Kinderachtig

‘Jij bent nogal kinderachtig,’ zei iemand laatst tegen mij. Ik geloof dat hij het als een compliment bedoelde.

Tsja. Als ik Madness hoor op de radio krijg ik altijd zin om ska te dansen in een veel te groot mannencolbert. ‘Hey you don’t watch that…’  Wanneer ik iemand een megazak M&M’s open zie scheuren wil ik er eigenlijk ook in graaien, je hele mond volproppen terwijl je al weet dat je er misselijk van gaat worden. En dan toch dooreten.
Ook fijn: heel irritant de slappe lach krijgen met een vriendin. Je kleren niet opruimen maar gewoon overal laten liggen in bergen. Een piercing uit willen proberen op een rare plek, consequent een zomerjasje blijven dragen in de winter, nooit meer ophouden met huilen in de bioscoop totdat het TL-licht aan gaat. Daarna bij je moeder op schoot kruipen en dat het precies past.
En op straat hoop ik best vaak dat argeloze rokers mij een sigaret aanbieden als ik maar begerig genoeg kijk. Het is dat mijn kinderen mij zouden onterven, want anders…

Gênant

En dat is dus precies waarom ik dit stukje bijna niet schrijf: de walging op het gezicht van mijn dochters als ze dit lezen. Een moeder die danst, rookt, zich anderszins misdraagt, is zo’n beetje het meest gênante wat ze zich voor kunnen stellen. En terecht.
Maar aan de andere kant: gisteren was ik ook zo oud als zij, en toen kon het allemaal wél. Misschien is dat wel de grootste leugen van opgroeien: dat je moet ophouden met tien te zijn. Of dertien. Of vijftien. En dat de schoot van je moeder verschrompelt.

(beeld Mylo Freeman uit ons boek Te groot voor op schoot. Nog steeds in de boekhandel)

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*