Ode aan de gilmlach (43)

Ik deed een experiment met mezelf, het duurde niet heel lang.

Het kwam: ik liep naar het station, mooi opgedoft en met een duidelijk plan. En ik kwam een andere vrouw tegen op de brug, ook mooi opgedoft en met een duidelijk plan. We glimlachten naar elkaar.
En ineens dacht ik: wat zou er gebeuren als ik ga glimlachen naar iedereen die ik tegenkom.Hoe leuk wordt alles dan.

Schichtig

Laat ik het maar meteen onthullen: het ging niet zo goed. De meeste mensen keken schichtig weg. Of ze keken dwars door mijn glimlach heen, totaal niet gefocust op de wereld voor hun neus. Na tien mensen toeglimlachen begon ik me uiterst ongemakkelijk te voelen, mijn glimlach werd een grijns. Er was 1 man die terug bleef staren, om bleef kijken, alsof ik ontzettend aan het flirten was. In de trein had ik even rust, maar toen ik uitstapte in Utrecht was er genoeg om tegen te glimlachen. Er was iets in de jaarbeurs, overal liepen creepy verklede mensen. Die reageerden al helemaal niet op mijn glimlach, behalve als ik een foto van ze maakte. Dan glimlachten ze op een bepaalde manier naar mijn telefoon.
Er was 1 kind met een half glimlachje, 1 woest terugkijkend ander kind. En ook in Utrecht: dat snelle wegkijken alsof ik iets zeer obsceens deed.

Kindhuwelijken

En toen die jongen, de leeftijd van mijn oudsten. Stralend beantwoordde hij mijn glimlach. Ik glimlachte opgelucht terug – maar hij hield me staande. ‘Denkt u wel eens na over het huwelijk?’
‘Wat?’ Vroeg ik verward.
‘Niet dat ik u meteen een aanzoek doe hoor,’ zei hij geruststellend. En begon een heel verhaal over kindhuwelijken.
Het was echt een lieve jongen en ik kon niet meer terug, gevangen in die blije glimlach.
Zodat ik dus nu voor de rest van mijn leven donateur ben van een stichting tegen kindhuwelijken in Burkina Faso.

 

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*