Requiem voor een daktent

‘Maar ik hou helemaal niet van kamperen,’  riep ik een jaartje of acht geleden, aan de vooravond van onze wereldreis. De Landrover stond volgepakt voor de deur, ons huis lieten we achter.
‘Waar dacht je dan dat die daktent voor was?’  zei Ilco geschokt.

Goed, laten we zeggen dat ik er even aan moest wennen. Jaren op wereldreis gaan door Afrika en het Midden Oosten en dan denken dat je steeds in gezellige pensionnetjes slaapt onderweg, is vrij wereldvreemd inderdaad.
Het goede nieuws is dat ik nooit ergens lekkerder heb geslapen dan juist  in die daktent.

Circusachtigs

Slapen in een daktent heeft niks te maken met kamperen. Het is een way of life, iets circusachtigs. Als je geen huis meer hebt, is dat stukje stof je veilige filter van de wereld. Van de wilde dieren ‘s nachts op de Afrikaanse steppe. Je hoort de hyena’s knagen aan de touwen, maar de daktent staat als een huis. Of die keer dat we de meisjes halsoverkop in het midden van de nacht uit dat zogenaamd leuke pensionnetje alsnog naar de daktent verhuisden omdat het krioelde van de schorpioenen. Niet in de daktent. Het is je filter van de woestijnstorm, niks zo onverwoestbaar. Van de wolken malariamuggen in West Afrika, niks zo ondoordringbaar. Hij sluit de zon buiten als het vijftig graden is – en zelfs de mensen. Als soms al die vriendelijke nieuwsgierigheid me teveel werd, was er altijd nog de daktent om in te schuilen. Je zit hoog, hebt het mooiste uitzicht van de wereld en verrassend genoeg ook het zachtste matras.
We dachten dat de Landrover de reis niet zou overleven maar hij bleek taai en trouw. En dus ook de daktent. Sinds we in Spanje wonen, zijn we elke lange zomer wel een paar weken met hem op pad gegaan, meestal naar de kust. For old time’s sake. Ja, dan stonden we op de camping, maar we voelden ons nog steeds een beetje Afrika. Wij waren geen kampeerders, maar circusmensen. Ook al wordt het elk jaar een beetje krapper daarbinnen. Als Ilco af en toe voorstelde om een caravan of iets dergelijks mee te nemen, werd hij weggehoond door de meiden. Dat nooit.
Deze zomer op Tarifa genoot ik meer dan ooit. Ilco en de meiden maakten plannen om straks als we weer in Nederland wonen, toch elk jaar weer terug te keren naar die daktent, maar ik dacht aan het juk van de Nederlandse schoolinspectie, de vakanties die we juist in de herberg moeten zijn en ook aan de onmogelijkheid van de lange reis met een oude vermoeide auto.
Eigenlijk wisten we allemaal best dat dit de laatste keer van de daktent was.

Gekkenhuis

We kwamen terug, MasterPeace barstte los en sleurde mijn man naar Nederland. Er zijn vier sterke mannen nodig om de daktent van de auto af te tillen, dat kreeg ik niet geregeld. Dus nu bij terugkomst zat die daktent er nog steeds op.
Ilco ging voor het eerst weer naar Granada, zijn hoofd nog vol van het gekkenhuis waarin hij de afgelopen maanden heeft geleefd. Hij reed gedachteloos een parkeergarage in.
Met een daktent ben je hoog, hoger dan twee meter twintig. Met een dramatisch gekraak werd de tent door midden gescheurd.
Ik ben blij dat ik er niet bij was, de ontreddering na een ongeluk met ernstige slachtoffers kon niet groter zijn. Niet alleen de tent maar ook mijn gezin kwam gewond terug.
Ach onze daktent. Hij heette Hannibal en hij kwam uit Zuid Afrika.
Hier vind je een collage of eigenlijk een hommage:
https://www.flickr.com/photos/12966304@N00/sets/72157607288457173/

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*