Bibberende ogen

‘Ik moest bijna huilen,’  zegt een jongetje dat net een nostalgisch verhaal bij elkaar heeft gedroomd over zijn geboorteland Egypte. En dan voegt hij er de geweldige zin aan toe: ‘Mijn ogen begonnen helemaal te bibberen.’

Bij de fantasie-oefeningen die ik in klassen doe, verzinnen kinderen met jaloersmakend gemak hartsvriendinnen waar die er niet zijn, allereerste liefdes (dat wordt meestal stiekem in mijn oor gefluisterd), maar ook Messi die even bij de lokale club op bezoek komt of zelfs ‘One Direction omringd door eenhoorns’.  O, ik hou zo van de grenzeloze fantasie van kinderen!

Grootje op een klapstoeltje

Maar net zo makkelijk duiken er dode opa’s op, of door een scheiding verdwenen vaders. ‘Ik ging door een tijdmachine en toen…’  begint een meisje – en barst in tranen uit. Want daar was ‘mijn oudtante die ik nooit heb gekend.’
Ik let altijd heel goed op ‘bibberende ogen’, maar ik schrik er niet van. Het wordt meestal pas dramatisch, ook voor de andere kinderen, als de juf opspringt en het kind meesleurt naar de gang.
Waarom? Waarom mag lachen in de klas wel en huilen niet?
Van gemis en verlangen kunnen de mooiste verhalen komen. Mijn eigen dode grootje zit stiekem in meerdere van mijn boeken. Deze week nog is ze met me meegereisd langs de klassen. Ze zat achterin naar me te knipogen met twee ogen, zoals poezen doen. Op haar onafscheidelijke klapstoeltje…

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*