Nooit meer lief

Vroeger was Joni zo braaf dat ze nog geen snoepje zou pikken. Maar op een dag gebeurde er iets wat alles veranderde.
‘En daarna nam ik een besluit. Als ik niet het liefste meisje van de klas kan zijn of het mooiste (voor allebei heb je blond haar nodig, denk ik), dan maar het allerbeste rotkind.’
Joni begint met het stelen van kleine dingen. Liegen blijkt helemaal niet moeilijk. Verrast ontdekt ze dat steeds meer kinderen vrienden met haar willen zijn. Haar plannen worden wilder en spannender. Tot hoever kan ze gaan?

Reacties!

‘Nooit meer lief is een boek vol wilde plannen en rotstreken. Je zou denken dat je bij het lezen een enorme hekel aan Joni krijgt, maar gek genoeg is dat niet zo. Je begrijpt haar zelfs wel een beetje. Dat maakt het lezen extra spannend, het lijkt soms wel alsof je zelf al die plannen uitvoert. En zelf nerveus afwacht wat de gevolgen zullen zijn.’ (Leesplein)

Wat een prachtig boek is Nooit meer lief… Ik heb het met veel bewondering gelezen. Heel bijzonder en vernieuwend. Rotkinderen zijn soms heel leuk 🙂 (Maren Stoffels)

‘Maar eerlijk gezegd begon ik af te haken toen de rotkindstreken zo heftig werden dat het eigenlijk niet meer over kwajongens/meisjes streken ging (in mijn ogen dan). Ik heb geen kinderen (wel een nichtje en neefje) en kon me dat helemaal niet voorstellen bij hun, terwijl het toch echt ook (kleine) gemene rotzakjes zijn. Het werd zo erg (niet gewoon fikkie stoken) en met zo’n ernstige (schuld)belasting voor het rotkind (een zwaar verbrande vriend) dat ik dacht Helluupp dit ga ik niet aan mijn nichtje (9 jaar) laten lezen. Wat kan/moet ze ermee? En kan ze er zelf überhaupt wat mee? (Frederike)

‘Dat vind ik het geweldige van dit boek: het laten zien dat kinderen net als volwassenen in wezen eenzaam zijn, o.a. omdat ze zich geen raad weten met bepaalde gevoelens, waardoor ze zich slecht en rot (: anders dan anderen, denken ze) voelen Ook als de wereld rondom warm en lief is.’ (Mieke)

‘Het is zó goed, zó echt en invoelbaar. Verschillende keren raakte het me omdat ik opeens weer zelf in die leeftijd zat met dezelfde sensaties. De eerste keer een arm van een jongen om je heen. Of denken dat hij op de kermis naar jou kijkt terwijl hij dan naar een ‘hot’ meisje achter je kijkt natuurlijk. Alsof je ervaringen van mij beschreef. Ook dat dingen onbedoeld zo uit de hand kunnen lopen zoals met de brand.
Het eind, van de rotte plek, ontroerde me. Ik vind het heel mooi en authentiek, veel meiden moeten dit ook zo voelen en snappen, en op een bepaalde manier normaliseer je het ook op een genuanceerde manier.’ (Marret)

‘Ze heeft zoveel spijt wat moet ze nou: ik wil naar Jacco omdat ik van hem hou!’ (uit een gedicht van twee meisjes uit groep 7).

Zo;n roktind is het helemaal niet. Meer een zeer intelligent en eenzaam kind dat de verkeerde soort aandacht krijgt. Een opmerkelijk en heel direct en vlot geschreven boek!’ (Adeline van Lier)

