Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Geen gouden geit

Ik dacht, al een tijdje geleden: ik ga een paar dagen even weg, naar Vlissingen. Dat moet kunnen. Ik zag J en mij samen al leuke tripjes doen naar Philippine en Knokke.

Maar ik zag ook al weken geleden aankomen dat J een festival in elkaar aan het timmeren is, precies deze dagen (weken). Als ik iets heb geleerd de afgelopen jaren is het omdenken. Dus ik veranderde van plan: een paar dagen retraite met mezelf, een oase van lege ruimte in een zomer vol deadlines. Om mijn hoofd leeg te maken, dingen voor een nieuw boek te onderzoeken.

Het einde van Nederland

Toen ik aankwam in Vlissingen besloot ik een OV fiets te huren, zodat ik nog vrijer was. De fietsen waren op en ik bedacht dat dit de toon ging zetten: geen haast, geen plan. Als ik twee uur op zo’n fiets moest wachten op een verder vrij desolate plek – ‘Het einde van Nederland’ noemde de conducteur het station – dan was dat ook prima.
En zo vullen zich nu mijn dagen, meanderend, vrij. Ik mag geen podcasts, geen luisterboeken, niet bezig zijn met de vergaderingen volgende week, met het dinsdagdinerboek.  En dan heb je dus heel, heel veel tijd. Zoals ze in Afrika zeggen: de tijd heeft jou (niet ‘ik heb de tijd’).
Het is overigens niet dat ik J of andere mensen mijd, of dat ik krampachtig niet naar mijn mail kijk.  ‘In de gauwigheid,’ schreef ik aan een collega, het ging even over werk. En toen realiseerde ik me ineens dat ik altijd bij die woorden denk aan een gouden geit. ‘En ik dacht vroeger altijd dat je begerig uitsprak met de klemtoon op de eerste lettergreep,’ reageerde de collega.

Over zulke random dingen loop ik dan weer een tijdje na te denken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *