Af en toe word ik ’s nachts wakker, of eigenlijk niet-wakker.
Het claustrofobische opgesloten zitten in mezelf is altijd hetzelfde. De droom heb ik al mijn hele leven, en het is altijd weer een enorme opluchting als ik me eruit geworsteld heb.
Trigger
Maar het afgelopen jaar spookte het harder. Dat kwam door het nieuwe boek. Bij het schrijven van Sterren verpakt in huid heb ik bijna een soort method acting toegepast. Ik wilde niet schrijven over de dood zonder mijn eigen doodsangst in de ogen te kijken, daar komt het in feite op neer. En alle research, gesprekken en eenzame gedachten daarover in mijn stille schrijfhuisje met de kale boom buiten voor het raam gingen me niet in de kouwe kleren zitten. Het duurde de hele herfst en winter.
Inmiddels zijn er eerste lezers, jong en oud, en die zeggen stuk voor stuk dat Sterren verpakt in huid geen zwaar boek is geworden, ondanks die eerste gruwelijke bladzijde. Mooi zo.
Maar om daar te komen moest ik wel heel hard werken. Pas toen ik de definitieve versie uiteindelijk inleverde, trokken de nachtspoken zich terug, werden weer min of meer overzichtelijk. ‘Dat schrijven van jou heeft iets masochistisch,’ zei een journaliste laatst tegen me. Maar ik wil dat!
Dus ga ik morgen weer op spokenjacht, maar dan heel anders. Met een vriendin naar Duitsland de Walpurgisnacht vieren: een heksenfeest in de nacht waarin – volgens het oude geloof – alle grenzen met de onderwereld openstaan. ‘Natuurlijk ga ik mee,’ zei ik meteen toen ze erover vertelde.
Want, dacht ik meteen, daar kan ik dan op zijn minst een interessant blog over schrijven…
Als je me voor de blogjes op een kopje koffie wilt trakteren: https://petjeaf.com/annavanpraag (niet schrikken van het woord abonnement, het kan gewoon eenmalig).

