je –net op weg naar de salad bar- in een verbijsterende kakafonie vast komt te zitten.

Lees verder

Langs de Wild Coast

(Durban, km 26339) 

Olifanten!
Kleine, grote, baby’s en hele oude rimpelige. Ze rollebollen in een modderpoel, doen spelletjes met slurven, eten de struiken kaal, poepen dikke drollen op de weg en lopen rakelings langs onze auto. Overal zijn olifanten. 

“Alle olifanten hebben lachmonden,” zegt Bloem, maar ik ben altijd een beetje bang voor ze. Olifanten zijn niet zacht zoals leeuwen, niet grappig zoals giraffen en struisvogels en niet zo mooi als zebra’s of gemsbokken. Ze zijn alleen maar reuze slim, als tenminste dat verhaal klopt dat ze het in geen twintig jaar vergeten als je een keer onaardig tegen ze hebt gedaan. Dus ben ik altijd maar erg vriendelijk als ik er eentje tegen kom, zelfs in Artis. Door het open raampje van Zeerover zeg ik zachte woordjes tegen de kolos die naast me staat, zijn kleine kraaloogje kijkt me indringend aan.
“Mam, doe niet zo stom,” zegt Chaia, “hij verstaat je echt niet hoor.”
“Weet je dat zeker?”
“Nee, dat niet.”
Ik kan het toch niet laten. En bovendien, je weet maar nooit of je nog eens een wederdienst van een olifant nodig hebt. 

 

Lees verder

De draak en de non-Europeans

(Drakensberg, km 26939) 

Mijn moeder is op bezoek en ze reist met ons mee naar de Drakensberg. Dat betekent in een berghutje bij de open haard zitten met verse forel op het vuur, bossen vol exotische veldbloemen plukken en ’s nachts kruiken in je bed. Ook dat is Zuid Afrika! Net als de stranden, de dierenparken en de grote, Amerikaans aandoende steden met hun overdadige supermarkten waar we nog steeds niet op uitgekeken raken. 

Maar eenmaal van de snelweg af, is het wel heel fijn om de stilte weer te horen en vanuit ons hutje naar de bruine bergketen te kijken die de grens vormt met Lesotho. Alleen Dunya is teleurgesteld: “Denk je dat hij dan misschien morgen komt, mama? Die draak.” 

Lees verder

Beestachtig mooi

(Kosi Bay, km 27534)
Apen op de tent, apenpoep op onze stoeltjes. Een echte safari met giraffen, zebra’s en zelfs twee leeuwinnen, heel dichtbij. We zien een witte neushoorn zijn territorium ondersproeien, we horen hem hard gnuiven. Een paar giraffen wuiven hun lange nekken rondom een drinkplaats, het lijkt wel een prehistorisch sprookje. Nijlpaarden zwemmen langs met kleine nijlpaardbaby’s op hun rug. En door de lucht glijden adelaars en gieren, op zoek naar prooi.
Hoe dichter we bij Mozambique komen, hoe ongerepter. We zijn de enigen op prachtig wilde stranden waar we snorkelen met gekleurde vissen en flamingo’s elegant voorbij stappen op hun hoge sprieterige poten.

Zie ook Ilco’s andere mooie dierenfoto’s (via ‘ meer foto’s’).

Lees verder

Tuimelaars

(Xai-Xai, km 28509)waarschuwing: deze keer extra idyllisch…
Maandagochtend.
Dolfijnen buitelen door de hoge golven en zwemmen onder ons door. Schildpadden, walvissen, haaien, nu weer dolfijnen… `wordt het al een beetje gewoon?` Nee dus. Het bijzondere wordt nooit gewoon, het gewone wel bijzonder. Aan het einde van een lange safaridag smaken die gepofte aardappelen uit ons vuurtje lekkerder dan wat ook. Middenin de nacht de tent steviger vastzetten als het ineens begint te stortregenen – veiliger kan een huis niet zijn. Geen beter speelgoed dan schelpen, een pen en een schrift, geen fijnere bibliotheek dan onze eigen boekenla met boeken die stuk voor stuk worden stukgelezen.

Lees verder

“Magic in a magical land”

(Tofo, km 28844 )Toen we ons huis in Durgerdam verkochten en het allerbelangrijkste inpakten om twee jaar met Zeerover op reis te gaan, zag ik er vooral tegenop om alle feesten te moeten missen. Zoals Sint Maarten. Oma’s, vriendinnen, kinderen uit de stad – ze kwamen allemaal bij ons. Ik maakte een enorme pan erwtensoep of bruine bonen en ik bakte koekjes die we versierden om uit te delen aan de kinderen die met hun lampion voor onze deur liedjes kwamen zingen. Ik stak kaarsen aan in de vensterbank, maakte worst warm en dronk een paar borreltjes bij onze onvolprezen buurman Ton. Hoe moest dat in Afrika?
Het eerste wonder is dat ik het niet meer erg vind. “Ach, het is morgen Sint Maarten,” zeg ik alleen maar. Het tweede wonder komt van onze drie dochters. Ineens gaan ze in de weer met zaklantaarns, knuffelbeesten en zelfs Dunya’s roze zwempakje. Het resultaat is verbijsterend. In de pikdonkere nacht aan het verlaten strand (geen maan en geen elektriciteit) branden ineens drie betoverende lampions. Ik sta bij de voordeur van het hutje, met een inderhaast bij het tankstation gekochte zak snoep, Ilco speelt bij de achterdeur buurman Ton: “Zo, rotkinderen, zing dan eens. Of kunnen jullie dat niet meer?” Dunya heeft in razend tempo een heel repertoire Sint Maartenliedjes van haar zussen geleerd en zingt dwars door alles heen.
“Wat was het leuk he?” zegt Bloem vlak voor ze gaat slapen.

Lees verder

De lange tocht

Cape Maclear, Malawi (km 29834)

“Life is not measured by the numbers of breath we take
But by the moments that take our breath away”

(tekst in natuurpark in Mozambique)

In Mauritanië ontmoetten we hen voor het eerst. We werden vrienden toen we allebei noodgedwongen in Nouakchott moesten blijven. Daarna zagen we elkaar ook nog in Senegal en nu ontmoeten we Liesje en Francois voor de derde keer – in Malawi. We rijden honderden kilometers over landweggetjes door de binnenlanden van Mozambique om bij ze te komen.

Lees verder

Over de bergen

(Nampula, km 30724) Hoe klinkt een trompetterende olifant?
Jarenlang doen wij dit familiespel: wie kan het beste een olifant nadoen. Probeer het maar eens, het is moeilijker dan je denkt.
In het enige wildpark van Malawi lopen jonge mannetjesolifanten dwars door het kamp. Overal ligt olifantenpoep. De bewakers proberen ze ’s nachts weg te jagen, we worden regelmatig wakker van het boze getrompetter. Na een paar keer weten we eindelijk precies hoe het klinkt: een combinatie van een tentrits die wordt dichtgetrokken en een voorbijrazende formule 1 racewagen

Maar Malawi is vooral het Malawi-meer, zo groot als een zee, zo zoet als kraanwater en zo koel als een zwembad. Je kunt er in roeien en snorkelen met kleine felgekleurde visjes. En zwemmen natuurlijk. Als ik hier zou wonen, zou ik enorm gespierde armen krijgen en verbluffend slank worden van al dat baantjes trekken. Om me heen zijn rode bergen, een paar vissers in kano’s en af en toe wat lemen hutjes op het strand. In de lucht klinkt de lokroep van de visarend. Dit is mijn totemdier, nu weet ik het zeker. Zo door de lucht te zeilen, sterk en eindeloos. Vrij.

Lees verder

De zwiep van de slinger

(Pemba, km 31055 )
Er ligt een eiland voor de kust van Mozambique, waar een lange, dunne brug (absoluut eenrichtingsverkeer) naar toe gaat. Vroeger was dit het machtscentrum van de Portugese overheersers. Vasco da Gamma is er aan land gekomen, de Portugese koning had er zijn eigen buitenverblijf. Het wemelde er van de Arabaische handelaars op doorreis naar India en Europa en in het fort wachtten duizenden slaven op hun schip naar hun nieuwe meester.

Nu is Ilha de Mozambique een spookeiland.
Het is nog het meest bekend om zijn musiro, een zelfgemaakte schoonheidscreme waardoor de vrouwen er rondlopen met witgekalkte gezichten. De kinderen van de vissers spelen tussen de ruines van de enorme koloniale gebouwen en alleen de grote groene moskee is nog in gebruik. Uit de muren van de kerken groeien bomen. Overal zijn klokken – en al die klokken staan stil.

Lees verder

Geskimd!

(Cabo Delgado, km 32315 )

NB Op 20 december in de winkel: kerstspecial Kidsweek Junior met verhalen van Bloem en Chaia.

