Het wilde westen

(Olympos, km) 59480

Turkije is half. Half Midden Oosten, exotisch en islamitisch. En de ander helft hoort allang bij Europa. Er loopt een grens die niemand ziet door Turkije, maar die je wel onmiddellijk ervaart. Zitwc’s; dekbedden in plaats van oude dekens op de bedden; prijzen die ineens vervijfvoudigen; MacDonalds; toeristen; korte broeken, rokken, blote schouders. Dat klinkt misschien gewoon, maar de eerste paar keer dat we het zien, gaat er echt een schok door ons heen. Zo bloot! Ook op het strand zijn de volledig geklede Turkse vrouwen ineens in bikini gehuld.
De auto’s hier zijn ook schoon en keurig en ineens valt onze Landrover vreselijk op: vies, gebarsten spiegel, verroest fietsje en andere zigeunerzooi op het dak, het reservewiel vastgesnoerd met spanbanden.
Er zijn ook dieven in het westen. In het oosten en zuiden natuurlijk ook, maar wij hebben ze daar niet ontmoet. Afrika gevaarlijk? De auto was altijd open en als je ergens een tas liet liggen, kwamen ze je nog achterna rennen. Een keer zat onze auto vol apen die ons brood opaten. Maar de laatste keer dat we echt beroofd waren was in Venetie. En nu dus weer – in West Turkije.

Een dief met een baard

Terwijl we bij een idyllisch terrasje langs de weg een drankje drinken, wordt in tien minuten een ruitje ingetikt. De oogst: rijbewijzen, autopapieren, 500 dollar. Ilco’s fotocomputer.

En, het allerergst, de persoonlijke spulletjes van de meiden. En ze hebben al zo weinig! Dunya bezit één tasje dat ze overal mee naar toe neemt. In dat tasje zitten haar schatten: plastic beestjes, kleine boekjes, een fotoboekje uit Nederland, stiften. Weg. Bloem heeft een verjaardagstas, met al haar cadeautjes van haar elfde verjaardag en tekeningen van haar vriendinnen erin. Weg. En dan nog de ‘naaitas’: allemaal lapjes en kleertjes voor de popjes, bloedig genaaid tijdens vele eindeloze autodagen. Het is een enorm geluk dat de popjes zelf er tenminste nog zijn; ze liggen kriskras over de grond stille getuigen te zijn van een waardeloze misdaad. De meisjes snikken vreselijk, Ilco en ik staan er alleen maar verbijsterd naar te kijken.

Het zoontje van het restaurant heeft ‘een man met een baard’ gezien en ook een auto die snel wegreed. Samen met hem zitten wij uren bij de militaire politie. Er worden vingerafdrukken gezocht en sporen. Een nichterige kolonel veegt wanhopig met een lapje zijn bezwete voorhoofd af, terwijl hij woest verklaringen typt. De AK47´s staan van alle kanten op ons gericht, maar dat is hier gewoon. Het jongetje dat getuige is, moet ook urenlang zijn verhaal vertellen.

Maar de dief wordt niet gevonden.

Ubbeltjes

Op een hippiestrand likken wij onze wonden in een boomhut, samen met Bloem’s grote vriendin Annemijne, die met haar moeder, zus en broer uit Nederland is overgekomen. Zeulend met enorme koffers komen ze aan en zeker de helft daarvan zijn boeken, vooral via de Wereldschool en de geweldige Liesbeth van Leopold. Nieuwe boeken! We worden meteen het gedicht van Han G. Hoekstra: ‘Bij de Ubbeltjes thuis is het altijd feest…’ Want die Ubbeltjes spelen, feesten, klimmen, gaan op avontuur uit, maar één dag per jaar is het doodstil: dan zie je overal een Ubbeltje liggen of zitten… met een boek. Dus mocht je naar Olympos komen, kijk dan op het kiezelstrand bij de rotsen, in een van de boomhutten, in de hangmat of tussen de spiegeltjeskussens van het restaurantje… als je daar iemand ziet lezen alsof de wereld verder stilstaat, dan zijn wij het!

Bloem en Annemijne

Volgende week meer over Annemijne.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*