Art of cooking

‘Dit gele doekje van jou,’ zei J een tijdje geleden vriendelijk, ‘dat raak ik dus niet meer aan.’

En ja, het doekje (zo’n duizend dingen vaatdoekje) was inderdaad zo vies dat het glibberde. Maar dat was mij zelf nog niet eens opgevallen.

Kookwereld

Een ontploffend aanrecht van alle kruiden en flesjes, onduidelijke kringen erop, een groezelige koelkast, bijna altijd afwas en een vettig fornuis met standaard vlekken. Welkom in mijn kookwereld.
Ik doe echt mijn best met schoonmaken, al was het maar omdat de poezen anders helemaal niet meer weg te slaan zijn van het aanrecht. Dus die vaatwasser draait elke dag en ik heb ook diverse handige schoonmaakartikelen. Ik vervang de vuilniszak meestal net op tijd en ik doe ook dingen met stoffer en blik. Maar nooit en te nimmer  ziet het er bij mij uit als de keuken van mijn schoonmoeder. Daar is altijd alles blinkend schoon. Geen kruimeltje te bekennen, de pannen glanzend in nette nestjes gestapeld, de koelkast fraai gesorteerd met duidelijk eten in bakjes. Als daar iets op de grond valt wordt het nooit alsnog vrolijk in de pan geflikkerd. Sowieso valt daar nooit iets, bij mij moet je de meeste kastjes heel voorzichtig openen.

Hygiënecommissie

Maar in mijn keuken ruikt het altijd verrukkelijk en mag je uit alle pannen eten. Dat doen mijn kinderen dan ook, vooral de middelste loopt standaard bij binnenkomst naar het fornuis en tilt de deksels op. Iedereen kan hier elk moment van de dag aanschuiven voor wat voor troosteten dan ook. Er staat bijna altijd wel iets in de oven, te pruttelen op het fornuis, uit te dampen. Wanneer ik kook doe ik dat zingend, algauw een uur per dag en vaak langer.
Als ik nog een herberg had zou ik tig boetes krijgen van de hygiënecommissie, maar echt, er is nog nooit iemand ziek geworden van mijn eten. Wel heel gelukkig.

 

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*