Eén van de allerfijnste dingen van twee jaar op reis gaan, is dat je geen last meer hebt van instanties. Belasting, papieren, administratie, het is allemaal tot een minimum geslonken. Catherine in Nederland houdt een oogje op onze bankzaken en mijn vader heeft alle rompslomp van de verkoop van ons huis op zich genomen. Dus wij zijn heerlijk, onvoorstelbaar vrij.
Soms is er een kleine kink in de kabel. Het bevolkingsregister dreigt ons uit te schrijven en de kinderbijslag houdt zomaar op, maar tot nog toe lukt het ons om daar zo min mogelijk tijd aan kwijt te zijn.
Daarom komt het misschien wel als een extra schok als ineens al ons reisgeld is verdwenen van onze rekening. AL HET GELD, voor twee jaar. Na een slapeloze nacht krijgen we eindelijk Catherine aan de satelliettelefoon en het blijkt dat we zijn geskimd (weer een nieuw woord geleerd). Iemand heeft in Zuid Afrika onze bankpas op ingenieueze wijze gekopieerd en neemt al een maand lang elke dag 1000 euro op van onze rekening…
Maar de bank is verzekerd, ons geld krijgen we terug. En alle ellendige rompslomp komt grotendeels bij Catherine terecht. Hoera voor Catherine, hoera voor de ABN Amro!
Van pure blijdschap rijden we weg met de achterdeur wijd open (zie volgende foto).

Lees verder

Wet and wild

(Dar es Salam, km 32995 ) De kustweg naar Tanzania zit vol verrassingen. Zand, modder en zoveel water dat het lijkt alsof we kilometers lang door een wasstraat rijden. De meiden lachen, ik huiver.
De grens is een rivier. Het wachten is op hoog water en een autopontje dat soms wel en soms niet vaart. We sturen een jongetje eropuit om de kapitein te zoeken, die in Tanzania blijkt te zitten. Ondertussen maakt Ilco een vuurtje en kookt een interessant stoofpotje. De meisjes wassen blij hun haren in de rivier, eindelijk zoet water.
Dan stijgt het water en met het water komen ook de nijlpaarden en de krokodillen. Chaia is vooral beledigd dat ze nu van ons niet meer mag zwemmen.
Maar daar is de boot al. We rijden erop en langzaam, heel langzaam, tuffen we de rivier op. Om ons heen valt de nacht, sterrenregen en een heel klein maantje – het is net een sprookje.

Lees verder

Terugblik

Afscheid van de Indische Oceaan.
(Moshi, km 33815) Bijna vijftienduizend kilometer zijn we langs de zee gereden. Van Kaapstad naar Tanga in Tanzania. Van de grillige bergen van de Wild Coast, via de dolfijnen in Mozambique tot aan de Swahili dorpjes en de eindeloze zandbanken van waar we nu zijn. Nog nooit zoveel palmbomen gezien. Nog nooit zo vaak wakker geworden van meeuwen en het geluid van de branding. Soms hard en gevaarlijk, soms zachtjes kabbelend. We stonden op totaal verlaten baaien in de brandende zon en op tropische campings met strandbarretjes. We hebben gesnorkeld, gedoken en met kleine houten dowhs zijn we naar onbewoonde eilandjes gevaren. Ik heb God gezien in een acht meter lange walvishaai. We hebben ons geprikt aan kwallen en zee-egels, de meest prachtige kauri-schelpen verzameld en op windstille nachten maanziek naar de Mondscheinsonate geluisterd.
En nu gaan we het binnenland in, om pas maanden later, bij Egypte, weer bij de zee te komen. Elke kilometer gaat traag, als door woestijnzand. We willen niet weg…

Lees verder

Peace

(Arusha km 33815) Even een heel kort bericht omdat we op safari zijn. 
We zijn niet terechtgekomen in de oorlog in Kenya. Wel gaan we morgen terug om onze spullen te halen en te zien of en hoe we verder moeten, want de weg naar Uganda is nog versperd.
We zijn verdrietig om al die doden in dat mooie fijne Kenya. Kenya huilt en wij ook een beetje. 

Over een paar dagen, als we weer bij Ilco’s computer kunnen volgt een hilarisch verslag van onze safari met opa Snor. 

Tot die tijd: liefde, licht  en vrede voor iedereen.

Lees verder

Op safari met opa Snor

(Karen, km 34007 )
Mijn vader komt op bezoek met zijn vrouw Anne, en omdat hij zich nog wel eens zorgen maakt over al onze avonturen, wil ik dat alles deze week vlekkeloos verloopt. Dus ik heb voor het eerst deze reis reserveringen gemaakt en een echte planning.
Natuurlijk loopt alles anders.

Opa Snor vliegt Kenya binnen op de dag van de verkiezingen en de piloot waarschuwt iedereen om vooral zijn hotel niet te verlaten.
Terwijl de eerste doden vallen, vertrekken wij toch voor onze safari. Op oudejaarsdag zitten we in een prachtige, maar tamelijk verlaten lodge waar alle feestelijke activiteiten zijn afgelast. Gelukkig hebben we zelf champagne en oliebollen bij ons.
De dag erna krijgen we motorpech en opa Snor en Anne zoeken mee in een klein ontoeristisch dorpje naar een garage. Dat blijkt een leeg terreintje te zijn met een kist onderdelen ernaast, maar daarbij zit gelukkig wel precies het onderdeel dat we zoeken.

Lees verder

Een kaasje bij de brandhaard

(Kampala km 35992)
West-Kenia. Steeds dichter kwamen we bij plaatsen waarvan wij de namen ook alleen maar van CNN kenden. Eldoret, Kisumu. “Je moet in konvooi rijden,” zei de Keniase vereniging van reisorganisaties, “of onder escorte.” De ambassade die een speciaal noodnummer had ingevoerd, vroeg waarom we in vredesnaam niet gingen vliegen en stuurde ons toen door naar de politie: die moesten we bellen of de kust veilig was. Goed idee, maar: alle lijnen waren dood. Was het nu wel of niet veilig? Ja, zeiden de meeste Kenianen. Maar de avond voor we naar Eldoret zouden gaan, werd ik op de totaal verlaten camping (niemand gaat meer naar Kenia op vakantie; reisverzekeringen betalen niet meer uit) toch ineens enorm zenuwachtig. Gelukkig slingerde er op die camping een Nederlands boek: bevallingsverhalen van Beatrijs Smulders. Ineens was er niets geruststellenders om de aandacht van de oorlog af te leiden dan het idee van Nederlands bekendste vroedvrouw die in de vroege ochtend beschuit met muisjes zit te eten aan een of andere knus Amsterdams grachtje, terwijl er net weer een moeder onder haar bezielende leiding een oerprestatie heeft geleverd.

Lees verder

No one loved gorillas more

(Kabale, km 36612 ) Er zijn op de hele wereld nog minder dan duizend berggorillas over en dat die er nog zijn, komt door Dian Fossey. Deze enorm stoere vrouw reed met haar Landrover Lilly dwars door het regenwoud van midden Afrika op zoek naar de laatste berggorillas. Ze werd vrienden met ze en vocht tegen het grootste gevaar: de stropers. Die uiteindelijk ook haarzelf fataal werden, want middenin haar strijd werd ze vermoord. Haar hele verhaal is verfilmd – Gorillas in the mist – en nu komen er rijke toeristen zoals wij die laatste gorillas in het wild bezoeken (en zo de strenge rangers en onderzoekers financieren).
“No one loved gorillas more” staat op het graf van Dian Fossey. We slapen in het hotel waar zij ook sliep als ze voorraden moest inslaan of als ze weer eens werd verdreven door rebellen of stropers.

Lees verder

Groot en klein

(Kampala, km  37700)  In Uganda wonen nog een paar pygmeeën en Ilco had ineens een enorme fascinatie gekregen voor dit oeroude bergvolkje van kleine mensjes.
Dus wij naar de pygmeeën.
Met een gids en –op zijn aanraden – een zak meel, een zak bonen en een enorm brok zeep. Om uit de delen – we leken wel Ophrah Winfrey: in de winter gezellig met cadeautjes naar Afrika.
Maar de pygmeeën waren er blij mee en ze waren duidelijk een stuk minder ongemakkelijk met de situatie dan wij (of ik, Ilco liep vrolijk te fotograferen). We mochten hun piepkleine huisjes zien met hun piepkleine bedjes, waar ze met z’n allen staand in sliepen. En ze gingen voor ons dansen, want pygmeeën, weet ik nu, dansen een paar uur per dag.
Het is een van de weinige dingen die nog over zijn van hun oude cultuur. Verjaagd uit de bergen, verkocht aan circussen, vergeten bij de instelling van de nationale parken… maar dansen doen ze nog steeds. Van honderdjarige opa’s tot peuters die amper kunnen lopen, iedereen danst en zingt. Oma’s trommelen mee op lege jerrycans en stoere jongens spreiden hun armen en zakken door hun benen als Zorba de Griek. Zelfs de hele lange weg terug naar onze auto worden wij nog begeleid door een feestelijke escorte van dansende mannetjes.

Lees verder

Slalommen tussen de conflicten

(Kampala, km 37700)  De tekst van het weblog is deze week geschreven door Ilco.

