Ruiken aan een zakje

We pakken het zakje voorzichtig uit de grote doos. We geven het door. We openen het nog niet. We eten niet. We ruiken, dwars door het zakje heen. Ze zijn niet eens van de echte bakker, maar toch. Die geur! Dat verse, dat zoete.  We leggen ze nog even opzij. Nog niet. Misschien morgen.

Na onze laatste grote reis was het extreem aan de hand. Albert Heijn voelde echt koninklijk, de lichten zo mooi, het eten in die schappen zo schoon en gekleurd, de veelheid. Dat vooral.

Er is een tijd geweest dat ik elke week voor honderden euro’s boodschappen liet komen, met een chique bezorgservice. En dat ik dan nog klaagde dat ik niet wist wat we moesten eten die avond.
Maar als je hebt geleefd in de schaarste van west Afrika, vergeet je nooit helemaal hoe het is als er een heleboel dingen gewoon niet zijn. En dat gaat zelfs door in Spanje. Dat heeft inmiddels vooral met logistiek te maken. Ik ken expats die voorraadkamers vol hebben met dertig potten pindakaas, tien kilo waldkornmeel en toch algauw tien flessen ketjap. Maar dat krijg ik echt niet voor elkaar – en dat hoeft ook niet. De hagelslag bijvoorbeeld: meestal redden we het wel van de ene gast tot de andere. Iedereen vindt het leuk om zoiets voor ons mee te nemen en wij zelf niet, omdat we bijna altijd met alleen handbagage reizen. Nog niet zo lang geleden bracht iemand een rol beschuit en een pakje echte roomboter mee. Daar kan dan geen taart tegenop.

Appie

Een maandje of twee geleden ontdekte ik een winkel bij Barcelona en die heet, ik lieg dit niet: Appie Hein. En die bezorgen dus Nederlandse dingetjes door heel Spanje. Gisteren had ik voor de tweede keer iets besteld. Zo feestelijk: komt er een doos met alleen maar vruchtenhagel, ontbijtkoek en Liga Evergreen (‘Mam, bestel nog een pak alleen voor mij. Ik betaal het zelf van mijn zakgeld.’). En krentenbollen.
‘Vanmiddag bij de thee, dan gaan we ze eten,‘  beloofde ik de meiden vanmorgen in een vlaag van opperste Nederlandse gezelligheid (want thee drinken is ook al helemaal niet Spaans).  ‘En heb je er dan heel misschien ook een beetje Nederlandse kaas bij?‘  vroeg er eentje hoopvol. Maar nee. Er moet  natuurlijk wel wat te wensen blijven.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*