‘Nooit meer lief is een gedurfd boek dat kinderen een spiegel voorhoudt en onaangepast gedrag in de schijnwerpers plaatst. Dat is bijzonder confronterend voor jonge lezers, vooral ook omdat Joni nauwelijks bestraft wordt of met de vinger gewezen wordt door de anderen. Maar ook al weet ze de dans te ontspringen, diep van binnen beseft ze dat ze niet goed bezig is. Meelezen is nuttig en kan zeker helpen om met je kind over dit boek te praten.
Ouders, leerkrachten en andere volwassenen die veel met kinderen te maken hebben, kunnen uit dit boek trouwens veel leren. Uit het verhaal van Joni blijkt immers dat naïef vertrouwen niet steeds de beste manier is om kinderen morele waarden en grenzen bij te brengen. Het boek biedt heel wat mogelijkheden om in de lessen godsdienst, zedenleer of sociale opvoeding te werken rond specifieke thema’s. Pesten, roddelen, stelen, liegen en bedriegen krijgen hier een herkenbare, concrete invulling. Dat nodigt uit om na te denken over het gedrag van de verschillende personages en over je eigen gedrag. Wie zou jij willen zijn in het verhaal en hoe zou je Joni aanpakken als ze je klasgenootje, je leerling of je dochter was?’
Kerknet (Vlaamse kerken) Rita Ghesquiere.

‘Een heftig boek dat discussie opwekt’ (Biblion)

Recensie NRC

Kinderboekschrijfster Anna van Praag had haar nieuwste boek Rotkind willen noemen. Want dat is precies wat haar hoofdpersoon is: een rotkind. De uitgever vreesde echter voor de verkoop. Nu heet het boek Nooit meer lief.
Van Praag onthulde deze gang van zaken onlangs in een prikkelend essay in Vrij Nederland. Daarin luidde zij de noodklok over de stuitende braafheid van de hedendaagse kinderliteratuur. Voor weerbarstige personages als haar ‘rotkind’ is geen plaats meer. ‘Pippi is dood’, concludeerde ze. De deugnieten in het oeuvre van Gouden Griffel-winnaar Daan Remmerts de Vries laten zien dat Van Praag een tikje overdrijft. Maar inderdaad zijn veel Nederlandse kinderboeken erg lievig. Vrolijke kinderen worden omringd door veelal begripvolle ouders en aardige onderwijzers.
Joni in Nooit meer lief is uit ander hout gesneden. Ze liegt, ze steelt, ze pest, vernielt andermans tekeningen, poept naast de school-wc en bezorgt medeleerlingen letsel in een botsauto. Het is wonderbaarlijk hoe vindingrijk haar rotstreken zijn.
Van Praag heeft Joni wel wat redenen gegeven voor haar wangedrag. Ze wordt zelf gepest om haar grote neus, heeft moeite om op een normale manier vrienden te krijgen en wordt thuis verwaarloosd. Haar charismatische vader is geheel in beslag genomen door zijn werk en zijn woongroep, haar moeder door haar schildpadden en beiden door een coterie van vrienden en minnaars. Het is deze seventies-sfeer van zelfzuchtige volwassenen, die Nooit meer lief zijn waarde geeft. Subtiel en scherp tekent Van Praag de ‘vrijheidblijheid’-mentaliteit, die de volwassenen koesteren maar die de kinderen de stuipen op het lijf jaagt. ‘Papa is niet… van mij alleen’, zegt moeder als vader het aanlegt met een kunstenares. Op een ander moment huilt ze zonder te zeggen waarom, terwijl vader zoent met zijn minnares. Joni verliest de vaste grond onder haar voeten. Ze voelt zich ontheemd als ze moet slapen in het nog niet voltooide huis van de woongroep. Thuis in haar eigen bed wordt ze gekweld door angst. ‘Het slapen zelf is eng, dat je zomaar weggaat naar een plek die je je later niet meer herinnert.’
Toch overheerst bij Van Praag de lichtvoetigheid. Gierst is ‘een soort eetbaar grind’. Tijdens een feestje krijgt het buitenechtelijk gerommel op de badkamer iets komisch: ‘Later was de wc-borstel gebroken, die hadden ze waarschijnlijk omgegooid met al hun gedoe.’ En ook weer iets tragisch: ‘Die wc-borstel paste precies bij het zeepbakje en het prullenbakje’.
Van Praags scènes staan vaak wat los van elkaar. Pas tegen het einde wordt het verhaal een echt geheel. In het vuur vindt Joni uiteindelijk verlossing, maar niet zonder dat zij denkt: ‘Zo voelt het nu bij mij/ Er zit een rot stukje aan de onderkant, dat je niet ziet.’ Zoals een rotte plek van een kind een echt personage maakt, zo heeft het rotkind van Van Praag een echte goede schrijver gemaakt.

Karel Berkhout

Reacties (45)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*