Ground control

Soms denk ik: we kwamen in Montefrio met een ruimteschip en zo vertrekken we ook. Ingedaald vanuit exotisch Afrika en nu uitgezonden naar de verre planeet Amsterdam (lees verder).

Ze is de zus van de twee broers die samen de dorpsgarage runnen. Zij doet daar de administratie en ze kan dertig zijn maar ook vijftig. Ik zie haar scharrelen met allerlei bonnetjes in haar met vage onderdelen volgestouwde kantoortje en ik laat me ontvallen: ‘Volgens mij heb je best een leuke baan.’
Ze staart me aan en begint te praten. Een uur later zit ik daar nog.

Zijn botten steken overal naar buiten

Dat door de crisis de helft van de klanten niet betaalt (ze haalt haar schouders op). Dat zij degene is die daar achteraan moet bellen, elke dag opnieuw (ze zucht een beetje). Dat de mensen hun auto komen halen en zeggen: ‘Ik rijd even naar de bank’ en dat ze dan niet terugkomen. ‘Wat doe je eraan?’
Dat haar twee broers desondanks geen uur zonder het bedrijf kunnen, ook al is de een doof geworden van de kou en ‘steken bij de ander zijn botten overal naar buiten.’ Dat ze nooit dicht zijn, nog geen week per jaar. Zelfs ’s avonds en op zondag wordt er doorgewerkt. Dat zij dus ook nooit vrij mag nemen, ook al is ze zo moe, zo moe. ‘Als ik thuiskom om een uur of negen wil ik graag een mooie film kijken, ik heb er een heleboel verzameld. Maar altijd val ik in slaap voor het einde, ik weet van geen enkele film hoe hij afloopt.’
Maar nu gaat er iets gebeuren (haar hele gezicht licht op en ineens zie ik dat ze mooi is) Ze heeft ze een ticket op zak! Helemaal naar Duitsland! In augustus gaat ze een week naar haar dochter, die woont daar, die heeft ze nog nooit opgezocht. Ze heeft er zo’n zin in, ook al mopperen haar broers de hele tijd dat het niet kan, dat ze niet mag. ‘Maar ik doe het gewoon toch, ook al is het natuurlijk een enorme administratie-puinhoop als ik terugkom. Ik heb nou eenmaal die ticket.’

Parkinson

Duitsland? In mijn eigen dromen figureren totaal andere locaties. ‘Hong Kong lijkt me altijd zo gaaf,’ zei ik laatst nog. Waarop mijn man iets mompelde over de Filippijnen en duiken. Of Hawaii. Hem kennende gaat dat zomaar nog een keer gebeuren. En regelmatig roep ik hoe ontzettend nodig ik weer naar Parijs moet, liefst dit jaar nog.  Of anders Berlijn wel, of nou ja New York of…
‘Mijn moeder is al acht jaar ziek,’ onderbreekt de garagevrouw mijn gedachtenstroom. ‘Ze heeft Parkinson en ligt alleen maar in bed, net een dode. Dat kan mij ook zomaar gebeuren, mijn oma had het ook. Maar als ik daar dan lig, dan kan ik in ieder geval terugdenken aan de ticket die ik kocht en hoe ik ooit een week zomaar naar Duitsland ging.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*