Twee dagen voor we op huwelijksreis zouden gaan, werd ik ziek. Kotsmisselijk en rillerig, helemaal slap.
Gelukkig was het op de dag van vertrek zo goed als over en op adrenaline kom je sowieso een heel eind. Dus daar gingen we, vol zin, richting Salvador. Geleende rugzakken van de dochters op, ik voelde me weer helemaal achttien.
Salvador in de nacht
In het eerste vliegtuig deden ze leuk mee met dat we op huwelijksreis waren, we kregen gratis drankjes en gratis Wifi. In het tweede vliegtuig was de sfeer grimmiger. Er was een vrij agressief persoon aan boord, en ik dacht nog een paar keer dat we om zouden keren om die persoon te lozen. Bovendien zei J op een gegeven moment dat hij misselijk was. En daarna rillerig en slap…
Dan is zo’n transatlantische reis wel lang.
Toen we aankwamen (laat door politie aan boord voor de enge man) was het donker. De klamme warmte die ik zo goed ken van Latijns Amerika sloeg meteen over ons heen. Ik dacht zelfs dat ik het oerwoud al rook, maar J (nog steeds extreem rillerig) rook alleen maar kerosine – ook toen we het vliegveld in de Uber allang achter ons hadden gelaten.
Salvador in de nacht oogde een beetje grimmig, met veel vuil en zwervers. En het hostel (kijk mij nou leuk backpacker zijn, dacht ik toen ik het boekte) was… laten we zeggen zeer basic. Gelukkig hadden we dan wel hun grote privékamer in het bijgebouw, met goddank een airco. ‘Het is hier op straat veilig,’ zei de jongen van de receptie toen we erheen liepen, ‘want er is heel veel politie.’ Mijn ringen moest ik wel afdoen, volgens hem, mijn oorbellen ook.
J plofte voor pampus neer op het bed, het was natuurlijk ook eigenlijk drie uur ’s nachts in Nederland.
Dus daar zit ik nu dit te schrijven, klammig in de vreemde nacht. Van buiten keiharde muziek, reggaeton-achtig.
Dag 1 van de huwelijksreis. The only way is up.