Een Luo in het Witte Huis
Met enig geluk krijgen de Verenigde Staten dit jaar voor het eerste een zwarte president: Obama. Wij zouden daar zéér voor zijn, vooral ook vanwege zijn progressiviteit (maar misschien biedt dit ook ruimte voor toekomstige witte presidenten in Afrika?)
Obama heeft een Keniaanse vader van de Luo stam. Juist, dezelfde stam als van Odinga, die oppositieleider die in Kenia de verkiezingen gewonnen had, maar toch buiten de macht wordt gehouden. Zoals de Kikuyu dat al tientallen jaren met de Luo doen, wat de huidige etnische ontploffing verklaart. In Kenia maakt men er wrange grappen over: waarschijnlijk krijgt Amerika nog eerder een Luo als president dan Kenia zelf …
Ondertussen zitten wij wel mooi vast in Uganda. Bij vrienden in Kampala, dus dat is zeker geen straf, maar waar moeten we naar toe? Hoe komen we verder? In Kenia zijn binnen een maand na de verkiezingen meer dan 1000 mensen vermoord. Luo’s staken zelfs een kerk in brand, die vol zat met vrouwen en kinderen van de Kikuyu stam. Ook Ugandezen zijn niet veilig, omdat de Ugandese president Museveni de Kikuyu president als eerste met zijn ‘overwinning’ had gefeliciteerd. Alle grote wegen zijn door illegale road blocks onbegaanbaar gemaakt, geen enkele toerist reist nog door Kenia. Verzekeringen betalen niets uit, ambassades ontraden ieder bezoek ten stelligste, Kenia is No Go area.

Lees verder

Hotel Rwanda

(Kigali, km 37700 )

Do you know
Where you’re going to
Do you like the things that life is showing you
Where are you going to…

Dat zingt Diana Ross in de Landrover als we uit Kampala wegrijden.
Meestal laat het leven zich op onze reis van zijn meest geweldige kant zien. Ook nu weer: we slapen onder een opkomend maantje aan het Victoriameer en worden gewekt door het gezang van allemaal vreemde tovervogels. Aapjes springen vlak voor de auto opzij.
Het lot stuurt ons naar Rwanda. De weg erheen voert door de bergen en langs thee- en eindeloze bananenplantages. Rwanda wordt ook wel het land van de duizend heuvels genoemd en wij zien ze allemaal. We zijn weer op reis, we zijn gelukkig.
Maar dat is niet wat het leven ons nu wilde laten zien. Rwanda is niet alleen die heuvels en de exotische locatie van de film Gorillas in the mist.

Lees verder

Hollands Dagboek: jarig in Rwanda

(Kigali, km 39000)
Zaterdag
Omdat nu ook onze creditcard misbruikt is, moeten we eerst langs de Western Union, waar die lieve Catherine gisteravond geld naar toe heeft gestuurd en met een dik pak van zo’n slordige miljoen Rwandese francs verlaten we de hoofdstad.
Over een prachtige weg, gemaakt door Chinezen, bereiken we het Kivumeer. Onderweg lunchen we, omringd door zo’n veertig kinderen die ons bijna verpletteren met hun nieuwsgierigheid. Toeristen komen hier nooit. Een meisje spreekt een beetje Engels. “Are you Chinese?” vraagt ze aan Ilco.
We slapen in een soort conferentieoord van de kerk, met prachtig zicht op het meer. Het is nog niet makkelijk om een kamer te krijgen, zo vol zit het met ontwikkelingsorganisaties. Op dit moment heeft het “Tear Fund” bijna alle kamers in gebruik.

Zondag
We varen met een groepje lieve Rwandese homo’s (van het christelijke World Vison) mee naar een eilandje in het meer. Geen toeristen betekent ook geen tourist traps: gewoon een lief eilandje met een volleybalnet en iets verderop, tot groot plezier van de meisjes, een aap aan een touwtje.
’s Avonds eten we nijlbaars – alweer. Chaia baalt: “Wanneer kook jij nou weer eens, papa?” Maar kamperen doet niemand in Rwanda.

Lees verder

De poort

(Isiolo, km 40750)

Ik zit bij een kampvuur op een verlaten camping in de bergen van Noord Kenia.
Het is een lange tocht geweest, van Rwanda via Tanzania en door de Rift Vallei, die verrassend prachtig was. Kuddes nieuwsgierige giraffen om onze auto!
In Nairobi haalden we gisteren nog snel een visum voor Ethopie bij de ambassade naast het hotel waar op dit moment Kofi Annan vredesonderhandelingen aan het voeren is. Zijn gezicht prijkt op alle kranten, overal zitten de mensen voor de tv om het laatste nieuws te horen. Tegelijkertijd gaat alles ook gewoon door: mannen in pak verdwijnen in grote kantoren, en de lange, scherp naar koeienvet riekende, Masai valt in de bus rustig tegen mij aan in slaap.
Vandaag overal blije mensen. Het vredesaccoord is eindelijk getekend. De oorlog is voorbij! ‘Now we continue in the spirit of healing,’ zegt Annan.

Lees verder

Als het twaalf uur is in Ethiopie…

(Moyale, km  41300)

De zwarte stenenwoestijn zindert in de zon. Op het laatst zijn er geen dorpjes meer, alleen nog maar Samburu-strijders met roze veren op hun hoofd. Het zijn kamelenherders; er zijn grote kuddes op de weg, wel meer dan honderd.
Stuiterend over het wasbord komen we dan eindelijk Ethiopië binnen. Als we de meegebrachte fles cola openmaken, spuit het water als een fontein omhoog. Maar de auto geeft geen krimp en er komt maar één piepklein gaatje in de band. Het eerste deel van de oversteek door de woestijn is gelukt!
De grens loopt dwars door de stad. Aan de Keniase kant is die stoffig en vies. Maar in Ethiopie ligt er asfalt. Er zijn straatlantaarns, vrolijk geschilderde huizen, terrasjes met patio’s en bougainville. Overal bomen. Een bank en een internetcafé. Wij had dat nou gedacht van dit Live Aid ellendeland? En wie wist dat Ethiopie het land is waar de koffie, de pizza en de eerste mensen vandaan komen? Ik niet in elk geval.
We nemen het duurste hotel van de stad (tien euro) en proberen het zand en stof van ons af te spoelen met een douche die voortdurend schokken geeft als je eronder staat. Er blijft maar roestbruin water van ons afkomen, ik ben bang dat we nooit meer echt schoon worden.

Lees verder

Indianen!

(Arba Minch , km 42355 )
Grote veren in hun haar. Kraaltjes en kettingen op hun blote huid. Verfstrepen. Gewikkeld in dierenvellen… zo dacht ik vroeger altijd dat Indianen eruitzagen. Maar dat waren dus eigenlijk de stammen van Zuid Ethiopie. De Hammer, de Banna, de Ari – nergens ter wereld leven zoveel verschillende volken zo dicht bij elkaar in één vallei (en de bergen eromheen).
We bezoeken een paar markten, elke dag een andere, en ik voel me wel een beetje alsof het een of andere voor-oorlogse freak show op Coney Island is, waar wij als keurige westerlingen ons lopen te vergapen aan al die versierde lichamen. Maar gelukkig zijn wij voor al die stammen net zo exotisch als zij voor ons. Terwijl Ilco eindeloos foto’s maakt, gillen de vrouwen het uit als ze Dunya zien. Iedereen wil haar optillen en voelen aan de blonde haren van de meisjes. Is het echt? Hoe kan dat? En zo zacht! Vrouwen kussen Chaia’s hand. En prachtige jonge strijders, die in vol ornaat rondlopen met een soort verlegen trots, bieden om het hardst bij Ilco om Bloem’s hand.

Lees verder

Geloof

(Gonder, km 43703 )

Er staat een groep Ethiopische mannen rond de auto. Ze hebben hun ogen gesloten, de oudste prevelt zangerig voor zich uit. Hun handen zijn gevouwen, ze bidden. Voor Zeerover.
De auto staat inderdaad griezelig scheef op de rand van een berg. Er was plotseling een enorm gat in de weg (die toch al vol lag met zand, scherpe stenen en rotsblokken) en nu kunnen we niet verder. Niet omhoog: de banden draaien zich alleen maar steeds vaster in het stenengruis. Maar achteruit gaat ook niet, dan storten we de berg af. We krijgen er acuut ellendige Mauritanie-herinneringen van en willen absoluut geen enkel risico nemen met onze zwaarbeladen auto, ons huis. Pogingen van de mannen uit een naburig dorpje om de 2500-kilo zware auto een stukje op te schuiven, zijn inmiddels jammerlijk mislukt. Wat nu? Bidden!

Lees verder

Kamelen in de sneeuw

(Dongola, km 44803 ) De thermometer in de auto staat al dagen op zijn maximum en dat is vijftig graden. Onze kleren plakken aan ons lijf, onze huid wordt juist droog (woestijn-beautytip: de rode lippenstiften van Lancome zijn lekker vet en smelten niet zo gauw), de meisjes hebben vuurrode hoofden en drinken de ene fles water na de andere. In de auto is het iets beter dan daarbuiten, hoewel de wind die binnenkomt soms zo heet is dat je beter je raam kunt sluiten.
Vanuit Nederland bereiken ons berichten over sneeuw en hoewel we dichterbij komen, voelt dat nu als het andere eind van de wereld. Kamelen in de sneeuw. (‘Hoe zonderling’ zegt Annie MG Schmidt in mijn hoofd).
Alles is woestijn. Ik mis het Afrika van de vrouwen met blote borsten in de rivier, van de regenwouden, de meren, de bergen. Hier zijn geen loslopende giraffen of olifanten, hier hoor je ’s nachts de leeuwen niet brullen en de hyena’s niet huilen, en je hoeft ook niet bang te zijn dat de aapjes er met je spulletjes vandoor gaan.

