No one loved gorillas more

(Kabale, km 36612 ) Er zijn op de hele wereld nog minder dan duizend berggorillas over en dat die er nog zijn, komt door Dian Fossey. Deze enorm stoere vrouw reed met haar Landrover Lilly dwars door het regenwoud van midden Afrika op zoek naar de laatste berggorillas. Ze werd vrienden met ze en vocht tegen het grootste gevaar: de stropers. Die uiteindelijk ook haarzelf fataal werden, want middenin haar strijd werd ze vermoord. Haar hele verhaal is verfilmd – Gorillas in the mist – en nu komen er rijke toeristen zoals wij die laatste gorillas in het wild bezoeken (en zo de strenge rangers en onderzoekers financieren).
“No one loved gorillas more” staat op het graf van Dian Fossey. We slapen in het hotel waar zij ook sliep als ze voorraden moest inslaan of als ze weer eens werd verdreven door rebellen of stropers.

Op handen en voeten

Bloem en Chaia zijn boos: het gorillabos is verboden voor kinderen en zij moeten in het hotel achterblijven. Vooral Bloem is jaloers, zij heeft indertijd van meester Martijn allemaal spannende verhalen gehoord over diens ontmoeting met de gorillas. “Het is vreselijk zwaar. Je moet tot je oksels door de modder waden. Het duurt de hele dag. De helft van de groep van meester Martijn is voortijdig weer teruggegaan.”
Voor de tweede keer deze reis heb ik gymschoenen aan in plaats van hakjes. Gelukkig moeten wij niet tot onze schouders in de modder. Wel moeten we enorm steile bergen af – en weer op. Er is geen pad, dit is het ondoordringbare regenwoud – het laatste stukje dat nog over is in midden Afrika. Voorop gaan mannen met kapmessen en geweren. Soms moet ik hele stukken kruipen op handen en voeten, me vastklampend aan varens, takken en manshoog gras. Dorens schrammen mijn armen en reuzenmieren klimmen langs onze benen omhoog.

Silverbacks

Maar dan zien we ze ineens: enorme gorillanesten, vol gorillapoep. En een stukje verderop zitten ze gewoon: een groep van zeventien gorillas. Twee grote silverbacks, mannetjes met zilveren ruggen. Kleintjes, dikke moeders en zelfs een piepklein baby’tje van zes maanden. Dian Fossey’s lievelingen, op nog geen twee meter van ons verwijderd! Ze ziten blaadjes te eten, elkaar te vlooien, te stoeien, in hun neus te peuteren. Ze zijn enorm, harig en mensachtig met hun zwarte vingers en tenen, en hun ogen zijn prachtig amberkleurig. Ze zijn onvoorstelbaar op hun gemak in hun eigen tuin, dit tropisch regenwoud temidden van zeven vulkanen, en je vraagt je af wie wie nu eigenlijk bestudeert.
Als we niezen moeten we ons afwenden, we mogen ze niet ziek maken, deze laatst overgebleven berggorilla’s. En als er geen oorlog komt, geen rebellen, geen oude medicijnmannen op zoek naar Silverback-kracht, geen boeren die nog meer land nodig hebben en al helemaal geen witte miljonairs die een exotische jachttroffee aan de muur wil hebben… ja, dan is het gevecht van Dian Fossey uiteindelijk toch nog door haar gewonnen.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*