Ode 53, aan aankomen in New York in de regen

Het regende toen we landden in New York.

Zo’n mistroostige grijze Nederlandse regen.

Lelijk

Eerst moesten we heel erg lang wachten voor de douane. ‘Wat is het toch en derde wereldland,’ zei J en inderdaad, er waren veel te weinig loketten open. De ruimte was lelijk, grauw en stoffig, alles zo anders dan het frisse, perfect georganiseerde Schiphol waar we net vandaan kwamen. En die regen maar tegen de ramen slaan terwijl het snel donker werd.
Er reed geen bus meer naar de stad, daar kwamen we pas achter na een tijdje wachten samen met een Roemeens vrouwtje. We namen een shuttlebusje en J betaalde ook voor het vrouwtje die nog geen dollars had (de enige pinautomaat op het vliegveld was kapot). Dat deed hij heel terloops en ik dacht eerst: zo gaat het wel hard met je geld, maar meteen daarna vond ik het natuurlijk alleen maar mooi.
Het busje reed langzaam een film in, of eigenlijk heel veel films: de Brrooklyn Bridge, het Empire State Building, Times Square, Broadway, alles badend in het licht. Om de hoek van ons hotel lag Little Italy, Chinatown. ‘Hier moeten we heen,’ zei J. ‘En hier. Hier.’Hier heb ik gewoond, hier heb ik gestudeerd. Hier is een heel raar winkeltje.’ De regen hield op, ik was inmiddels aan het zweven van de jetlag, we gingen ergens een hapje eten, veel te dure wijn erbij, en alles was zo helemaal nieuw en open.

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*