Hollands Dagboek: jarig in Rwanda

(Kigali, km 39000)
Zaterdag
Omdat nu ook onze creditcard misbruikt is, moeten we eerst langs de Western Union, waar die lieve Catherine gisteravond geld naar toe heeft gestuurd en met een dik pak van zo’n slordige miljoen Rwandese francs verlaten we de hoofdstad.
Over een prachtige weg, gemaakt door Chinezen, bereiken we het Kivumeer. Onderweg lunchen we, omringd door zo’n veertig kinderen die ons bijna verpletteren met hun nieuwsgierigheid. Toeristen komen hier nooit. Een meisje spreekt een beetje Engels. “Are you Chinese?” vraagt ze aan Ilco.
We slapen in een soort conferentieoord van de kerk, met prachtig zicht op het meer. Het is nog niet makkelijk om een kamer te krijgen, zo vol zit het met ontwikkelingsorganisaties. Op dit moment heeft het “Tear Fund” bijna alle kamers in gebruik.

Zondag
We varen met een groepje lieve Rwandese homo’s (van het christelijke World Vison) mee naar een eilandje in het meer. Geen toeristen betekent ook geen tourist traps: gewoon een lief eilandje met een volleybalnet en iets verderop, tot groot plezier van de meisjes, een aap aan een touwtje.
’s Avonds eten we nijlbaars – alweer. Chaia baalt: “Wanneer kook jij nou weer eens, papa?” Maar kamperen doet niemand in Rwanda.

Duistere hart

Maandag
Als we wegrijden, komen we langs een fonkelnieuw tribunaal. Buiten lopen mannen in barbie-roze pakjes: de vermeende beulen van de oorlog, die nog steeds wachten op berechting. Zij staren net zo nieuwsgierig naar onze auto als wij naar hen.
Ik probeer maar steeds de boeren en de theeplukkers niet te zien als voormalige beulen of slachtoffers. Ilco heeft het over hun veerkracht, mij valt vooral op dat ik nog niet zoveel bedelende handjes heb meegemaakt.
We slapen met zicht op Kongo, het duistere hart van Afrika. Ooit wilden we hier doorheen rijden, maar het dichte oerwoud wordt beheerst door de diamantmaffia. Aan de overkant van het water schijnt een fantastische geestenuitdrijver te zitten. Ik overweeg even om erheen te gaan, maar nee; ik heb voor het Heksenhotel wel even genoeg van dit soort onderzoek gedaan.

Dinsdag
De weg gaat dwars door het hoge nevelwoud waar chimpansees leven. We lunchen met spectaculair uitzicht op de bergen en Bloem verliest eindelijk haar losse kies. Een grote wit-zwarte aap gaat er, onder luid gegil van de meiden, met de koekjes vandoor.
Dan naar Butare, de universiteitsstad. Weer zo’n plek waar duizenden zijn afgeslacht. Het gebouw van de Technische Universiteit is nu een macaber monument: het bloedbad dat daar plaatsvond is nog steeds te zien. Letterlijk: de lijken zijn overdekt met een soort substantie waardoor ze geconserveerd zijn als opgezette dieren. “Wie wil dat zien?”vragen Ilco en ik ons af. Wij niet in elk geval. Overlevenden? Ook niet natuurlijk. Schoolkinderen? Veel te heftig. Uiteindelijk besluiten we dat het goed zou zijn als alle gevangenen in de roze pakjes hier een verplicht bezoek zouden brengen.
’s Avonds eten we zwart vlees aan een spies. De groente die ik erbij heb besteld blijkt een rauwe ui te zijn. Midden onder het eten gaat het licht uit. We kijken er allang niet meer van op. Met een kaarsje eten we op onze kamer nog wat ananas en banaan. Die nacht lig ik lang wakker in het doorgezakte bed. Ik mis onze daktent.

Volle maan

Woensdag
Het is tribunaal-dag vandaag: overal zijn de winkels dicht en zien we groepjes mensen die zeer beschaafd in de openlucht oorlogsbeulen berechten.
Wij doen iets heel anders: souvenirs kopen. Maskers en schalen, alvast voor ons nieuwe huis – waar dat ook zal zijn. Nog even en we zijn weer in de woestijn en dan zien we dit soort spullen niet meer.
Daarna terug naar Kigali: toetsen van de Wereldschool opsturen en checken hoe de situatie in Kenia inmiddels is. Ons nieuwe plan is nu om door het midden van het land omhoog te gaan, dan vermijden we Eldoret en Mombassa. Over een paar dagen hakken we de knoop door.

Donderdag
Vannacht volle maan en maansverduistering. Ik droom van een zwart vrouwtje dat op een enorm hoge ladder naar de maan staat te kijken.
Als ik wakker word, komen Ilco en de meisjes zingend binnen. Tekeningen met sinterklaas (Dunya) en ‘Love you oll’ (Bloem) erop. Van Ilco krijg ik een ring met een groene heksensteen uit Kongo. Daarna feestontbijt, verjaardagsmails lezen en ons vertrek morgen naar Tanzania voorbereiden.
’s Avonds eten we op een heuvel, met de stad toverachtig onder ons en de volle maan erboven. Bloem, Chaia en Dunya kruipen voortdurend op schoot, we zijn een enorm kleffe familie. Maar daar gaat het allemaal om, bedenk ik me, een beetje beneveld door de wijn. Het ultieme verjaardagscadeau: liefde – ook hier, juist hier. Love you oll.

Marcia en JeroenBedankt dat we vorige week in Kampala bij jullie even thuis mochten zijn!

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*