Pats! Terug uit Rome. Terug in de drukte.
Ik zei vorige week steeds heel onheilspellend tegen J: ‘Koester het maar: zonder jas naar buiten, zon op je gezicht. Straks is dat ineens heel ver weg.’ En ja, ik heb nu voor het eerst weer een echte jas aan, en sokken en zomerschoentjes voor de komende zes maanden in de kast. Wakker worden is in het donker en dat het een beetje koud is.
Druk
Wat heb ik het toch druk, dacht ik. Om me plotseling te realiseren dat ik het ALTIJD druk heb, eigenlijk al mijn hele leven. Het maakt niet uit wat ik doe, waar ik aan werk, maar het is al zo sinds de middelbare school. Dus dat is kennelijk wat ik wil: een druk leven. ‘Ik denk dat juist creatieve geesten rust halen uit het bezig zijn,’ zei een opdrachtgever met wie ik dit nieuwe zelfinzicht deelde. Natuurlijk! De keren in mijn leven dat ik het toevallig niet druk had, is het me niet goed bevallen, eerlijk gezegd. Ik hou echt van zenmometen en van adempauzes, maar dan bij voorkeur tussen twee druktes in. Of in het oog van de storm, daar is het ook altijd fijn. Bijkomend voordeel: als ik druk bezig ben, denk ik ook niet dat ik misschien vroegdement ga worden zoals mijn moeder. Daar heeft mijn hoofd dan niet eens tijd voor, om daarmee bezig te zijn. Ik ga er nu dus nooit meer over zeuren, over drukte.
En het is het heksenseizoen! Vroeg invallende schemering, natte haren van de regen en dan lekker warm binnen. Bokbier drinken in een bruine kroeg met mijn liefje, de eerste kerstverlichting in het straatbeeld, overal plassen.
Het onstuimige buiten – en ik binnen met al mijn geschrijf. Dat is het beste.