Lees verder

In de Nubische woestijn

(Aswan, km 45723 )
De weg naar het noorden loopt langs de Nijl, met overal palmoases en kleine dorpjes. Kompas op schoot, Nijl links, wie heeft er GPS nodig?
Totdat de weg afbuigt, de Nubische woestijn in. ‘Weg’ is een groot woord, het gaat hier om sporen in het zand. Gelukkig is er een vrachtwagenchauffeur die dezelfde kant op gaat. ‘Rij maar achter mij aan.’ We volgen de stofwolk door de onmetelijke vlakte van zand en rotsen. De zon zakt al een beetje, alles is licht en wijd, alsof je een verrekijker op scherp stelt.
Dan stopt ineens de vrachtwagen. De chauffeur stapt uit met een ongelukkig gezicht. ‘Crazy,’ zegt hij en wijst op zijn hoofd. We lachen. Totdat we begrijpen dat we verdwaald zijn.

Lees verder

Fata Morgana

(Aswan, km 46373)
We zijn de wereld van 1001 nacht binnengekomen.
Na het eindeloze niks van de woestijn is Egypte als een kerstboom met teveel ballen. Letterlijk: heel Aswan is uitgelicht, de moskee groen, de zandheuvels goud. Er is een toverachtige souq vol muiltjes, glinsterende buikdans-sjaals, waterpijpen en vreemde specerijen. Ons hotel (met een echte douche en 24 uur elektriciteit) ligt aan de Nijl. Je kunt er met een feluca vaartochtjes maken, gewoon voor je plezier, en de cruiseboten liggen drie rijen dik. Toeristen – we knipperen met onze ogen maar ze verdwijnen niet. Ze zijn groot, wit en bloot en lopen over de souq alsof ze die persoonlijk in bezit hebben. Gelukkig nodigen Egyptische vrienden ons uit in het dorp van hun Nubische familie. Dat kennen we! We nemen voor de zekerheid wc-papier mee, en brood en tomaten.

Lees verder

Stille dagen, woeste nachten

(Cairo, km 48073)
Over onze tocht van Luxor naar Cairo deze week zijn twee verhalen te vertellen. Het eerste verhaal gaat over rennen van zandduinen en rollen door een reuze-zandbak. Over toverachtige landschappen in de Witte Woestijn die eruitzien alsof ze bedekt zijn met grote kwakken lobbige slagroom en die in het licht van de nieuwe maan veranderen in een spooklandschap waar wij met ons tentje de enige levende wezens zijn. Over stilte. Over luchtspiegelingen en echte oases met duizend palmbomen en kamelen. Over middeleeuwse oasedorpjes waar de tijd heeft stilgestaan en de smid zijn gereedschap timmert in het vuur en de molenaar de stenen maalsteen ronddraait, altijd maar rond. Over baden in hete zwavelbronnen bij het licht van de sterren. En natuurlijk over imposante tempels en graftombes voor farao’s en sfinxen zo groot als twintig olifanten.

Lees verder

De fotograaf

(Sharm el Sheik, km 48853)
De foto van het Ethiopische moslimmeisje is een van de hoogetepunten van de tentoonstelling. Net als de Pygmee-man en de Mursi-vrouw. Moderne Egyptische jongens en meiden drommen ervoor samen met hun mobieltje in de hand om op hun beurt een foto van de foto te maken. Van onze foto’s, Ilco’s foto’s! Vers van de camera naar de muur onder een brug aan de Nijl – bij een plek wat je de Cairo-variant van de Melkweg zou kunnen noemen.
Ilco is er speciaal voor uitgenodigd, nadat ze zijn fotosite hadden gezien. Many Faces, One World, zo heet onze reis ineens, en BBC World en de Egyptische radio en tv komen kijken..
Terwijl Ilco met de voorbereidingen bezig is, wonen we op de twintigste verdieping van een wolkenkrabber, met een echt bad en een wasmachine. Als ik op het balkon sta, raast en kolkt Cairo onder me. 18 miljoen mensen in een wolk van smog en auto’s. En nooit nooit nooit slapen ze. Sirenes, getoeter, rijen dikke files op de brug over de Nijl en de snelwegen de hele nacht door. Internetcafés die om twee uur ’s nachts nog open zijn, meubelboulevards, hippe barretjes (geen alcohol) waar snelle jongens en meisjes, al dan niet met hoofddoek, druk in de weer zijn met laptops en de nieuwste Motorola. Een magisch kruispunt van drie werelden: Europa, Azie en Afrika.

Lees verder

In een Barbiewereld

(Dahab, km 49243 )
“Dit is Egypte niet meer,” waarschuwt de politieman als we de enorme stadspoort van Sharm Al Sheikh doorrijden. En nee, hier geen hoofddoeken, brokkelige piramides, stoffige steegjes, of straatkinderen met waterkruiken van klei. Alles fonkelt en blinkt. Boulevards, palmbomen, zwembaden, designwinkels, capuccino in plaats van Turkse koffie en prijzen die ook niks meer met Egypte te maken hebben. De toeristen hier zijn voornamelijk Russen die op hun beurt niks met Rusland te maken hebben. Helblond, bruin, dun, een karikatuur van een karikatuur van Amerika. Allemaal Kens en Barbies in een Barbiewereld. Er is hier wel een moskee, maar de muezzin zingt alleen heel kort middenin de nacht, alsof hij niet durft te zien wat er in het daglicht gebeurt.
En in dit wonderlijke universum treffen wij Nanda, Liekje, Simon en Robin en die ontmoeting kon niet echter en hechter zijn. Wat hebben we ze gemist! De dagelijkse gesprekjes met mijn zus, de kleine neefjes zien groeien. Voor het eerst horen we Robin praten.

Lees verder

Bloem en Moses

(Tiran Island, km 49713 )

Lievelingsgedicht van Bloem, vandaag elf jaar geworden:

In je hoofd
Kun je alles.
Fietsen naar de maan,
Op de wolken staan.
Strelen met je handen los,
Lopen door een donker bos,
Vechten als een tijger
Dansen als een elf
Afscheid nemen zonder tranen.
Alles gaat vanzelf

(Theo Olthuis)

Lees verder

Op naar Isphahan

(Aqaba, km 49993)
Jordanie, het holst van de nacht. We tillen drie slapende meisjes (hoe komen ze aan zulke pikzwarte voeten?) over naar een hotelletje dat niks met vakantie te maken heeft (wet van Ilco: zoek altijd het hotel boven of naast de bakker- dan heb je in ieder geval een fijne geur). 
Een paar uur later klimmen de meiden op de bedden om naar buiten te kijken. Palmen, boten, flats en een enorme moskee. ‘Wat is het Midden Oosten groot.’ 
We wassen onze voeten, kopen warm honingbrood met dadels bij de bakker en dan rijden we met Zeerover de stad uit, de woestijn van Lawrence of Arabia in. Op reis door de wereld van Sheherazade– en in de verte lonkt Isphahan.

Lees verder

Habibi bij de klaagmuur

(Jerusalem, km 50567 ) Plotseling doemde de brug voor ons op: Jerusalem, dertig kilometer. We waren helemaal niet van plan om naar Israel te gaan want anders komen we Syrie niet in (en dat is voor ons de terugweg). Maar als je het lief vraagt, stempelen ze je paspoort niet bij de grens, dus nu zitten we hier stiekem… in Jerusalem! Dat betekent dat we gisteren nog ontbeten met baklava en vandaag met bagels – in de Joodse wijk, die, heel cliche, geurt naar kippensoep. ‘Wat zijn die mannen?’ vraagt Dunya kritisch. ‘Dat zijn orthodoxe joden.’ ‘O ja.’ Voor een vrouw in burka draait ze haar hoofd niet meer om, maar een man in een zwarte jas met een hoed en earlocks is weer eens iets nieuws. Bloem en Chaia pikken het ook snel op. ‘Even klagen,’ zegt Chaia tegen Bloem als we voor de twee keer langs de klaagmuur komen en weg zijn ze, naar het vrouwendeel, keurig achteruitlopend. Later doen ze een soort spoorzoektocht langs de Via Dolorosa (‘Hier viel Jezus voor de derde keer,’ struikelt Chaia) en staren stil naar de vrouwtjes die op Jezus’ graf liggen te snikken.
Het klopt wel dat we hier zijn. Als we iets hebben ervaren deze reis, is het de kracht van devotie – van de monniken in Ethiopie tot de Mekkareizigers of zelfs de met bijna bovennatuurlijke inspanning gebouwde tempels in Egypte. En hier in Jerusalem leven toch maar mooi drie wereldgeloven dapper samen op een heel klein stukje aarde.

