Zacht

Ik reed, heel snel en heel vluchtig, met de tram langs het huisje. Het lag pal in het licht aan de overkant van het IJ en even stond alles stil.

Eigenlijk begint de Spaanse winter in januari. Na Indonesië, na (heel even) Amsterdam en na een woest weekend in de Flevopolder, maakte ik mezelf bang en chagrijnig met beelden van een niet-startende Landrover en brommer (van de dochter), waterkou en geglibber over ongestrooide bergweggetjes. Waarom wonen we toch aan de voet van de Sierra Nevada waar de nachten altijd koud zijn? Waarom in een dorp en niet in een stad waardoor alles hier altijd in een soort bejaardenvertraging wordt afgespeeld? Ik wil nú naar dat lieve kleine huisje aan het IJ, het hek opendoen, de deur… Thuis.

Abba en flamenco

Maar Spanje is zacht voor me deze keer. Het licht  is overal en ik adem pure zuurstof, ik voel mijn lichaam gewoon groeien als ik verend de berg af loop naar de schoolbus. En later vind ik Montefrio ineens weer zo mooi. Al die witte huisjes tegen een ijsblauwe lucht. De kerkklokken vermengen zich met flarden flamencomuziek uit een achterafstraatje en verderop klinkt Abba. De eerste aardbeien uit Huelga zijn er en het ruikt stiekem naar lente. Zelfs de amandelboom voor de deur heeft al knoppen.
Goed, de Spaanse buienradar zegt enge dingen met sneeuw en ijs -dit weekend al- en we moeten maar zien of die amandelbloesem het houdt. Maar nu, op precies dit moment, ben ik in zo’n milde bui. Ik tintel van verwachting. Ja, ik ga nog één keer de winter op de berg meemaken, maar wel in het vooruitzicht van ook nog één lange, bedwelmende Andalusiche lente….

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*