Landrover aan zee

(vanuit Tarifa)
Reusachtige hotelbedden, hutjes pal in de jungle, matrasjes in de woestijn… allemaal fijn, maar het lekkerste slaap ik toch in de Landrover.
Wat raar is. De meiden liggen in de daktent, maar Ilco en ik gewoon in de achterbak. Geen enkel matras past daar, omdat het smal is en een beetje scheef. Langs de randen lopen allemaal elektriciteitssnoeren, het dak is een beetje gevlekt en zelfs gescheurd en bovendien ruikt het altijd licht naar diesel.

Strandharen

Vroeger had ik er zeker mijn neus voor opgetrokken. Ik hield niet eens van kamperen, dat vond ik vooral een enorm gedoe. Met een rose wcrol naar de doucheblokken lopen – ik werd depressief bij het idee alleen al.
Maar dat is veranderd toen de Landrover dik twee jaar ons huis werd. 
Nu denk ik: ja fijn, als ik in de achterbak klauter, over een ingewikkelde constructie van spanbanden heen. Mmm, als ik me oprol naast Ilco wanneer de nacht valt en alles zwart wordt op de sterren na.
En naast ons is de zee, de hele nacht hoor ik de branding en af en toe een meeuw. Zon, zout en wind. Zandkoffie en zandwijn. Ilco en de meiden met klitterig verwaaide strandharen. Ik en mijn Landrover.

Categorieën: verhalen van de berg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*