Lees verder

Tussen Bagdad en Beirut (bij de likkende burka’s)

(Hama, Syrie, km 51687)
Het Midden Oosten is zo klein. Een verzameling krantennamen. Ineens zitten we dertig kilometer van Beirut. Dan is er een afslag naar Bagdad. En ondertussen ligt Israel alweer achter ons.
Toch moet ik nog wel veel aan Jeruzalem denken. Aan de mooie Rachel bijvoorbeeld, die zo graag de oude joodse tempel wilde herbouwen ‘als het vrede is’. Een hartstochtelijk meisje dat wel een vriendin van me zou kunnen zijn. Dacht ik. Totdat ik boven op die tempelberg stond en de kleine Arabische vliegeraars zag voor de gouden moskee. Een moskee, die daar voor Rachel niet mag staan. Want waar moet ze anders haar tempel herbouwen – de fundamenten liggen er pal onder. Vrede? Dat is geen vrede.
Dus net als ik me een beetje joods voel, vervliegt het weer. En een paar dagen later mag ik het al niet eens meer zeggen. ‘Nee hoor, ik ben protestant.’ Dat is in het Midden Oosten buiten Israel het meest veilige antwoord op geloofsvragen. We waren niet in Jeruzalem. En Israel heet Palestina.

Lees verder

Langs de zijderoute

(Aleppo, km 52227
De Middellandse Zee! Na een jaar zien we hem terug, bij Syrie. We zoeken een stil plekje om de tent uit te klappen, maar we belanden op het lokale strandje waar alle Syriers zelf in het weekend naar toe komen. Van een van de mannen huren we een appartementje aan zee met een sta-wc en heel veel bedden.
Ik ga niet naar het strand. Het water is heerlijk, het zand zacht, en de zon schijnt fel. Maar ik heb weinig zin om in spijkerbroek en met lange mouwen in de zon te gaan zitten kijken hoe de mannen lekker in zwembroek in het water plonzen. OK, hun vrouwen gaan ook, maar dan met burka’s, hoofddoek, jassen, broeken en zelfs schoenen. Dat weiger ik. Ik doe mijn badpak hier niet aan, maar ik ga ook niet in een jas zwemmen. 
En uiteindelijk pakt het goed uit, want mijn uitgever heeft allemaal spannende dingen gevraagd voor volgend jaar, dus terwijl Ilco met de meiden op het strand zit, breng ik de dag door tussen alle bedden, heerlijk rustig achter de computer.

Lees verder

Goudgeel Mesopotamie

(Erzurum, km 53427 )
Het was de eenendertigste keer dat we een grens overstaken en we hadden ons blijkbaar niet goed voorbereid. Dus toen de douanier zonder met zijn ogen te knipperen 175 dollar ‘exit tax’ vroeg, stonden wij met een lege portemonnee. In Turkije kon je immers weer pinnen…
Wat nu? De dichtstbijzijnde bank was toch wel twee dagen rijden terug het land in en ons visum verliep vandaag.
‘Maak je geen zorgen,’ zei het beeldschone Perzische prinsesje, ‘Allah maakt het altijd weer in orde.’ Ze was zelf op een soort bedevaart naar Damascus.
Maar de douanier was niet te vermurwen. Weer stond ik bijna te huilen bij de grens. En net toen wij dachten dat het nooit meer goed zou komen, fluisterde het prinsesje iets in het oor van haar vader. Hij knikte even. Corruptie? Logisch. Toeristen de dupe? Moet niet. Dus hij trok zijn portemonnee en stak Ilco tweehonderd dollar toe. Van rekeningnummers en teruggeven wilde hij niets weten. Integendeel, als we straks in Iran zijn, moesten we zeker langskomen, dan waren we hun gast.
Allah had deze keer de gedaante aangenomen van een Perzisch edelman.

Lees verder

Abracadabra

(Yusufeli, km  54007)
Het einde van de wereld.
Daar staan we dan, met de harde wind in ons gezicht. We zijn heel Afrika doorgetrokken, van boven naar beneden en van beneden naar boven en daarna dwars door het Midden Oosten. Maar hier, op de grens van Turkije met Armenie en Georgie, houdt alles op. De weg, om te beginnen. Voor ons ligt niets dan onherbergzame vlakte. In de lucht jagen woeste wolken en roofvogels voorbij. Af en toe bliksemt het. Verderop rijzen grimmige rotsen omhoog, met ijzige sneeuw in de richels. Waar is de woestijn die we zoveel maanden hebben doorkruist? Waar zijn de moskeeen, de markten, de mensen? Abracadabra, ‘los op als een woord’, zeggen ze in een heel oude Syrische taal. Ook de bloeiende zijderoutestad die hier ooit was, is verbrokkeld tot geraamtes van kerken en badhuizen. De kathedraal heeft nu de hemel als dak. Zelfs de zon is weg en we huiveren in onze dunne reiskleren. Bloem heeft haar pyjama aan onder haar rok. Alleen Dunya stapt vrolijk rond in haar regenjasje dat ze eindelijk eens aan kan.

Lees verder

Langs de lijn in Anatolie

(Erzurum, km 54747)
In afwachting van het visum voor Iran zijn we inmiddels heel Anatolie doorkruist. Het is het armste deel van Turkije en waarschijnlijk ook het rauwste. Het mooie, omstreden boek ‘Sneeuw’ van Pamuk speelt zich hier af.
Buiten de dorpen is het zeer ongerept allemaal. Bergen, beekjes, zelf vleesjes grillen. We kamperen tussen de lentebuien door en kletsen gezellig over eten: wat, waar halen we het vandaan en hoe gaan we het bereiden. We hebben nu een zilveren schaal en de maaltijden worden steeds verfijnder. Tussendoor ben ik urenlang aan het schrijven, terwijl de meisjes spelen. 
Een keer slapen we bij het voormalig paleis van een pasha waar een gepensioneerde Nederlandse psychiater een campinkje heeft en zijn vriend Koerdische liedjes voor ons zingt met de banjo. Even later rijden we langs de berg waar volgens de deskundigen de ark van Noach is aangespoeld. Dus toen regende het hier nog veel meer!

Lees verder

Schitterende stad van God

(Isfahan, km 55547 )
Het begint al bij de grens. ‘Wat is het hier stil,’ fluisteren we, als onze paspoorten grondig maar uiterst correct worden gecheckt. ‘Je kunt op onze snelwegen een kopje thee drinken, zo goed zijn ze,’ zegt de eerste Iranier die we ontmoeten. En inderdaad, nog nooit deze reis zulke keurige driebaanswegen gezien met middenbermen en borden over autogordels (de meeste auto’s die we het laatste jaar zagen hadden of geen autogordel of veel meer mensen erin dan gordels). Isfahan zelf, ‘the beautiful city of God’ zoals op de bussen staat, heeft een metro, strak geplaveide straten, uitgelichte monumenten en betaald parkeren op de daarvoor bestemde terreinen. Er slingert nog geen propje papier, geen hondedrol in de plantsoenen. Op het grote plein (het op een na grootste ter wereld) wordt het water in de fontein elke dag ververst. Niemand berekent ons ‘per ongeluk’ teveel geld, iedereen spreekt Engels, niemand schreeuwt. Onder de prachtig uitgelichte bruggen slaapt geen enkele zwerver, er is hier sowieso geen bedelaar te zien.

Lees verder

De prinsesjes en de smokkelaars

(Malatya, km 57747)

Ik droomde dat ik op de rug van een grote vogel de hele wereld over vloog. ‘Wie ben je?’ vroeg ik aan de vogel. En hij zei: ‘Ik ben je droom.’
Chaia 

Op bezoek bij de Perzische prinsesjes die ons bij de Syrische grens geholpen hebben. Melina en Melisa. Onze komst veroorzaakt een explosie van tranen en opwinding. We worden volgestopt met eten en snoep, ze maken vijf bedden voor ons op in de woonkamer en hangen ons vol met hun eigen juwelen (die we later weer stiekem in de badkamer achterlaten).
Maar het huis blijkt uiteindelijk een paleis van droefenis.

Lees verder

Road movie

(Antalya, 59360)
Plotseling blijkt dat het bevolkingsregister ons heeft uitgeschreven als bewoners van Amsterdam. Mensen die zo lang op pad zijn, tellen kennelijk niet meer mee en stiekem wil ik eigenlijk ook nergens meer wonen. Telkens als we een paar dagen op een plek zijn, krijg ik de neiging om alles in de auto te gooien en verder te gaan. Hele werelden trekken aan je voorbij; van weinig dingen word ik zo blij als van de road movie die reizen heet.
Neem nu de afgelopen week. Van de grens van Iran koersen we naar het westen. Dwars door de ruige bergen waar de Koerden wonen (politiecontrole en tanks om de haverklap). En over een meer, waar een spookboot op vaart. Alles zit erop: hutten, wc’s, een bar die open is, rijen met stoeltjes, maar de enige passagiers zijn wij. De auto staat in het ruim, naast een immense goederentrein die zomaar de boot op is gereden. Met een verlaten boot door een verlaten landschap … zo moet de tocht over de Styx naar de Onderwereld voelen.

