Drinkgelag

Een typisch Spaans feestje begint, bijvoorbeeld, om een uur of 1. Dan is er heel veel bier, en daarna barbecue met reusachtige bergen worst en speklappen, dan een grote taart met koffie en ook cava. Zingen, beetje dansen, heel veel kletsen. En dan, vanaf een uur of vijf, begint het Serieuze Drinken. En daar haak ik af. Altijd.

Rumcola, gintonic, het zijn vooral veel mixen en whisky met ijs. En het gaat snel! Spaanse mannen en vrouwen kunnen geweldig zuipen. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit de hele nacht doorgaat, tot het ver in de volgende dag is. En ondertussen rookt iedereen. Roken, drinken, drinken, roken. Kinderen spelen eromheen, slapen na een tijdje her en der op banken, niemand hoeft naar bed, het is feest.

En elke keer voel ik me weer zo’n spelbreker en ook wel een zielige kluizenaar als ik afhaak en als enige opstap aan het eind van de middag (voor mij dan, bij een Spanjaard is acht of negen uur ‘s avonds ‘het eind van de middag’). Ik ben dol op wijn en heb niks tegen dronken worden – maar niet als het moet. Niet met zo’n drinkgelag. En dan denk ik ook nog eens bij elke rumcola: help, daar gaan weer 350 calorien.

Geschokt

Toch is wel iets veranderd. Ze weten het hier, inmiddels, en ze nodigen me toch nog uit. Dat is bemoedigend.
Vandaag is er weer zo’n feestje, van mijn lieve vrienden Frank en Toni. Ze kijken niet eens heel raar op als ik na de taart wegga. Sterker nog, Frank zegt: ‘Speciaal voor jou was dit feest vandaag lekker vroeg. Zodat je er toch een tijd bij zou zijn.’
‘Je komt toch wel straks nog terug?’  zegt een van hun Spaanse buren geschokt. Het is dezelfde man die mij twee uur geleden, toen hij nog redelijk nuchter was, toevertrouwde: ‘Alles wat ik over twee uur tegen je ga zeggen, moet je bij voorbaat vergeten.’
En ik knik en zeg halfhartig: ‘Ja misschien kom ik straks nog even. Als ik mijn dochter opgehaald heb.’
Maar Eva, een andere Spaanse vriendin, fluistert in mijn oor: ‘Natuurlijk kom je niet terug, we kennen je toch? Al dat drinken is niks voor jou, dat vind je niet leuk en het past ook niet bij je.’  En terwijl ze dat zegt, geeft ze me een enorme omhelzing.
Ingeburgerder dan ooit rij ik naar huis. Ik ben raar en toch houden ze van me.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*