Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Levende wolken

Levende wolken. Ook nu, met kerstmis, zijn er dag en nacht mensen, fietsers, auto’s op straat.

Er wordt gewandeld, dwars door de kou heen, glühwein en koffie overal, vrolijke mensen en kinderen in het park, met rode wangen want het vriest.

Dickens

‘Waaraan de Pijp haar naam dankt, kan men eigenlijk het beste zien ’s morgens tussen acht en negen uur. Wanneer men zich dan posteert bij de Hemony-, Van Wou-, Van der Helst- en Ferdinand Bolstraten, die de feitelijke trechters voor de Pijp zijn, dan ziet men welk een stroom van mensen zich door die straten naar de oude stad spoedt; dan zijn het feitelijk lange brede pijpen, levende ‘wolken’ uitblazende naar dat deel van de stad waar de kantoren zijn, de zaken worden afgedaan”. Dat staat kennelijk in een oude krant, eind negentiende eeuw. De tijd waarin Dickens A Christmas Carol schreef, zeg maar. En er is niks veranderd, gelukkig. Nooit meer ga ik op het platteland wonen, nooit meer ergens waar het rustig is.

Binnen, in mijn fijne huisje is het aangenaam warm en ruikt het de hele dag door naar allemaal soorten heerlijk eten. Kinderen, oude vader, vrienden, cadeautjes, verhalen en gezang, kaarsen en mooie kerstwensen, wijn, een paar tranen en heel veel gelach… Dickens zou tevreden zijn, en met hem de Ghost of Christmas Present – ik hoor hem schateren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*