Lees verder

Het wilde westen

(Olympos, km) 59480 

Turkije is half. Half Midden Oosten, exotisch en islamitisch. En de ander helft hoort allang bij Europa. Er loopt een grens die niemand ziet door Turkije, maar die je wel onmiddellijk ervaart. Zitwc’s; dekbedden in plaats van oude dekens op de bedden; prijzen die ineens vervijfvoudigen; MacDonalds; toeristen; korte broeken, rokken, blote schouders. Dat klinkt misschien gewoon, maar de eerste paar keer dat we het zien, gaat er echt een schok door ons heen. Zo bloot! Ook op het strand zijn de volledig geklede Turkse vrouwen ineens in bikini gehuld. 
De auto’s hier zijn ook schoon en keurig en ineens valt onze Landrover vreselijk op: vies, gebarsten spiegel, verroest fietsje en andere zigeunerzooi op het dak, het reservewiel vastgesnoerd met spanbanden.
Er zijn ook dieven in het westen. In het oosten en zuiden natuurlijk ook, maar wij hebben ze daar niet ontmoet. Afrika gevaarlijk? De auto was altijd open en als je ergens een tas liet liggen, kwamen ze je nog achterna rennen. Een keer zat onze auto vol apen die ons brood opaten. Maar de laatste keer dat we echt beroofd waren was in Venetie. En nu dus weer – in West Turkije.

Lees verder

Blij dromen

(Antalya, km 59565)
In de bergen van Olympos zit een monster opgesloten. Het is de gruwelijke zoon van de oergodin Gaia: half draak, half gans en half paard. Je ziet de vlammen nog van alle kanten uit de berg lekken. We lopen in het holst van de nacht met alle meisjes tussen het vuur door en gaan zitten op de hete stenen om monsterverhalen te vertellen. Bloem en Annemijne zitten dicht naast elkaar te luisteren, met grote ogen in de nacht. Ze hebben allebei een roze sjaal met spiegeltjes om en dragen elkaars jurken. Af en toe weet je niet meer wie wie is.

Lees verder

In het diepe

(Selcuk, km 60335)
De Aegeische kust van Turkije. Gaan we hier wonen: nee).

Annemijne is weg, we zijn weer alleen. Bloem heeft meer tranen vergoten dan de hele reis bij elkaar. En ook mij is het vreemd te moede. Want nu begint het grote zoeken. Anderhalf jaar en zestigduizend kilometer verder, zijn we weer bij ons startpunt: de Middellandse Zee. 
En nu wordt het zolangzamerhand eens tijd om de sprong te wagen en op jacht te gaan naar een echt huis. Een huisje om te schrijven, te dromen en op te groeien. Ons huis in Durgerdam is verkocht, we zijn per ongeluk toch al uitgeschreven uit Nederland, dus de wereld ligt voor ons open. En stiekem verder reizen is uitgesloten, want Bloem moet over een jaartje toch echt naar een middelbare school. ‘Ik verpest het wel voor jullie he?’ moppert ze.

Lees verder

Eeuwige liefde

(Troje, km 606855.
De Thracische kust van Turkije; gaan we hier wonen: nee).

De grote held Achilles en de dappere Amazone Penthesileia komen elkaar tegen op het slagveld van de Trojaanse oorlog en de Oorlogsgod vertelt hoe dat ging: 
Ze staarden elkaar met wijd open ogen aan, middenin het strijdgewoel.
‘Zie je dat niet?’ zei Aphrodite. ‘Die twee zijn voor elkaar gemaakt. Alleen zijn ze ook elkaars vijand.’
Om ons heen lieten Grieken, Trojanen en Amazonen het leven. Penthesileia en Achilleus leken buiten de tijd te staan. Maar dan moet ik erbij zeggen dat voor Goden tijd niet hetzelfde is als voor mensen. Vanuit het oogpunt van Goden duurde de liefde van Penthesileia en Achilleus eeuwig, al verliep er niet meer tijd dan nodig was om een speer op schouderhoogte te brengen. Eeuwig is niet meer of minder dan voorgoed onveranderlijk.’
(Imme Dros)

Lees verder

Destination unknown

(Istanbul, km 61555. Gaan we hier wonen: nou nee… we willen geen stad en al helemaal niet zo’n enorme). 

Nederland leeft inmiddels flink mee met mijn getwijfel over waar we gaan wonen:
‘Net terug uit China heb ik het paradijs gevonden… in Wassenaar.’ (vriendin van Ilco).
‘Net terug van een wereldreis heb ik het paradijs gevonden… in Naarden.’ (onbekende webloglezeres).
‘Als ik de ganzen over het Kinselmeer zie vliegen, denk ik vaak ach, mooier bestaat niet. Al word ik ook tot tranen geroerd in de woestijn.’ (mijn oom die in Marokko heeft gewoond).
‘Komen jullie echt echt echt niet terug naar het gouden Durgerdam? Echt niet?’ (mijn moeder).
‘Als Anna zich niet vestigt in Durgerdam, is het slecht voor haar hart’ (aurareader Manita).
‘.. leaving for a destination still unknown, somewhere nobody must have beauties at all..’ (volgens de mp3 van trouwe buurvrouw Marjolein).
‘Ieder mens heeft zo zijn paradox. Die van jou heet ‘de gekooide zigeunerin’’ (mijn vader).

Lees verder

Stoere meisjes

(Thessaloniki, km 62455. Gaan we hier wonen: nee, er is wel een internationale school – en die zee natuurlijk, maar het is te afgelegen en tegelijkertijd te druk. Wel een hippe stad trouwens.). 

Ik ben dol op stoere meisjes. Kijk er mijn boeken maar eens op na: Stella uit de Kroonverhalen, Laura uit het Heksenhotel. En nu is het weer Isabel Snoek, een meisjes-detective, die ik ongeveer een jaar geleden op het spoor ben gekomen. Ik sta met haar op en ik neem haar mee naar bed. Samen met Chaia heeft ze een Hyves-pagina en een eigen hotmail-account. En over ruim twee maanden ligt haar eerste boek in de winkel!

Lees verder

De jurk

(Tirana, Albanie, km 63305. Gaan we hier wonen: nee, zie onder). 

Amsterdam heeft hem, maar Fez niet. Nouakchott heeft hem zeker niet en Kumasi ook niet. Eigenlijk vind je hem bijna nergens in Afrika. Ik bedoel natuurlijk DE JURK. De ultieme, goedvallende jurk van mooie stof, die je als meisje af en toe gewoon aan moet. Ik had hem in Kaapstad verwacht, maar daar toch niet gevonden. Dat was raar en ook vervelend, want de jurken die ik bij me had begonnen, na vele wasbeurten op steen en dragen in de felle zon, inmiddels hun kleur en model te verliezen. Ik mailde een vriendin in Nederland of ze me niet een jurkje kon opsturen. ‘Ik zie weinig leuks in de winkels’ mailde ze terug en ik zuchtte. Ik zag niet eens weinig leuks, ik zag niks leuks. Ja, lange wikkelgewaden, waarin je (of in ieder geval ik) eruit ziet als een gebloemde moeke.
Pas in Addis Abeba zag ik voor het eerst iets dat op mode leek. Ik kocht een rok, ook fijn. En een (andere) vriendin uit Nederland stuurde een blauwe jurk van de Albert Cuijp, die helaas al snel van de waslijn werd ontvreemd.

Lees verder

Bitter tegen

(Opatija, km 64105. Gaan we hier wonen: nee).
1978: Ik ben elf jaar en we zijn, heel exotisch, op vakantie bij de Plitvicer Meren in Joegoslavie. Mijn ouders en ik lopen door een turkooizen paradijs en zijn de enige bezoekers. Ineens komt er een jong stel de hoek om, in mijn herinnering beeldschoon en stralend. De vrouw is zwanger. ‘Dat is nou geluk,’ zegt mijn moeder. En ik denk: aha.
1989: Tien jaar later ben ik opnieuw bij de Plitvicer Meren. Nu met Ilco en een rugzak op onze rug. We zijn nu zelf dat stel. Maar ergens hangt al iets van onheil in de lucht. De mensen zijn zenuwachtig, op de vlucht als dieren voor een nog onzichtbare bosbrand.
Drie maanden later breekt de oorlog uit, precies bij die Plitvicer Meren. De rebellen vestigen zich in de dure hotels en maken alles kapot. De meren blijven mooi als altijd, maar wie kijkt ernaar?
2008: De oorlog is voorbij en ik ben, dertig jaar later, vlakbij de Plitvicer Meren die nu in Koatie liggen. Mijn eigen dochter is nu elf. Laat ik haar het paradijs zien en maak ik zo de cirkel rond?

Lees verder

Een hele week wijn

(Venetie, km 64405. Gaan we hier wonen: hm, eigenlijk vinden we Noord Italie nog te koud). 

Italie dient zich aan als een levensgroot cliché van dolce far niente, van hammen, worsten en kazen en groen glooiende heuvels in de gouden zon.
En van wijn! Dankzij onze vrienden van de Wijnkelder Brouwersgracht zijn wij te gast op het wijnkasteel van Rocca Bernarda. We staan met onze daktent midden tussen de wijnranken.
Het is oogsttijd. We worden vrienden met de plukkers, die elke ochtend met de tractor de velden in worden gezet: studenten, oude baasjes, huisvrouwen, alles door elkaar. Een vrolijke mengelmoes van grapjes, rituelen en knip-knip-knip in de hete zon. Ook wij mogen meehelpen met druiven plukken, wat eigenlijk druiven knippen is, met een klein tangetje. Sauvignon, merlot, cabernet, tokay, en de piccolis voor de dessertwijn wordt pas als laatste geoogst.

