Klaas en Helga en al die anderen

Ze komt de kleine, hokkerige kamer binnen. Doet haar jas uit. Schilt een appel. Kijkt tv terwijl ze de partjes opeet. Valt even in slaap. Wast het mesje en het bakje van de appel af. Doet haar pyjama aan. Gaat in bed liggen. Danst op het dak in een glinstertutu. Wordt wakker, kleedt zich aan, gaat de deur uit. Komt thuis, doet haar jas uit, schilt een appel…

Niet vaak zo’n spectaculair (want tekstloos, doodsaai en bloedspannend tegelijk) begin van een voorstelling gezien als zaterdag bij de premiere van Helga Maria Baumgarten van mijn vriendin Esther Scheldwacht. Haar voorstelling over deze Helga deed me denken aan mijn vroegere huisbaas Klaas.

Aardappeleters

Klaas woonde in precies zo’n hokkerig huisje Ook hij leefde zijn leven volgens een uiterste routine. Vrienden had hij niet, zijn familie woonde ver weg in het noorden, hij had geen kinderen en geen geliefde. Hij leek latent homo, maar had dat, als zoon van Friese boeren, ver weg gestopt. Klaas kwam thuis van zijn werk, kookte zijn maaltijd in zijn eenpersoonspannetje en besteedde de avond aan het in grote schema’s opschrijven van alle uitslagen van alle tennistoernooien over de hele wereld. Niemand zat op die schema’s te wachten, maar hij maakte ze met uiterste zorg en liefde. Duizenden van die vellen lagen er in zijn uitpuilende kasten.
Op de zolder van zijn etage in de Pijp had Klaas een piepklein kamertje en daar woonde ik. Reuze schattig voor een student en het kostte bijna niks. Klaas had het geld helemaal niet nodig. Hij ging nooit uit, droeg altijd dezelfde kleren op zijn werk in de Rai waar hij een soort conciërge was. Thuis had hij steeds dezelfde ribbroek aan. Zijn kamer en kleren roken naar heel erg lang niet gelucht. Zijn gezicht was doorgroefd, met woeste wenkbrauwen. Niet onvriendelijk, maar zeker niet knap. Ik moest wel eens aan de Aardappeleters van Van Gogh denken.

Irish Coffee

Eens in het jaar nam Klaas mij en mijn vriendje mee uit eten. Altijd naar de Bols Taveerne op de Rozengracht, dat was het chicste wat hij kon bedenken. Daar mochten we dan alles bestellen, wijn, toetjes en na afloop een Irish Coffee. Het was een geanimeerde avond als Kaas straalde en ons vertelde over tennis. Toch was ik altijd weer opgelucht als het voorbij was. Mijn leven was zo dynamisch toen, met elke avond uit en een wirwar aan vrienden. Ik had niet eens tijd voor mijn eigen oma, dus dat jaarlijkse avondje met Klaas was me meer dan voldoende dank voor het wonen op dat leuke kamertje. Dat het voor Klaas het enige uitje van het jaar was liet ik maar niet tot me doordringen.
Ach Klaas. Natuurlijk is hij intussen onopvallend gestorven en heeft een of ander bedrijf de uitpuilende kasten vol tennisuitslagen opgehaald en snel en efficient vernietigd. De kamer gewit, gemoderniseerd, nieuwe Pijp-yuppen erin. Er is, voor zover ik weet, geen enkele spoor meer van die man. Zoals Esther met haar voorstelling een monumentje heeft willen maken voor de onopvallende Helga, zou ik nu ineens die lieve Klaas die geen vlieg kwaad deed willen herdenken met een gevoelig verhaaltje.
Alleen, dit is het al.  Tennisuitslagen, een eenpersoonspannetje en een keer per jaar uit eten in de Bols Taveerne met zijn bovenbuurmeisje. Meer weet ik niet van Klaas, dat is allemaal geruisloos met hem verdwenen. Zo jammer. Hoe was zijn jeugd, waar droomde hij van en waar zat zijn geheim, de tutu waarin hij stiekem danste in de nacht…?

Deze voorstellng dus, ga kijken: https://rotheater.nl/baumgarten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*