Vurrukkulluk

Hoe oud moet je worden om volledig te vertrouwen op je eigen kracht?

Ik ben nog steeds bij EYE aan het werk, op het mooiste kantoor van Amsterdam, en daar was de vriendenpremiere van de nieuwe film van Frans Weisz: Het leven is vurrukkulluk (ga zien die film!).

Warm bad

Pal voor de volle zaal van Cinema 1 werd Frans Weisz na afloop ineens emotioneel. Er waren net die dag alle recensies verschenen en die waren niet allemaal goed, sommige zelfs ronduit onaardig. ‘Ik kan niet meer met mijn eigen ogen naar de film kijken nu,’ zei Frans verward.
Zijn zoon Geza die een van de hoofdrollen speelt zei -ook voor de volle zaal- dat Frans vooral moest focussen op hoe fantastisch het was geweest om die film te maken ‘Maar eigenlijk wil ik zelf ook onder de dekens kruipen en niet meer tevoorschijn komen.’
Frans Weisz wordt dit jaar tachtig en is een van de grootste filmmakers van Nederland. Wat een jammerlijk vooruitzicht dat je sommige hangups nooit kwijtraakt. Ook ik ken de harde klap van een slechte recensie op een boek van me, mijn euforie over wat ik maak is groot maar broos. Ik hoopte eigenlijk dat ik daar overheen zou groeien.

Altijd op weg naar het volgende gedicht

Maar er gebeurde ook iets moois in EYE. De hele zaal begon dingen terug te roepen naar Frans, steunende, vrolijke dingen, een groot bad van liefde was het, zelfs schrijver Remco Campert mengde zich erin. Nadat hij Frans met de film had gecomplimenteerd, zei hij: ‘Altijd op weg naar het volgende gedicht.’ 

Later stond ik nog in de lift met Remco Campert en ook Jan Cremer en ik dacht: dit gebeurt, hier, nu.

Als eerbetoon aan mijn held Remco Campert een lievelingsgedicht:

LAMENTO

Hier nu   langs het lange diepe water
dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar

hier nu   langs het lange diepe water
waar achter oeverriet   achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar altijd

dat altijd maar je ogen   je ogen en de lucht
altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend   in het water rimpelend

dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat je altijd maar   dat wuivend oeverriet altijd maar

langs het lange diepe water   dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid

dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag

langs het lange diepe water   dat ik dacht
dat ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar

dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht   je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht

dat altijd maar je kreet   hangend
altijd maar je vogelkreet   hangend
in de middag   in de zomer   in de lucht

dat altijd maar de levende lucht   dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water   de middag   je huid
ik dacht dat alles altijd maar   ik dacht dat nooit

hier nu langs het lange diepe water   dat nooit
ik dacht dat altijd   dat nooit   dat je nooit
dat nooit vorst   dat geen ijs ooit het water

hier nu langs het lange diepe water   dacht ik nooit
dat sneeuw ooit de cipres   dacht ik nooit
dat sneeuw   nooit de cipres   dat je nooit meer

————————-

Uit: Dichter (1995)

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*