Van buiten naar binnen

De tafel zat vol met kinderen want het was dinsdag. Ik ging nog even een stoel halen van de zolder. Daar was het plotseling heel sereen. Van beneden klonk blij en geanimeerd geroezemoes.
En nu hier blijven, dacht ik. Gewoon hier blijven.

Kijken, van buiten naar binnen, en dan het liefst vanaf een afstandje. Soms zweef ik een beetje buiten de dingen om, zoals geesten doen.

Poes voor het raam

Kennen anderen dat ook? Expres aan de overkant van de straat gaan lopen om je huis te zien van de buitenkant. Hoe het licht schijnt van het kleine lampje binnen en de hele ruimte zacht oranje maakt. De halsgevel die zo mooi is uitgelicht. Mijn gevel! Poes voor het raam, boven bij het kind de gordijnen dicht tegen de zon. Blauwe gordijnen.
Of wat ik laatst deed. Ik was helemaal alleen ’s avonds, dat gebeurt niet zo vaak. Ik zat buiten, op het Amsterdamse platje en het werd ineens donker. Door de open ramen zag ik mijn huis binnen zo mooi en fijn oplichten. De verschillende lampen, de bloemen in een vaas, de bank waar iedereen altijd op neerploft, de ronde eettafel vol verhalen, nu leeg.
Lang ben ik zo blijven zitten, kijkend. Van buiten naar binnen. Ik wilde er niet in, ik wilde daar buiten blijven, om het hoekje. Alleen maar kijken naar het schilderij. Samen met alle andere geesten van de nacht stuurde ik iets zachts en eindeloos mee.

Reacties (1)

  • Rietje Vega

    Ik herken dit helemaal Anna !
    Ik heb dat als ik op mijn volkstuin slaap. Ik ga dan vaak ’s avonds een blokje om, als het donker is en als ik dan terugkom en mijn huisje zie met alle lampjes en kaarsjes, zo gezellig en warm en als ik geluk heb de maan erbij, dan doet mij dat ook wat. Ik kan het niet zo mooi beschrijven als jij, maar weet wat je bedoelt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*