Bijna veertig jaar

Ik was acht en ik verhuisde van een ontsporende nieuwbouwwijk naar het chique Haarlem Zuid waar ik met argusogen werd bekeken. Dat werd er niet beter op doordat ik soms in boekentaal praatte. ‘Ik voel me zo nietig en onaanzienlijk,’  zei ik de eerste dag tegen mijn moeder.
Maar omdat woorden toen óók al mijn wapens waren schreef ik een zogenaamd grappig stuk over hoe absurd het was om een eigen zwembad in je tuin te hebben, zoals het geval was bij het liefste meisje van de klas.

Ik geloof dat ik wel vrienden maakte door mijn rare zwembad-satire. Om te beginnen het meisje zelf. Binnen een paar weken waren we onafscheidelijk, op een manier zoals beste vriendinnen van alle tijden dat zijn: de hele dag samen kletsen op school en bij thuiskomst (als we niet bij elkaar speelden) meteen weer naar de telefoon rennen om urenlang te bellen – tot frustratie van mijn vader als hij de telefoonrekening onder ogen kreeg. We sliepen zoveel mogelijk bij elkaar om dan nachtenlang te kletsen tot je in je halfslaap jezelf ineens heel rare antwoorden hoorde geven.

Zoenen

Mijn vriendin vond het niet erg wanneer ik in boekentaal praatte. Sterker nog, ook zij kon zich verliezen in bijvoorbeeld een Lijsje Lorresnor. Later kwamen we er samen achter hoe raar taal is en hoe je de woorden naar je hand kunt zetten. Ondertussen gingen we naar andere scholen, andere steden, andere landen. Dat veranderde niks aan de vriendschap – met alle erge dingen die daarbij hoorden. Zo herinner ik me dat ik op een feestje -onder de ogen van haar moeder notabene- heb zitten zoenen met de jongen waar mijn vriendin al een jaar of vijf stiekem verliefd op was.
We hebben elkaar meegemaakt op extreem genante en extreem verdrietige momenten. Gelukkig hebben we ook altijd en overal gelachen, en ik heb haar een geweldige cabaretière zien worden. Ze was getuige op mijn huwelijk en nooit vergeet ik hoe ik door de polder van mijn werk naar haar toe reed, een mand vol cadeautjes achterin, in stilte snikkend omdat nu was gebeurd waar we altijd over fantaseerden: ze was een Moeder geworden.
Mijn vriendin is de enige die mijn boeken mag lezen als ze nog geheim zijn, ik vertrouw haar mijn meest verbijsterende gedachten toe. Soms noem ik haar mijn geweten. We hoeven elkaar niks uit te leggen. Hoe het vroeger thuis was bijvoorbeeld. Ik heb haar gekend als meisje en als puber, we zijn samen op vakanties geweest met en zonder onze families en nog later met de families die we zelf hadden gevormd.

Jarig

Er was een tijd dat ik verkondigde dat ik als ik haar later in mijn leven zou hebben ontmoet, vast geen vriendinnen met haar zou zijn geworden. Dat vond ze raar van mij en dat was het natuurlijk ook.  Bijna veertig jaar na die stomme zwembadbrief is datzelfde meisje nog steeds mijn beste vriendin. Vandaag is ze jarig en morgen ga ik lekker bij haar slapen. De hele nacht kletsen (ook al mailen we meerdere keren per dag, ik heb haar weer zoveel te vertellen, zoveel te vragen), net zolang totdat je van vermoeidheid heel rare dingen gaat zeggen. Vandaag vier ik de vriendschap, vandaag vier ik Mylou. Een zwembad in de tuin heeft ze allang niet meer. Ik wel.

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*