Zomergasten

Ergens onder zon een bed & breakfast beginnen – dat is een droom van veel mensen. Net zoals zwemmen met dolfijnen of ‘nog eens een kinderboek schrijven’. Eerlijk gezegd, het leek mij altijd vreselijk om een bed & breakfast te beginnen. Toch heb ik er eentje.

Ach, dat liefdevolle guesthouse in Zuid Afrika… De eigenaresse had allerlei kunstwerkjes van lokale kunstenaars aan de muren hangen – met de nadruk op hád, want het ene na het andere kunstwerk werd door de gasten gestolen. Terwijl je die kunstwerkjes notabene ter plekke kon kopen. En dan dat geklaag: de kamers te klein, het water te lauw, teveel muggen, de bedden te hard of te zacht… Ik heb ze vaak genoeg gezien: vertwijfelde bed & breakfasteigenaren die hun leuke kamertjes in rap tempo bezoedeld zagen worden door al die klagende en ondertussen reuze vieze toeristen (‘hadden ze een wond gehad ofzo: het hele matras onder het bloed en ook nog alle witte handdoeken’) . Overigens herinner ik me ook nog dat onze eigen Dunya een keer ergens een reusachtige stenen vaas omverfietste. ‘Geeft niks hoor,’  snufte de kindvriendelijke eigenaresse dapper terwijl ze de scherven bijeenveegde, ‘het is alleen… nou ja, dit was dus het afscheidscadeau van mijn moeder, dat ze mij op haar sterfbed…maar geeft niks, geeft niks… ’

Wuft

Ons huis was een b&b voor wij het kochten. Veel kamers en badkamers dus, die zich razendsnel vulden met gasten. Vrienden en kennissen natuurlijk, geen types die de kunstwerken van de muren stelen. Maar als ik mezelf zo zie lopen met stapels handdoeken, reusachtige ontbijten, en altijd maar weer die lakens aan de waslijn, dan denk ik wel eens: het is toch gebeurd. Hoe vaak heb ik deze zomer niet mensen staan uitzwaaien terwijl de taart voor de nieuwe gasten alweer in de oven stond? Hoeveel taarten heb ik eigenlijk gebakken (amandel, vijgen, bramen, druiven, limoen – met wat we maar van de bomen plukten), hoeveel brood, hoeveel kilo verse patat, hoeveel vissen op de barbecue? En ze maakten heus ook dingen kapot, onze lieve gasten: ze bliezen de versterker op met hun slechtgebrande cd’tjes, zakten door de hangmat en braken toch algauw een dozijn glazen en borden op de stenen vloer. Daarentegen lieten ze ook van alles achter: kleren en bikini’s in alle maten, heel veel zonnebrillen en diverse opladers voor van alles en nog wat. En je staat ervan te kijken wat een verrassend wufte onderbroekjes je vaak tussen de gebruikte lakens vindt (vooral bij vrienden waarvan je dat nooit had verwacht)…

En dan… stilte

Nu zijn, toch nog plotseling, de laatste zomergasten vertrokken. Vijf personen aan de grote tafel is ineens gek weinig, vooral als Ilco ook alweer zijn koffers gaat pakken. Toen waren er nog maar vier… De laatste vijgen ploffen kleverig op de grond, voedsel voor de laatste wespen, muggen, trekvogels. En er is de nacht die plotseling snel valt.
Als je goed luistert kun je het huis heel, heel diep horen ademhalen. Rust! Stilte! (Maar niet voor lang; over zes weken is het alweer herfstvakantie).

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

  • Laten we allemaal beloven dat we voortaan minimaal een ontbijtje op bed verzorgen voor Anna als we in villa Africa te gast zijn. En we gaan niet weg voordat we zelf de lakens aan de lijn hebben gehangen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*