Gids ten onder in Dovenland

(Hotel Dunia, Ouahigouya, Burkina Faso, km 16.284)
Iedereen in West Afrika praat over Dogon Land. Daar moet je echt naar toe, het is een hoogtepunt.
“Waarom is dat dovenland (Dunya’s benaming) dan zo bijzonder?” klaag ik, want de weg erheen is weer verschrikkelijk: kuilen, modder en enorme rivieren waar we dwars doorheen moeten rijden.
Ik zal nooit een Camel Trophy Girl worden, vrees ik. Al zo’n keer of honderd hebben we in mijn fantasie onze assen gebroken, zijn we van de weg af geslipt, of stil blijven staan in het midden van de rivier terwijl er steeds meer water de auto binnenstroomt. Dus nadat we de zoveelste rivier ondanks mijn angstig gepiep gewoon weer veilig passeren -wat Dunya de verbaasde uitroep ontlokt: “Jij bent toch de moeder?”- mopper ik: “We hebben de Diola, de Bozo en de Biajeros al gezien, wat maakt deze Dogonstam dan zo speciaal?”
Nu weet ik het.

Hobbits en elfen

Dogon Land is als een bezoek aan Rivendell en The Shire tegelijkertijd. Net als bij In de ban van de Ring zijn er knusse huisjes in een lieflijke vallei en tintelende watervallen en vergezichten in de bergkam ernaast, waarin vast ook elfen wonen. Je kunt er dagenlang wandelen en dat doen we dan ook, met de meiden in een ossenwagen. In de oude stadjes, die tegen de berg geplakt zijn, is de muur nog zwart van de offervuren. Het huis van de “hogon” is gebouwd als een lichaam: bij hoofdpijn leg je een offergeschenk op de zolder, voor buikproblemen moet je een verdieping lager zijn.
We hebben een gids mee die zelf ook een Dogon is. Hij kan alleen niet zwemmen en in een spectaculair moment van deze reis verdwijnt hij ineens onder water aan de voet van een waterval. Eerst sleurt hij Bloem met zich mee, in een wanhopige poging om zich aan haar vast te klampen. Maar dan is Ilco er al en tilt deze grote, zwarte man als een klein jongetje in zijn armen naar de kant.
Dat gebeurt niet zo vaak, dat je zo duidelijk iemands leven redt. Mijn man is een held!

Op de thee bij toearegs

In Dogon land slaap je gewoon onder de sterrenhemel. Dat deden we ook al in de woestijn van Timboektoe. Daar waren we te gast bij de toearegs, mannen met blauwe gewaden en tulbanden, en hun sterke oervrouwen. Taai als kamelen, deze toearegs, gewend aan extreme hitte en droogte. Je ziet ze zo de Sahara oversteken als het moet. En maar kopjes thee drinken, altijd drie:
de eerste: “bitter als de dood”
het tweede: “zacht als het leven”
en het derde: “zoet als de liefde”.

Categorieën: afrikareis

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*