Minions, onzichtbare vluchtelingen en bananen

‘Ik ga vluchtelingen opvangen, ‘ zei mijn liefste buurvrouw. ‘Kom je ook?

Wat ik meestal niet opschrijf hier zijn alle tig keren op één dag dat ik uit mijn slof schiet, dat ik met aan wanhoop grenzende tegenzin naar mijn volle dag kijk, en met diezelfde emotie naar mijn rimpels. En als ik er nog fijn van zou afvallen, maar tot overmaat van ramp paste ik vanmorgen mijn verjaardagsrokje niet meer (en tien maanden geleden dus nog wel). Mislukte heupen, ook dat nog.
Mijn grootste probleem is misschien wel dat als mijn middelste dochter zegt ‘Mam, waarom heb je geen bananen meer? Ik MOET morgen echt een banaan mee naar school, waarom is hier in huis het fruit altijd op als je het nodig hebt?’ Dat ik dan vervolgens eindeloos aan bananen blijf denken en hoe die toch nog te verkrijgen door weer en wind voor mijn lieve hardwerkende dochtertje.
Uiteindelijk wordt er altijd wel iemand de dupe, meestal ik.
Tegelijkertijd word ik moe van dat gedoe op de vierkante centimeter van het huis, wil ik ook wel eens iets doen voor de wereld. Dus vluchtelingen opvangen met mijn buurvrouw leek me een goed plan.

Dappere idealisten

Met een groot door de kinderen in elkaar geknutseld vluchtelingenkerstpakket onder mijn arm vertrok ik ’s avonds naar het station.
Er is dus een parallelle wereld op CS. Een bonte groep vrijwilligers hult zich dag in dag uit in feloranje shirtjes met in het Arabisch de tekst erop: ‘Vluchtelingen welkom. Ik ben hier om je te helpen.’ Elke keer als er een internationale trein aankomt, gaan ze klaarstaan op het koude perron. Voor eventuele vluchtelingen hebben ze in een vleugel van het station soep en koffie, praktische informatie en iemand die Arabisch spreekt.
Mijn hart smolt onmiddellijk om die dappere idealisten, ik wilde ze allemaal omhelzen. Dat ene punkachtige meisje met raar haar dat uit de provincie naar Amsterdam was gekomen ‘omdat de mensen hier ruimer denken.’ Die  twee linkse Turkse jongens die zelf vloeiend Nederlands praatten. De oude man met het mutsje die iedereen de hele tijd eten voerde. Een kleumend maar onvermoeibaar meisje dat amper ouder was dan mijn eigen dochters maar elke dag wel even een uurtje kwam meehelpen. Mijn buurvrouw die hartjes van speculaas had gebakken. En natuurlijk de zeer behulpzame NS-mannetjes die iedereen minions noemde vanwege hun gele hesjes.
Ook kon ik bijna huilen om hoe liefdevol die provisorische vleugel was ingericht met spulletjes die door voorbijgangers waren gedoneerd zoals heerlijke zachte fleecedekentjes en bakken vol bellenblaas voor de vluchtelingenkindjes. En al dat eten! Sommige restaurants op CS doen niks, anderen brengen tassen vol broodjes, salades, croissants naar die hoek. Er lagen ook kilo’s bananen…

Storing

Ik had me nogal moe en bibberend naar het Station gesleept maar precies die avond waren er geen vluchtelingen want door een of andere storing strandden alle treinen die dag bij Arnhem.
Dat vond ik stiekem prima, als ik al moest janken om de vrijwilligers, hoe zou ik dan reageren op totaal ontredderde mensen uit Syrie? En ook betrapte ik me op de gedachte: ha, dan hoef ik niet zo’n lelijk shirtje aan en kan ik eerder terug naar mijn warme huisje.
Dat weggaan deed ik wel stiekem want alle echte diehards bleven wachten of er misschien toch nog… of anders bussen…
Maar die energie had ik zelf écht niet meer. En in het weglopen griste ik nog snel drie bananen mee voor mijn middelste dochter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*