Liedje

Ik schrok ervan wakker.

Eerst wist ik niet wat het was.

Paradijs

We waren naar een feestje, dochter en ik. Een boerderij in the middle of nowhere, met overal vuurtjes, pizza ovens en blote kleine kinderen die trampoline sprongen, door de modder rolden en de allergrootste marshmallows  roosterden die ik ooit heb gezien.
De boerderij was van vrienden die we op reis ontmoet hebben. Sindsdien zoeken we elkaar af en toe op, waar ook ter wereld – en nu dus in een droomhuis, met hoge plafonds, plavuizen, en de keuken van Swiebertjes’ Saartje. We bleven logeren, er was toch plek genoeg.
Dus lag ik ineens in het donker onder de balken in een houten bedje samen met mijn dochter hypergezonde plattelandslucht in te ademen.
Je zou zeggen: het paradijs.

Blind

Middenin de nacht werd ik wakker, met een vreemd soort paniek. Wat was het? Een droom? Muggen, kakkerlakken, muizen? Nee, ook niet. Een of ander raar geluid? Het duurde even voor ik me realiseerde dat dat juist het probleem was: geen geluid. De stilte zelf had me wakker gemaakt. Zo leeg was het voor het laatst in Spanje: een totale afwezigheid van klanken. Alsof je oren ineens blind zijn geworden. Ik lag er wakker van en me af te vragen wat er eerst was gekomen: die stilte, of de angst ervoor.
Pas toen de vogels wakker werden, viel ik weer in slaap.
Later stapte ik op Amsterdam CS uit de trein en zo hup mijn straat in. Thuis.
Ik liet me meevoeren in de beweging naar mijn huisje toe, ramen wijd open, de ononderbroken geluiden van een zomerdag in de metropool. Ik denk altijd dat het koningsdag is in jouw straat, zei mijn zus die zomaar even langs kwam. Onophoudelijk gekabbel van stemmen, gebel van fietsen, rolluiken van winkels. Een paar scooters, een politie-auto met sirene, flarden muziek, een glasbak die geleegd wordt. En onder alles een zacht en continu geronk.
Het is het liedje van de grote stad en het zong ook in mij.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*