Stukje

‘En dan gaan we nu kijken naar een stukje samenwerking.’
Lost in translation ben ik, in een identiteitsloos hotel langs de snelweg, dat zichzelf valselijk verkoopt als “naast het bruisend stadshart van Amsterdam”.

Mijn dochter had gezegd dat ze geen medelijden had. Dat we allemaal wel eens iets stoms moeten leren. Maar dat het zó stom zou zijn…

830 uur, ergens langs de A10, regen

Iedereen die af en toe alleen staat in een horecazaak (maar ook in een buurthuis of sportkantine) moet een horeca examen doen, je ontkomt er niet aan. Dus daar zitten we in een zaaltje met voetbaljongens, jeugdherbergmoeders, blonde barwijffies in tijgerprint, en wat onbestemde chagrijnige gasten met tattoos in hun nek.
‘Heeft iemand van jullie zin in vandaag?’ vraagt de kittige cursusleidster monter. Het blijft angstaanjagend stil.
Het is dan ook aircokoud en de vloerbedekking is al net zo droevig als de gordijnen. We krijgen opschrijfboekjes die ook naamkaartjes zijn, alles griezelig praktisch. En fatsoenlijk, want daar gaat deze cursus vooral over. Op de powerpoint komt af en toe zelfs een bewegend vermanend vingertje in beeld: niet doen, wel doen, huisregels, verordeningen, ongeschreven regels…
De enige die er intens van lijkt te genieten is de kittige cursusleidster zelf. Nieuwe regels zijn fijn want ‘daarmee doorbreek je een stukje gewenning.’
Ik doorbreek zelf vooral een nu al wekenlang patroon van rennen en regelen en te weinig slapen. Dus het spijt me voor het kittige vrouwtje maar ik voel mijn ogen dichtvallen, mijn hoofd omlaag zakken… om dan weer op te schrikken van een of andere vage theorie over waarom lastige klanten lastig zijn. Dat komt door hun jeugd, echt waar. Zonder blikken of blozen legt de cursusleidster de parallel naar een dreinend kind in de supermarkt. ‘Als je die dan toch snoep geeft, wordt het later een verwende klant.’ Waardoor ik weer een tijdje wegdroom bij de vraag of de kittige zelf geen kinderen heeft – of dat zij wellicht een van die extreem zeldzame moeders is op wie het woord consequent daadwerkelijk van toepassing is.
Ondertussen worden al mijn plezier en energie in het herbergwezen vakkundig weggevaagd en daalt er een diepe moedeloosheid over mij neer. En dan moeten we ook nog examen doen. Mijn hersenen zijn van pap, ik moet elke vraag drie keer lezen voor er uberhaupt iets doordringt.

1730 uur,  met examinators in veel te ruimvallende pakken

‘Ook aan deze dag komt een einde’. De cursusleidster heeft het goed voorspeld. Mag ik nu alsjeblieft heel snel weer naar het bruisend hart van Amsterdam – maar dan echt? Waar het niet ruikt naar oude bacon en schoonmaakmiddel, maar waar het in de buitenbar geurt naar vers hout en goeie koffie? Een geur die nu al voelt als thuis. Waar de wind van het water altijd al het stof uit je hoofd blaast. Mag ik daar naar toe terug?
Dat mag. Maar eerst doen we nog even ‘een stukje feedback.’

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*