Jaloers

‘Ga je me missen, mam, als ik zo lang wegga?’  vraagt ze. ‘Ik jou niet. ’

‘Nee joh,’  zeg ik. ‘Ik ben alleen maar heel blij voor je. Dit is je droom en nou doe je het: ruim een maand naar Parijs, je vliegt er helemaal zelf heen, ik hoef niet eens meer mee. En dan heb je daar dat filmkamp van de New York Film Academy, op de chique filmschool in hartje Montmartre. Het is geweldig dat het je gelukt is, en stoer dat je er zelf ook zo hard voor werkt. Ik denk alleen maar heel blij en trots aan je.’

Piepklein moedertje

We zitten bij de Starbucks op Malaga Airport, Bloems grote knalblauwe koffer al keurig ingechekct. Ze heeft iets groens aan, waardoor haar ogen ook heel groen en stralend zijn. ‘En ben je jaloers, zou je ook wel willen?’  vraagt ze. En weer zeg ik nee. Dat ik zelf toen ik haar leeftijd had ook in Parijs was, dat het nu haar beurt is. Dingen die ik al weken tegen haar zeg, we dansen steeds opnieuw hetzelfde gesprek. En ondertussen drinken we capuccino en verzinnen de levensverhalen van alle reizigers, een eindeloos spel waar we allebei geen genoeg van kunnen krijgen.
Bij de douane omhelst ze me, in alle opzichten groot, ik voel me een piepklein moedertje. ‘Huil je nou toch? Wat schattig!’ En bijna pesterig voegt ze eraan toe: ‘Met wie moet je nou je gezellige keukengesprekjes houden elke dag?’ Maar dan krijgt ze het zelf ook te kwaad of dat denk ik, want ineens is ze weg, haar volwassen leren damestas over haar schouder. Zes weken tot ik haar weer zie, zolang ben ik nog nooit van een kind gescheiden geweest. En ja, ik ben wél jaloers. Op Parijs. Dat ze er zo’n wijze, geweldige, mooie Bloem bij gaan krijgen…

Categorieën: verhalen van de berg

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*