Een keer waren we verdwaald in de woestijn en het werd nacht.
Toen was er iemand met een zaklantaarn die ons van kilometers ver naar zijn huis loodste. En daar stond al een kruik water voor ons klaar; water in de woestijn – het allerkostbaarste.
Het gebeurde ook vaak dat we midden op het dorpsplein onze daktent uitklapten. Ilco zei wel eens: ‘Dat zou je in Nederland niet moeten doen: neerstrijken op de Grote Markt, een vuur maken, je eten koken en daar dan gaan slapen. Ze zouden meteen de politie bellen.’ Maar wij aten soep met de dorpsoudste.
Er was de Italiaanse boer die ons een ontbijt kwam brengen toen we op zijn land kampeerden, de Turkse familie die naast ons de barbecue uitklapte en ons overlaadde met lamskoteletjes, de berber die vijf kilometer over de berg klom met een zilveren theepot om ons te wekken met muntthee, de plotselinge Nederlanders in het oerwoud die de hele dag op onze kinderen pasten terwijl Ilco en ik zochten naar gorillas, de Jordanese vrouw die Dunya een kostbaar amulet schonk… en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Auteur: Anna
Dochter van dertien (7 mei 1997)
Nee, geen cliché’s over drempels en pril en onvoorstelbaar prachtig- die allemaal waar zijn daar niet van, want ik ben toch zó verliefd op mijn Bloemetje.
Ik, de moeder van de dochter van dertien.
En met mij de moeder van de moeder van de dochter van dertien. En zelfs daar de moeder van – grootje dus. Wij reiken vandaag de handen in een of ander duizelingwekkend verbond van moeders en dochters en vrouwen. Hoera voor Bloem!
Getrouwd met een avonturier
‘Je bent nu eenmaal getrouwd met een avonturier.’
Dat zei mijn vriendin Mylou toen ik jaren geleden op Schiphol stond voor een lange reis naar het onbekende en ineens de zenuwen kreeg.
Dat woord is nooit meer weggegaan. De uitgever nam het over en ineens staat het overal: ‘Anna van Praag is getrouwd met een avonturier.’
En die avonturier heeft zich nu gestort op de wereldvrede. Op 5 mei is er een ‘prelaunch’ van het nieuwe project MasterPeace bij Bevrijdingspop in Haarlem.
Who needs the queen
Ach Koninginnendag…
We vieren hier veel Nederlandse feesten, maar deze niet. Kan ook niet natuurlijk. Ik bedoel: zie je die meisjes al met een kraampje vol spulletjes op de berg zitten? Of ik die oranje tompoezen bak? Pathetisch.
Ooit woonden we op de Brouwersgracht en vouwde het feest zich om ons heen. Keek je uit je raam, lag de gracht heel vroeg ’s ochtends al potdicht met bootjes. En alle kroegen waren naar de straat verplaatst, het hele leven naar buiten (zoal het eigenlijk altijd is in Sevilla, bedenk ik me nu). Of later in Durgerdam: vlag uit, huis versierd, kinderen verkleed als elf heel opgewonden voor het zaklopen. Tot geamuseerde verbazing van Ilco en lichte schaamte van Bloem moest ik altijd huilen van de optocht achter de boerenkar: al die ernstig-trotse kinderen op een rommelrij. Terwijl nu… mijn dochters gaan knutselen voor de kruizendag. Voor de wát?
Een dramatische picknick
‘Ben jij al uitgenodigd?’ De hele week horen we dezelfde vraag.
Want het is San Marco en dan trekt heel Montefrio en omgeving de campo in. Ergens in het veld zet je tafels en stoelen neer en eet je een soort tonijnsladade met tortillas van zelfgeplukte veldkruiden. Wijn erbij… en fiesta!
Maar ja, je moet dus wel uitgenodigd worden. Het is wel een beetje pijnlijk inmiddels, dat ik steeds nee moet zeggen. ‘Nee, wij zijn niet uitgenodigd.’ En zelf iemand uitnodigen durf ik niet, alleen al niet omdat ik geen idee heb welke blaadjes ik zou moeten plukken en in die tortilla stoppen. Want die dingen luisteren nauw.
Elephant party
Vol Afrikaheimwee schreef ik ‘Schiet niet op mijn olifant’.
Ik waste me weer met een bekertje bij de bush-douche, voelde de hyena’s aan mijn tent snuffelen en zag een giraffe van heel dichtbij. Aan het eind van de dag hoorde ik de leeuwen brullen, werd geprikt door duizend muggen, zag de zon ondergaan achter een reusachtige baobab-boom. En al die tijd was er een dapper meisje met de gekkewoordenziekte om me heen.
‘Schiet niet op mijn olifant’ is haar verhaal.
Mijn nieuwe boek ligt NU in de winkel.
Emergencia
Ook dit hoort bij emigreren: uitzoeken hoe de ambulancedienst werkt.
Jaren waren we op reis, nooit was er een grootouder ziek en nu ineens twee in één maand.
Want: daar gaat mijn moeder. Ze grijpt naar haar hart en zakt voor mijn ogen in elkaar.
In mijn paniek knal ik keihard tegen een deur op. Bloem blijft bij oma, terwijl ik het nog nooit gebruikte noodnummer bel. En dan is het balen dat je geen gewoon adres en huisnummer hebt. Ik moet dus die hele ambulance naar de goede heuvel coachen (in het Spaans! Met mijn waardeloze richtinggevoel!).
Ruim twintig minuten later zijn ze er. Is dat snel?
Mijn moeder is dan gelukkig weer bij bewustzijn. Met gillende sirenes gaan we naar het ziekenhuis van Granada.
Katla
Maar ja, komt oma hier ooit nog weg? Hier in Spanje is letterlijk geen vuiltje aan de lucht, maar alle vluchten naar Nederland zijn geannuleerd.
De meiden vinden het geen probleem. ‘Dan blijft oma gewoon hier wonen, net zoals al die Spaanse oma’s.’ Wat ze interessanter vinden (en ik ook) is Katla. Want wie wist nu dat dit griezelige monster echt bestond – Katla, door Astrid Lindgren omschreven als ‘een wijfjesdraak, opgestegen uit de oertijd, die op een afschuwelijke morgen wakker werd en iedereen raakte met het dodelijke vuur dat ze uitblies.’
Katla bestaat dus echt, niet alleen bij de gebroeders Leeuwenhart! Zo heet de grote broer van de IJslandse vulkaan. En soms, als die uitbarst, wordt daarna Katla wakker, horen wij op het nieuws. En dan, wat gebeurt er dan?
Sentimental journey
Ik eet iets wat ik nog nooit heb gegeten en ook nooit van plan was. Bloedworst? Varkensvet? Nee, een broodje pindakaas met hagelslag. Dat is raar want eigenlijk houd ik niet van pindakaas en van hagelslag word je dik. Maar ineens zag ik het staan. Pindakaas! Hagelslag!
Dat komt allemaal door mijn moeder.
Het wonder van Puerto Lope
Groot nieuws voor trouwe volgers van dit weblog: de pony is terug!
De guardia civil, de dierenartscentrale, zelfs een speciale campo-politie: iedereen was ingeschakeld om de verdwenen pony terug te vinden. Beetle, gechipt en al, stond op alle telex-pagina’s, heel modern, heel vertrouwenwekkend ook.
Des te opmerkelijker is het dat hij eigenlijk al drie weken geleden was gevonden, en nog wel door diezelfde guardia civil. Waar was Beetle dan al die tijd?
