Na het feest

Als je een gezin sticht, dan ben je nooit meer alleen. 

Ik herinner me ook nog de opluchting van een vergelijkbare gedachte: nu ik ga samenwonen word ik nooit meer eenzaam wakker uit een nachtmerrie.

Armen

Ik realiseerde me toen nog niet dat je ALTIJD eenzaam wakker word uit een nachtmerrie omdat die nachtmerrie alleen van jou is. Er is altijd dat verloren moment vlak voor de armen om je heen. En soms zijn die armen er ook niet – zelfs al woon je samen.
En nu heb ik een gezin, een vriend, vriendinnen, het was hier een bruisende drukte deze dagen. Maar ineens, derde kerstdag in de avond, is iedereen weer weg. Het huis galmt nog van alle stemmen, verhalen, gerinkel van glazen, muziek, de kaarsen opgebrand, de vloer bezaaid met glitter en dennennaalden. Ik steek de chanoekahkaarsen aan, en er is niemand om aan te vragen: voor wie zeggen we vandaag een klein gebedje? Want zo doen we dat, aangezien ik de Joodse zegeningen niet ken: we zeggen bij elke nieuwe kaars voor wie we die branden. De oma’s kwamen al voorbij, de dochter in Mexico, en ‘alle mensen die niemand hebben om kerst mee te vieren.’
Want dat is het ook natuurlijk: er is een groot verschil tussen eenzaam en alleen. Of zoals de Portugezen zo mooi zeggen: sozinho: ‘alleen maar niet eenzaam’. 

Dus dat.
De zevende kaars steek ik aan voor mezelf. 

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*