Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Dead Poetry Society

Dode moeders, dode vaders. Ineens is het niet meer iets van later.

De meeste van mijn vrienden hebben inmiddels toch ten minste één ouder begraven.  Bij de vrienden van J – die iets ouder is dan ik – is dat niet anders.

Eetclubje

J heeft een eetclubje met acht personen die steeds samenkomen als er weer een ouder is overleden. Dan houdt het kind tijdens de maaltijd nog een keer de begrafenisspeech. Vanuit het idee: op die dag gaat alles in een roes voorbij, maar het is ook fijn om daar later nog wat langer bij stil te staan.
Dat zijn betekenisvolle maaltijden natuurlijk, die echt gaan over de essentie van leven, dood en verbinding. Laatst hadden we weer zo’n etentje en D hield nogmaals de speech voor haar moeder. En ik die voor mijn moeder en mijn oom. Het was de eerste keer dat ik die speeches herlas en dat was pittig, maar, gedragen door deze vrienden en de goede wijn, ook helend.
J vroeg toen of hij ook de speech voor zijn goede vriendin Monique mocht herhalen, die is nog geen jaar geleden overleden aan ALS, en ook de necrologie die hij schreef voor zijn oude vriend Erique, nog maar net en stilletjes dood – J had die middag nog een roos op zijn voordeur geplakt. Het mocht, en daarmee kreeg dit clubje ineens een duizelingwekkend bestaansrecht. ‘Want langzaam maar zeker gaan ook de goede vrienden,’ filosofeerde Martijn, ‘en uiteindelijk wij zelf ook.’ We stelden ons voor hoe we daar steeds met een kleiner groepje zouden zitten, elkaar herdenkend in de begrafenisspeeches. Tot er nog maar eentje over was.

Dit Droste effect is gruwelijk en fascinerend tegelijk. Maar daartegenover staat de intimiteit die we delen. En de schoonheid van dit soort speeches: van rauw tot afstandelijk, van ode tot wanhoop. Dead Poets Society, grapte Martijn. Maar het is natuurlijk de Dead Poetry Society.

4 reacties op “Dead Poetry Society”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*