Guiné Bissau

(Jemberem, km 12454)
In de jungle van Guiné Bissau zijn geen fraaie lodges waarvandaan open jeeps in een kleine file rijden voor het perfecte fotomoment van de leeuw die een zebra opeet.
Er zijn geen bruggen door de bomen en geen bootjes langs de mangrove.
Je moet zelf op zoek. Naar de schildpadden. De nijlpaarden. De chimpansees. Of de olifanten die heen en weer lopen tussen Guinee Bissau en Guinee.
De beste gidsen zijn hier de onderzoekers van de vele natuurparken – als ze tijd hebben- en verder moet je bereid zijn lang en ruig te reizen.

Broodje ui

Modder. Enorme gaten in de weg. Plassen zo groot als rivieren. “Jongens, even allemaal naar links hangen,” roept Ilco. Takken en palmbladeren slaan tegen de auto. Er komt een scheur in de hoes van de daktent. We verliezen een zoeklicht. Steeds weer wordt alles kletsnat van de moessons. Ons Mauritaanse dak is daar niet op ingesteld. Als de zon schijnt, hangen we snel de natte spullen te drogen. Alles is klam.
Ook de oplader van Ilco’s camera springt door kortsluiting. En alledrie de computers (tough books nog wel) houden ermee op. Ik kan niet meer schrijven.
De jungle lady moet haar fijne grote fles Coco, in Gambia voor een prikkie gekocht, dicht laten, want parfum trekt muggen aan. ’s Avonds zoemen ze om de klamboe, een angstwekkend geluid. En zelfs de rode schoentjes worden vervangen door sneakers die vandaag op de kop af zes maanden ongebruikt waren gebleven. Hm, niet blij.
En dan is er nog het eten, of beter gezegd het gebrek daaraan. Er is wel brood te koop, maar geen beleg. Niets. Zo kan het voorkomen dat onze Chaia, eigenlijk een behoorlijk lastige eter, zich zomaar waagt aan een broodje rauwe ui. Er is geen fruit en geen groente. En zeker geen zaken als wijn en koffie. Waarom doen we onszelf dit aan?

Cobra schieten

Om die moessons dus, die maken dat alles zo knisperend groen is en zo heerlijk kruidig ruikt. En waarin Chaia wel een uur een bedwelmende regendans uitvoert.
Om de vlinders en de duizendpoten.
Om die chimpansees, die we alleen maar in de verte hoorden, maar wat was het spannend, die tocht door het tropisch regenwoud – een van de laatste van Afrika- vol vogelgeluiden. Om die ene vogel die de hele tijd ¨lekker puh lekker puh¨ zegt.
Om die andere bijna uitgestorven aap, die we wel zien, zwart met een meterslange witte staart. Om de opwinding van de dodelijke cobra in de boom, die er door de mannen van het dorpje uit wordt geschoten, terwijl de vrouwen eromheen staan te gillen.
Om de regenboog boven de rivier en de zonsondergang boven de waterval waar we de hele dag, en nacht, in zwommen.

Categorieën: afrikareis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*