Lees verder

De borst van Giulieta

(Orvieto, km 64935. Gaan we hier wonen: nee).

Ja, Venetie! Stad van dromen en geheimen. Ik zie mezelf al uit zo’n palazzo trippelen op mijn hakjes en mijn kinderen met de vaporeto naar dat leuke oude schooltje brengen, kletsend met de hippe stadsmoeders in hun ontwerperskleren. En dan op de terugweg nog even langs de Rialtomarkt. Espresso’tje drinken staande bij een bar, dan naar huis en urenlang schrijven, starend over het schemerige grachtje beneden me. En al die leuke exposities! En carnaval elk jaar gewoon voor je deur….
Er zijn alleen twee problemen.
Wonen in de stad zelf is onbetaalbaar (denk: zeven ton voor een tweekamerwoning). En het platteland eromheen vind ik saai. Er is een eilandje in de Lagune, waar Ilco en de meiden dol op zijn, maar waar ik alleen maar denk: waar is Venetie nou?
Nooit geweten: ik ben eigenlijk een stadsmens. En de rest van mijn familie wil het liefst op een erf scharrelen.

Lees verder

Utopia

(Pornelo, km 65205. Gaan we hier wonen: nee, te leeg).

Misschien wel het leukste van schrijven is dat je totaal nieuwe werelden kunt verzinnen. In mij schuilt een Alice, die altijd wil kijken wat er aan de andere kant van de spiegel is.
Daarom ben ik ook gefascineerd door de utopische stad van de architect Tomaso Buzzi. Als je aankomt, lijkt het een middeleeuws kerkje – en dat is het ook. Maar aan de andere kant van de kerk blijkt een tovertuin te liggen, waar je drie wegen kunt bewandelen: de spirituele, de weg van de liefde (die uitkomt bij een heuse liefdesboot) en de weg der ijdelheid (die leidt tot niks). Een symbolische queeste brengt je uiteindelijk bij de droomstad van Buzzi: een theaterstad. Alle mooie gebouwen uit de Griekse en Romeinse oudheid staan hier, plus een waar surrealistisch labyrinth van trappetjes, theaters, en Dali-achtige ogen (boze ogen, derde ogen) en vrouwenborsten, allemaal van steen. Je kunt door de bek van de walvis in de diepste duisternis komen en je er dan uit mediteren naar de eenzame toren. In de ban van de ring is er niks bij! En daarna de trap op tot ‘amor vincit omnia’.

Lees verder

Bella Procida!

(Procida, km 65655. Gaan we hier wonen: misschien!).
Een piepklein eilandje in de baai van Napels. De plek waar Il postino is opgenomen, toch wel de ultieme Italiaanse feel good movie. ‘Daar moeten jullie gaan wonen,’ hebben de afgelopen tijd diverse mensen tegen ons gezegd. ‘Dus niet,’ foeter ik als we in het pikdonker door een soort eindeloze tunnelstraat rijden, met overal toeterende auto’s en vespa’s om ons heen. We slapen voor de poort van de gesloten camping, terwijl de regen om ons ruist.
Maar de volgende dag is alles….

Lees verder

Circus Spumante

(Lecce, km 66255. Gaan we hier wonen: nee, te ver).
Reizen is niet hetzelfde als op vakantie zijn. Het vereist moed om een prettig huisje op te geven en te kamperen als alle campings dicht zijn. In Afrika konden we leven als vorsten. Alles wat we wilden, konden we kopen, als we uit eten wilden, deden we dat. Alleen, er was niet zoveel om te kopen en de restaurantjes waren vaak maar simpele eetstalletjes. Hier in Italie zijn de winkels en restaurants er wel, maar de prijzen zijn natuurlijk gewoon westers. Een huisje of hotel kost ons algauw ons volledige dagbudget, dus dat doen we niet. En zoals je in Nederland niet elke dag uit eten gaat, ijsjes eet, of capuccino’s drinkt op terrasjes – zo doen we dat hier ook niet.

Lees verder

Circus Spumante in the spotligthts

(Pompei, km 66305. Gaan we hier wonen: nee).

Was het de maan, die vanavond zo prachtig vol was? Nee, toch een schijnwerper. Van de carabinieri nog wel. 
De meisjes trippelden enthousiast uit hun tent, blote voetjes in het natte gras. Spannend, politie! 
‘Het spijt ons, maar de eigenaars van dit stukje land hebben gebeld. 
Er zouden zigeuners op hun terrein zitten, die grote vuren stookten…’
‘Circus Spumante,’ knikte Ilco binnensmonds. 
Onze uitleg dat we voor een nachtje kamperen toestemming hadden gekregen van de eigenaar, leidde alleen maar tot nog meer consternatie van de inmiddels ook toegesnelde eigenaar. ‘En hoeveel heb je daarvoor moeten betalen?’
De politie suste: ‘Het zijn maar Nederlanders. En ze hebben drie mooie dochtertjes…’ Maar de eigenaar en zijn vrouw bleken onvermurwbaar. Een stuk of vijftig telefoontjes en een vage confrontatie met een nep-eigenaar later (allemaal onder die volle maan) werden we door de politie naar een ander terrein gebracht. ‘Deze eigenaar is op de hoogte en je kunt morgen ontbijten bij zijn barretje.’ Boven de deur wapperde uitnodigend de Albanese vlag.

Lees verder

Een boerderij in Basilicata

(Basilicata-Sicilie, km 68505. Gaan we hier wonen: misschien, misschien, misschien…).
 
Het boerderijtje – in de vergeten provincie Basilicata, vlak onder Napels- was oud en niet bepaald charmant. Maar er was dat uitzicht: eindeloos glooiende heuvels in het gouden licht. Zevenduizend vierkante meter grond erbij, met olijfbomen, perenbomen, sinaasappels, druiven. Op de plek van het kippenhok zou je een geweldig schrijfhuis kunnen maken, net als Roald Dahl altijd had, en daarboven een zwembad, middenin de oude molensteen.
En dat alles voor de prijs waar je in Nederland net een garage voor kan kopen. Dat betekent dat we meer dan genoeg geld zouden hebben om alles mooi op te knappen en dan nog overhouden om lang en veel te reizen. En o ja, tien minuten verder was een vriendelijk stadje met scholen in alle soorten en maten. Terwijl Napels toch maar twee uur rijden was, met de auto of de trein. De meiden hingen meteen in de oude kersenboom en Ilco scharrelde rond over het erf alsof hij er al maanden woonde. We keken elkaar aan over het hoofd van de oude boer. Zouden we dan, zomaar ineens, ons nieuwe huis gevonden hebben?

Lees verder

Heksenwens

(Palermo, km 69105. Gaan we hier wonen: weet ik nog niet).

Heksennieuwjaar. In de nacht van 31 oktober op 1 november begint bij de heksen het nieuwe jaar. In die nacht gaan alle grenzen open,ook die naar de geestenwereld. Het is hét moment voor magie en wenskracht.
Precies twee jaar geleden kreeg ik op 31 oktober een mailtje van de goede geesten, of eigenlijk van de uitgeefster van Leopold. ‘Vanaf nu gaan wij je boeken uitgeven,’ schreef ze. In mijn eentje zat ik te juichen achter de computer. Zo’n gevoel alsof je ingeloot wordt op je favoriete middelbare school. Beter nog. En mijn eerste boek bij Leopold was – hoe kan het ook anders – Het heksenhotel.
Dit jaar is er weer een mail op 31 oktober. ‘Je nieuwe boek is uit,’ schrijft de uitgeefster, ‘het ligt hier voor me op mijn bureau en het is heel mooi en spannend.’ Mijn nieuwe boek! Moord in de jungle, het boek dat ik in Afrika schreef. Het is het verhaal van Isabel Snoek, een detective met sproetjes die de hele wereld over reist. Een hele week vroeger dan gepland is ze ter wereld gekomen. En jullie kunnen haar allemaal eerder bewonderen dan ik! Doe dat en zegt het voort: Isabel Snoek is NU in de winkel!

Lees verder

Droom

(Cefalu, km 69515. Gaan we hier wonen: ? – volgende week eindbalans Sicilie). 

Het is zondagochtend, alleen Dunya en ik zijn wakker. Boven de bergen komt de zon op over Sicilie. De zee is glad als een vijver, beneden ligt het oude Cefalu met zijn smeedijzeren balkonnetjes en wapperende was in alle kleine straatjes. De kerkklokken weerkaatsen in het dal en in de verte zingt alweer de eerste politiesirene.
Ik schrijf over Sinterklaas, een boek dat pas volgend jaar in de winkel komt. Met blote benen in november, kopje sterke espresso naast de computer.
‘Wat speel je Dunya?’
‘Ik speel dat mijn poppen op reis gaan.’
Ik speel dat het Sinterklaas is. Dat het Nederland is en een groepje kinderen Sinterklaas de mijter van zijn hoofd willen trekken. Het ziet er niet goed uit voor Sinterklaas, maar ik weet nu al dat het goed komt. Hollandse beelden: chocoladeletters, de folders van Bart Smit, wie stout is de roe. Ik zap heen en weer tussen de pepernoten en de espresso. De olijvenoogst is hier begonnen, overal van die zwarte poepjes op de grond. Als het hier al regent, regent het olijven.

