Ik ben the exorcist niet

‘Mama, er zit weer een geest in mijn kamer!’  Mijn dochter van veertien staat half huilend in haar pyjama in de kamer.
De andere dochter en haar vader kijken verbijsterd op van hun ipads.
‘Ik kom eraan,’  zeg ik.

Goed, we wonen dus in een oud en haunted huis, ik heb er al vaker over geschreven. En wie dat niet wil geloven, die gelooft het niet.
Zoals de helft van mijn familie; die heeft nergens last van. ‘Ik wou dat ik die geesten eens zag…’  zegt de oudste dochter wel eens verlangend.
Maar alleen ik en de middelste zien -voelen-  soms dat er hier van alles rond dwarrelt – of dat denken we te voelen.

Koorts

‘Daar, naast mijn bureau.’
Ik doe het licht aan, ga precies op de plek naast het bureau staan.
Ik voel geen geest. Ik voel het ook niet niet. Zo makkelijk werkt dat niet met geesten, ik ben the exorcist niet.
‘Het zou kunnen,’  zeg ik tegen mijn dochter. ‘Maar wat het ook is, het is niet kwaadaardig.’
Natuurlijk zeg ik dat om haar gerust te stellen. Maar ik maak mezelf ook wijs dat ik dát echt wel zou voelen.
‘En ik heb ook koorts,’  piept mijn dochter.
Ik voel haar voorhoofd, ze heeft geen koorts. Ik laat een lichtje aan.

Uurtjes

Die nacht maakt de dochter me wakker met buikpijn. En daarna kan ik zelf niet meer slapen en lig lang naar het donker te kijken. Dit zijn de uurtjes waarop je de geesten het best kunt zien – alle soorten spoken trouwens.
‘Kom hier,’  zeg ik tegen al het gewemel op de gang en in het trappenhuis. ‘Val mijn dochter niet steeds lastig. Blijf vannacht maar even rustig bij mij in de kamer, ik kan toch niet slapen.’
Dan wordt het heel druk om me heen, maar dat geeft niet. Andere mensen tellen schaapjes.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*