Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Bootjes van papier

Ik doe mijn ogen dicht, mijn oren. Mijn huis mijn wereld, mijn armen om je heen. En mijn verhalen, altijd mijn verhalen.

Dat ik alsjeblieft niet al die kranten, die maatregelen, die verkiezingen… Al dat praten en praten, iedereen een mening, of een voorschrift, een scenario. Het houdt niet op, het praten, het sijpelt overal naar binnen.

Mijn lieve doden

Buiten is het donker. Middernacht, de kleinste maan, tweede van de maand. Nevel over het water, niemand op het strand.
Kijk, daar gaan ze, de bootjes van papier, dwars door de nacht de Noordzee over. De schuimende branding slaat ze terug, pakt ze mee, gooit ze terug, pakt ze mee, het wordt vloed, we rennen, krijgen natte voeten, het geeft niet, net op tijd het basalt, de boulevard weer op.
Kijk, daar. Daar! De witte stipjes zo klein nu. Ach mijn lieve doden.
Uren later, bij daglicht, zoeken naar witte propjes op de keien langs het strand, de pier. In de prullenbakken zelfs. Niks, ze zijn echt vertrokken, de bootjes, ze komen nooit weerom. Waar zijn ze? Voorbij de golfbrekers waar het stil is, verder nog dan alle grote boten, waar de zee weer rustig is. Daar.
Terug maar weer. Mijn huis mijn wereld, jouw armen om mij heen. En de verhalen, altijd de verhalen.
Ssssst.

 

Één reactie op “Bootjes van papier”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*