Pura vida

Het klinkt zo romantisch en dat is het ook. De bomen op de patio dragen vijgen, amandelen, citroenen. Die rijpe vijgen ruiken naar karamel en dat overstemt bijna de geur van…

De Spaanse campo is niet alleen maar idyllisch, het boerenleven kan hard zijn. Alleen al hoe ze hier met hun huisdieren omgaan. Er is hier geen hond die binnen komt, om maar eens wat te noemen. Soms zitten ze vast aan de ketting, soms scharrelen ze maar zo’n beetje tussen de olijfbomen en bijten konijnen dood. Dus dat is mijn eerste gedachte: dat er ergens een dood konijn of een dode rat ligt, dat dat die rottende geur veroorzaakt.

In de golven van de hitte

Maar de geur gaat niet weg. In de golven van de hitte en bijna geen wind, begint het vrij storend te worden. Misschien is het dat ene zwakke zwerfpoesje dat we kwijt zijn? ‘Ik ga echt niet lopen zoeken om dan Oelie’s lijk te vinden,’  briest Chaia als ik voorzichtig voorstel dat we misschien eens goed op zoek moeten gaan naar de bron van de stank. Dus gaan er nog weer een paar dagen voorbij. Totdat ik op een middag nietsvermoedend met Chaia en haar vriendinnen de poort van de cortijo uitkom en bijna van mijn stokje ga van de walm en de vliegen pal voor onze deur.
Een vosachtige hond. Of een hondachtige vos. Het kopje is nog helemaal gaaf, maar de rest van het lijf is zodanig vergaan en niet-vergaan dat het onmiddellijk associaties met hororfilms oproept. Onze eigen zwerfhond staat er trots naast, die heeft deze prooi waarschijnlijk net feestelijk voor de deur gelegd.
Chaia’s vriendinnen gruwelen en wapperen dramatisch met hun handen voor hun gezicht tegen de stank. Dat wil ik eigenlijk ook. Dit beest moet opgeruimd en ik vind het een mannenklus. Ikzelf heb mijn mooie Tommy Hilfigerschoentjes aan, een fijn jurkje en versgelakte nagels. Maar ja, mijn man komt vannacht thuis van een reis en wat is dat voor welkom: een ontbindend lijk voor de deur? Wat voor signaal geef je dan af?

D.E.P.

Dus ik doe het zingend. Heel hard, om niet te hoeven ruiken. De triomfmars uit de Aida, bizar genoeg. En natuurlijk valt het lijk in stukken uiteen. Begint de vuilniszak – Spaanse vuilniszakken zijn verschrikkelijk-  te lekken als ik hem in  de auto zet. Over mijn jurkje. Dus moet ik dat ook… en de auto…
Als ik de zak in de vuilcontainer gooi, vind ik het ineens zielig. Ben ik nou zo’n harde Spaanse boerin geworden? Maar ja, begraven gaat echt niet in deze stenige grond, daar weet ik met al die dode zwerfpoesjes alles van. ‘Rest in peace’  mompel ik met mijn hoofd over de rand van de vuilcontainer. En voor de zekerheid ook nog in het Spaans: ‘Descanse en paz.’

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*