Het twaalfde huis

Ik ging naar een ‘check in’, ik kreeg een sleutel. Ik voelde me Lewis Carroll’s Alice, nog niet helemaal op het goede formaat, maar ik keek al wel door het sleutelgat.

Het wordt mijn twaalfde huis.

1-11

Mijn geboortehuis stond in de Watergraafsmeer. In de twee huizen die daarop volgden groeide ik op. Via een kraakpand aan de Weteringschans vertrok ik naar Parijs, naar een piepklein koud kamertje met roze bloemetjesbehang en als je op je tenen stond zicht op de Eiffeltoren.
Als student woonde ik in de Pijp en de Staatsliedenbuurt. Daarna kwamen de mooie huizen, samen met mijn grote liefde en steeds meer kinderen, aan de Brouwersgracht en in Durgerdam.
Het volgende avontuur kwam in de vorm van een Spaanse cortijo, daar woonde ik bijna zeven jaar. Daarna mocht ik terug naar de stad van mijn hart, en hoe: in mijn (en misschien wel ieders) droomhuis aan het IJ, wat ik veel te vroeg alweer ga verlaten. Nog niet helemaal, per 1 oktober trek ik de deur definitief achter me dicht.

12!

Mijn nieuwe huisje staat aan een drukke straat, wat ik fijn vind. Het is oud, een monumentje zelfs, en voor en naast me kan je vast prima wiet kopen. Dat alvast voor de kinderen die er een deel van de week zullen zijn. De rest van de tijd ben ik alleen, dat komt eigenlijk een beetje te snel. Het ene moment ontleen je je identiteit voor een groot deel aan het zijn van de stralende ama de casa en herbergierster, die tientallen monden voedt en het volgende moment ben je, nou ja, gescheiden vrouw in een bovenwoninkje. Daar zal ik nog wel wat tranen over plengen in dit nieuwe huis.
Op weg naar de ‘check in’ zat ik te trillen op mijn fietsje en toen de makelaar eindelijk weg was en ik alleen was ik blij en verdrietig in precies even grote hoeveelheden.
Wat helpt: er staat het woord ‘vreede’ op het huis tegenover me. Ik hoef alleen maar even naar buiten te kijken.

Reacties (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*