Ode 2 (De Flesseman)

Vorige week was mijn moedertje jarig, still going strong. In de Flesseman.

Nooit zou ze haar zelfstandigheid opgeven, de gezamenlijke activiteiten ‘van die kwijlende bejaarden’ alleen al deden haar gruwen. En kijk nu toch eens.

Koningin

Maria is koningin in het paleis dat de Flesseman heet, in het hart van haar dierbare Nieuwmarktbuurtje. Niet alleen alle winkeliers verwennen haar, ook de mensen van de Flesseman zelf hebben iets van een hofhouding. Ze sjouwen achter Maria aan met kussentjes en voetenbankjes, knuffelen haar, doen olijk mee in haar lichtelijk vunzige grapjes, halen haar uit bed en stoppen haar er weer in. Of slepen haar mee naar het huiskamerconcert, het samen zingen, de roze filosofiemiddag of wat de hedendaagse varianten van de bingo ook zijn. De Flesseman op zijn beurt wordt gedragen door de buurt, waarvan de haringman verse vis komt brengen, de schoolkinderen komen kletsen of de Chinese restaurants komen koken. Er is altijd wel wat te beleven en Maria zit op de eerste rij, laat het zich allemaal aanleunen, speelt overtuigender bejaarde dan menig andere bewoner daar. Zelfs griezelige dingen als luiers laat ze zich blijmoedig omdoen. 

Troon

Je zou kunnen vragen: waar is je waardigheid, mama? Je zelfstandigheid, je jeugdigheid? Allemaal aan gort.
Maar dit zie ik ook. Mijn moeder is nog nooit zo gekoesterd geweest, dag en nacht, zo geborgen in liefdevolle zorg. Het kind waar niet van werd gehouden, bang in de oorlog, het kind dat zich door haar eigen familie onbegrepen en ongezien voelde en op haar veertiende uit huis ging, op zoek naar een veilige plek. Dat kind zit nu met een kussentje en een voetenbankje op haar troon en iedereen noemt haar naam.

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*