Lees verder

Ti amo Sicilia?

(Gaggi, km 69985. Gaan we hier wonen: tsja…).

Het was als een blind date. We hadden zin om verliefd te worden. Hadden ons er enorm veel van voorgesteld. ‘Een historisch moment,’ zei ik bij de overtocht, ‘voor het eerst gaan we voet zetten op Siciliaanse bodem.’ 

We stonden op verlaten stranden waar de zee bijna Caribisch blauw is, reden door het lege, stoffige binnenland en dachten aan Amerikaanse westerns. Dronken kleine kopjes koffie in barretjes omringd door mannen in pakken met zwarte zonnebrillen op hun neus. Liepen door hip Catania, waar de gemiddelde leeftijd ergens rond de twintig moet liggen en kochten zwaardvis op de vismarkt van brokkelig Palermo. s Avonds keken we hoe de kastanjeventer in het gele licht van de oude lantaarns naar huis sjokte. En overal hingen de citroenen en sinaasappels aan de bomen, plukte Dunya handenvol mandarijnen en proefden we de eerste olijvenoogst, weggespoeld met de meest geweldige wijn voor maar drie euro.
Ja, zeiden wij tegen Sicilie, ja ja JA!

Lees verder

Het lied van Lauria

(Rome, km 70750. Gaan we hier wonen: niet in Rome, maar…).

In restaurant Africa in Rome slaat het weer toe. Reisheimwee. Het lichte, wilde lied van Afrika. Vorig jaar zaten we er nog middenin…
En dat, terwijl we net deze week voor een tweede keer zijn gaan kijken bij de boerderij in het dal van Lauria, tweehonderd kilometer onder Napels. Land, uitzicht, fruitbomen. Het is volgens mij de droom van heel veel mensen: zo’n huisje voor een prikkie kopen en heel mooi maken. Je eigen avocado eten op de patio, onder de bloemenpergola. Een zwembad erbij voor hete zomers.
De buurvrouw komt koffie en zelfgebakken koekjes brengen. De meiden testen de kwaliteit van de klimbomen. En de architect staat te popelen om te beginnen. Alsof dat nog niet genoeg is, worden we naar het huis toe geleid door zo ongeveer de grootste regenboog die ik ooit heb gezien.
Een droom, inderdaad. Maar is het ook onze droom?

Lees verder

Dance4Life Ibiza

(Ibiza, km 72050. Gaan we hier wonen: nee, veel te geisoleerd en jetset).

Het is de zaterdag voor World Aids Day. Over de hele wereld zijn jongeren aan het dansen. Tegelijk. In sporthallen, clubs, buiten op pleinen, op blote voeten en op de nieuwste Nikes. Ze dansen voor het leven, voor een betere toekomst met meer vrijheid en vooral minder Aids – nog steeds een van de ziektes die vooral jonge mensen treft.
Ik heb Dance4Life zien groeien. Van noodkreet tot plan tot internationaal dance event. Jarenlang heeft Ilco voor Dance4Life over de wereld getrokken en nog steeds is hij een van de ‘ambassadeurs’. Vier jaar geleden danste ik mee in Nederland. Op grote tv schermen zagen wij ze toen ook dansen in Zuid Afrika en Indonesie. Twee jaar geleden dansten Ilco en ik onder de pyramides van Egypte, samen met jongeren voor wie dansen zelf al een revolutionaire daad was.
Dit jaar zijn er negentien landen die meedoen. Via de satelliet zijn ze één kwartier allemaal met elkaar verbonden, dansen ze allemaal tegelijk. En wij dansen, samen met onze dochters, mee in Ibiza.

Lees verder

Spanje!

(Malaga, km 73450. Gaan we hier wonen… lees verder!)
Na het verfijnde maar in zichzelf gekeerde Italie is Spanje een feest van uitbundigheid. Overal kleuren, kunst, moderne architectuur. En ook Zara, BBCWorld en Internet. De wereld komt weer binnen en dat is precies waar we zin in hadden. We kopen geweldige kleren van hippe Spaanse ontwerpers en drinken Spaanse wijn, die inderdaad niet zo elegant is als die in Italie, maar zeker zo vrolijk maakt.
En verder gaan we maar weer, naar het zuiden. ‘Nog even en jullie piepen zo die grens naar Marokko weer over’ schreef een vriendin van Ilco en stiekem denken we dat zelf ook af en toe. Want Andalucia, waar wij nu onze zinnen op hebben gezet, ziet grauw van de regen. Misschien dom, maar we hadden er niet aan gedacht dat we nog door diverse bergketens moesten rijden voor we er waren. Overal sneeuw! En dat terwijl de verwarming van Zeerover er al heel lang geleden mee is gestopt (wie heeft er een verwarming nodig in Afrika?). De kinderen zitten onder dikke dekens op de achterbank warme chocolademelk van het tankstation te drinken en ik droom naast Ilco van Mozambique.

Lees verder

Lang en gelukkig

(Montefrio, km 73750. Gaan we hier wonen: JA!) 

‘Had jij gezien dat hier zo’n enorm balkon was?’ ‘Nee, jij?’
Bij ons tweede bezoek aan het zigeunerhuis schijnt de zon. Het huis, dat we puur op gevoel gekocht hebben, blijkt alleen nog maar mooier. De eigenaresse, de Engelse Michaela, staat er al net zo bij te stralen als wij. Als we later bij de notaris de verkoopvoorwaarden gaan vaststellen, zegt de makelaar dat hij nog nooit zoiets heeft meegemaakt: ‘Normaal vliegen koper en verkoper elkaar in de haren, jullie zijn alleen maar vreselijk aardig.’ ‘Hoe wil je de betaling?’ ‘Zeg jij het maar.’ ‘En die mooie kast in de keuken…?’ ‘Zal ik die laten staan?’ Zelfs het rode sportwagentje voor de deur, waar Ilco zijn zinnen op heeft gezet, kan misschien worden overgenomen. Mijn moeder de astrologe zou vast zeggen dat de sterren goed staan voor contracten vandaag.

Lees verder

Driving home for Christmas

(Parijs, km 75350)
Schaatsbanen, kerstmarkten, lichtjes: de terugrit naar Nederland is een lange rit door Kerstmis Wonderland. Vooral Madrid is een kersttip, alle straten fonkelen en schitteren je tegemoet. De verwarming in de auto is gemaakt, een heleboel oude reisspullen zijn (met moeite) weggegooid om plaats te maken voor dozen vol Spaanse cava. Nog even en we rijden Amsterdam weer binnen. Thuis voor Kerstmis. Of is Spanje nu thuis? Op dit moment is thuis waar onze familie en vrienden met open armen op ons wachten.
Bij onze vriend Jean-Marc in Parijs, die we het laatst zagen in Timboektoe, blijven we een paar dagen logeren. Overal affiches, fotoboeken en elegante souvenirs van Afrika in dit huis – het voelt vertrouwd en toch ook heel ver. Afrika als exotische decoratie van het leven in het twintigste arrondissement, hoe vreemd is dat? Het wakkert mijn gemis alleen nog maar aan. ‘Het houdt niet op,’ zegt Ilco troostend, ‘echt waar, het houdt nooit op.’

Lees verder

Vertrokken Onbekend Waarheen

Amsterdam. Totaal aantal afgelegde kilometers op de reis: 76100!

Het gebeurde in België. ‘Wat een spoorvorming hier,’ zei ik nog.
‘Spoorvorming? Ik vraag me af of dat het is,’ zei Ilco en greep met volle kracht het stuur vast.
Zwalkend reden we Antwerpen binnen, ik weer ouderwets met het zweet in mijn handen, net alsof we een of ander moeilijk oerwoudtraject aflegden. Bij elke passerende vrachtwagen werden we opzij geworpen. Om het nog extra dramatisch te maken begon nu ook de ruitensproeier uit zichzelf leeg te lopen. Schuimend water kolkte naar binnen over Ilco’s schoenen heen. Zeerover wilde niet terug naar Nederland, dat was wel duidelijk.
Gelukkig vonden we een garage die aan het schroeven en bijstellen sloeg en zo konden we, alleen maar met versleten schokbrekers, toch Amsterdam halen. Gezellig schommelend met tachtig kilometer per uur, achter de vrachtwagens. De ring op… en zo in de armen van zestig, zeventig vrienden en familie. De dag eindigde in een warme champagnewolk. Ineens was het half twee en lag ik in een bed in Amsterdam me te verbazen over hoe snel het plafond rond wervelde, overdonderd als na een bruiloftsfeest.

Lees verder

Eindeloos

Lang was de reis
niet,
eindeloos mocht
hij zijn,
zonder transit
zonder controle
zonder bestemming.
Met als enig doel
naast je te blijven.

(R.Luijters)

Lees verder